US

The VICE Channels

Foto: Proshots
Wednesday, 8 February, 2017

We spraken Iván Calero Ruiz over Rotterdam, toepen en serranoham

Iván Calero Ruiz (21) speelde in Madrid voor zowel de jeugdopleiding van Atlético als Real. In 2013 mocht hij van Diego Simeone nog warmlopen tijdens Rubin Kazan – Atlético Madrid, maar tot een debuut in de vechtmachine van Atleti kwam het niet. De Spanjaard vertrok naar Engeland, maar daar vond hij niet waar hij op hoopte. Na twee jaar op Engelse bodem pakte hij het vliegtuig naar Het Kasteel om voor Sparta Rotterdam te tekenen.

Onder de hoede van Alex Pastoor wil Iván nu zijn definitieve doorbraak als profvoetballer beleven. Het eerste halfjaar was nog even wennen in Spangen, maar sinds de winterstop gaat het de goede kant op met Iván. Zijn eerste basisplaats bekroonde hij tegen FC Utrecht meteen met een doelpunt. VICE Sports ging langs bij Sparta Rotterdam om met Iván te praten over zijn verleden in Spanje en Engeland en zijn leven in Nederland.

VICE Sports: Ha Iván, hoe bevalt het leven in Nederland?
Iván Calero Ruiz: Goed! Rotterdam is veel mooier dan ik had gedacht had. Ik had verwacht in een dorpje terecht te komen, net zoals toen ik bij Derby County in Engeland speelde, maar dat is gelukkig niet het geval. Rotterdam is een moderne stad die me doet denken aan Madrid.

In het begin was het even wennen, omdat ik niemand kende en de taal niet sprak. Dan is het moeilijk om je aan te passen. Maar hier op de club krijg ik nu elke week taalles, en ik merk dat ik een beetje vooruitga, hoewel Nederlands erg moeilijk is. Ik heb er ook bewust voor gekozen om buiten het voetbal niet op zoek te gaan naar andere Spaanstaligen, ik wil graag Nederlands leren spreken en mijn Engels verbeteren.

Sparta heeft de naam een warme club te zijn met een familiaire sfeer. Hoe zie jij dit?
We hebben wel een leuke, jonge spelersgroep, en de sfeer is inderdaad goed en relaxed. Met een groep van een mannetje of zeven zijn we constant aan het toepen. Na het eten na de trainingen maken we een altijd een kopje koffie en dan komen de kaarten op tafel. Dat is sowieso goed voor de sfeer. Met de mensen op het kantoor van de club heb ik niet zoveel contact, maar dat kan ook zijn omdat ik nog niet zo goed Nederlands spreek.

Wat doe je buiten het voetbal?
Ik ben onlangs begonnen aan een online opleiding Sportwetenschap, via de Universiteit van Madrid. Het is voor mij heel belangrijk om af en toe even mijn gedachten te verzetten. Ik hou van voetbal, maar je wil je af en toe ook ergens anders mee bezig houden. Naast mijn studie vind ik het leuk om Nederland te ontdekken, vooral met mijn vriendin of familie, als die overgekomen zijn uit Spanje. We hebben tripjes gemaakt naar Amsterdam en Eindhoven, en we vinden het ook leuk om de wat kleinere, typisch Nederlandse dorpjes te zien.

Wat vind je eigenlijk van het gedoogbeleid hier?
Toen ik voor het eerst hier kwam, vond ik dat wel vreemd om te zien. Maar ik snap de gedachte; als je iets verbiedt, willen vast juist meer mensen het doen. Dus door het te legaliseren, kan het denk ik beter gecontroleerd worden. Maar het is uiteraard niet voor mij, ik ben profvoetballer. Ik loop altijd met een dichtgeknepen neus langs de coffeeshop, ik vind het maar vies ruiken, haha.

Merkte je in de jeugdopleiding van Atlético en Real veel van de rivaliteit tussen die clubs?
De Spaanse jeugdcompetities zijn opgedeeld per regio, waardoor je niet elk jaar tegen alle topploegen in het land speelt. Daarom is de rivaliteit bij wedstrijden tussen Atlético en Real heftig, vergelijkbaar met die tussen Sparta en Feyenoord. Dat zijn wel de leukste wedstrijden voor een speler. Je stapt dan met nog meer zin het veld op dan normaal. Ik heb jarenlang voor Atlético gespeeld en uiteindelijk maar een jaartje voor Real. Zo heb ik met en tegen veel jongens gespeeld die nu in de top spelen, zoals Saúl van Atlético Madrid en Héctor Bellerín van Arsenal.

Hoe was het om vanuit Spanje de stap te zetten naar het Engelse kick and rush-voetbal?
In Engeland paste ik qua stijl niet helemaal, en zeker niet met mijn lengte. Het voetbal daar is heel direct, de bal wordt naar voren geschoten in de hoop dat er iets goeds mee gebeurt. Toch was het geweldig om dat mee te maken. De stadions zitten altijd vol en de sfeer is prachtig, ook in de lagere leagues waar ik heb gespeeld.

Toen ik een maand was uitgeleend aan Burton Albion in 2015, was Jimmy Floyd Hasselbaink mijn trainer. Dat was heel gaaf. Toen hij nog spits was van Atlético Madrid, was hij een van mijn helden. Ik vond hem in die tijd een van de beste spitsen van de wereld. We zijn dat seizoen met Burton Albion ook gepromoveerd naar de Championship.

Sparta - PECIván in duel met Youness Mokhtar van PEC Zwolle. (Foto: Proshots)

Nu heb je je tweede Nederlandse trainer in Alex Pastoor. Pastoor heeft de reputatie een beetje een aparte trainer te zijn, met bijzondere methoden. Merk je daar iets van?
Haha, ik wist eigenlijk niet dat hij die reputatie heeft. Ik merk daar niet zoveel van, zijn methodes zijn niet heel anders dan wat ik eerder heb meegemaakt. Er is vanuit de spelersgroep ook veel vertrouwen in Mister Alex. Het gaat de laatste tijd qua resultaten in de competitie wat minder, maar ook dat hoort erbij. Het is ook logisch; we zijn vorig jaar gepromoveerd, en er zijn nou eenmaal teams die simpelweg beter zijn. Maar het Nederlandse voetbal past goed bij mij. Veel ploegen vallen hier aan en proberen verzorgd te spelen, daar houd ik wel van.

Mis je Spanje?
Ik kom uit een wat kleinere stad, Parla, vlak buiten Madrid. Daar wordt het typische mediterrane leven geleid: genieten van de zon, siësta’s houden, laat en uitgebreid eten, en veel tijd met familie doorbrengen. Ik hou van die levensstijl, maar ik heb een helder doel voor ogen, en dat is slagen als voetballer. Daarom ben ik best bereid dat voor nu even te missen. Goede serranoham, dat mis ik wel! Gelukkig eten jullie net als de Spanjaarden wel veel vis.

Je ziet dat veel spelers tegenwoordig zwichten voor het grote geld in China. Zou jij ook ooit zo’n stap overwegen?
Dat is moeilijk te zeggen. Ik vind het leuk en interessant om nieuwe culturen te leren kennen, maar de realiteit is dat je in het voetbal er niet altijd wat over te zeggen hebt waar je komt te spelen. Ik zal gaan waar het voetbal me brengt, of dat nou in Nederland, Spanje of misschien China is. Als voetballer leef je in het nu, en nu wil ik slagen bij Sparta.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: