US

The VICE Channels

Foto: Proshots
Thursday, 23 February, 2017

Wat het met jonge sporters doet om ineens bakken met geld te verdienen

PSV-verdediger Jetro Willems sprak vorige maand trots over zijn fonkelnieuwe gewrapte Mercedes en zijn voorkeur voor ‘tijdloze’ Rolex-horloges. Memphis Depay doet zijn boodschappen in een gepimpte Rolls-Royce Wraith. Voetballers die uitblinken, verdienen geld. Veel geld. Maar wat doet al die weelde eigenlijk met de psyche van een sporter?

Sportpsycholoog Wim Keizer weet daar wel het een en ander van. Hij werkte onder meer voor Ajax (tussen 2008 en 2013) en zich heeft gespecialiseerd in de mentale begeleiding van jonge sporters. VICE Sports sprak hem over het effect van dikke salarissen op atleten die nog aan het begin van hun carrière staan.  

VICE Sports: Ha Wim, hoe kijk jij als psycholoog naar jongeren die op hun twintigste al miljonair zijn?
Wim Keizer: Er is in de sportpsychologie veel onderzoek gedaan naar intrinsieke motivaties en extrinsieke motivaties om te sporten. In principe begint iedere sporter vanuit een intrinsieke motivatie een sport te beoefenen, dus een motivatie van binnenuit. Geld is een extrinsieke motivatie, dat komt van buitenaf. In een sport waarin veel geld omgaat, zoals voetbal, zie je soms dat de extrinsieke motivatie langzamerhand de intrinsieke motivatie verdringt.

Heb je daar een voorbeeld van?
Je ziet het bij de jongens die nu naar China vertrekken. Er spreekt daar nauwelijks iemand Engels, zij spreken geen Chinees. Ze kennen er niemand. Na een wedstrijd of een training gaan ze naar een hotel. Er is maar één reden om daar naartoe te gaan: geld.

Is dat dan slecht, zo’n extrinsieke motivatie?
Het hoeft zeker niet slecht te zijn. Neem voetballers uit achterstandswijken. Zij voetballen vaak om hun familie te onderhouden. Het verhaal van Luis Suarez is bekend. Hij groeide op in armoede in Salto, Uruguay. De extrinsieke motivatie om zijn familie een beter leven te geven door te slagen als voetballer was voor hem een extra drang om beter te worden. Hoe rotter de achtergrond, hoe meer drive iemand heeft om het te maken.

WimKeizerWim Keizer werkte onder meer vijf jaar in de jeugdopleiding van Ajax.

Op een gegeven moment is dat geld er dan. Wat voor effect heeft dat op een sporter?
Je leven verandert. Er gebeuren andere dingen, er komen bepaalde mensen op je af waar je  mee moet leren omgaan zonder dat het afleidt van het presteren. Dat is moeilijk. En je zelfbeeld wordt anders. Als Ajax-jongens vanuit de eigen jeugd debuteren in het eerste elftal,  sprint de zaakwaarnemer meteen naar de directie om het contract open te breken. Alles gaat goed, tot de onvermijdelijke terugval. Spelers komen op de bank terecht en worden onrustig, zoals je de afgelopen tijd bij Ajax zag. Ze begrijpen het niet.

Ze verdienen veel geld en er zijn 50.000 mensen die ze aanmoedigen. In plaats van even goed na te denken en nog harder te werken, stokken ze in hun ontwikkeling en zien ze externe factoren als oorzaak voor hun situatie. Het is in de voetbalwereld ook extra lastig de intrinsieke motivatie waarmee een loopbaan begint, vast te houden. Naast geld spelen er veel meer factoren een rol die een voetballer vormen.

Is dat anders in andere sporten?
Ik kom van origine uit de roeiwereld en heb met veel roeiers gewerkt. In het toproeien heb je per seizoen gemiddeld zo’n drie toernooien waar je moet pieken. In het voetbal is dat bij sommige clubs drie keer per week. Dat kan fysiologisch eigenlijk niet, en elke stap die je zet,  ligt onder een vergrootglas. Het is lastig om in de luwte aan jezelf te werken.

Roeiers worden op veel punten niet getest. Er staan maar een paar mensen langs de kant bij wedstrijden, er zijn geen groupies, ze worden niet opgehemeld en er is geen geld. Maar zij zijn net als voetballers bezig hun maatschappelijke carrière achter te stellen, en in het roeien kan dat eigenlijk alleen op basis van intrinsieke motivatie.

SuarezLuis Suarez, een speler met een sterke extrinsieke motivatie. (Foto via)

Wat maakt het verschil of iemand in een sport waarin veel geld omgaat wel of niet kan omgaan met de weelde die hem plots overspoelt?
Dat hangt af van zijn persoonlijkheid, opvoeding en cognitieve niveau. Vaak begint het bij de familiesituatie. Ouders spelen een belangrijke rol, ook in het proces om profvoetballer te worden. Op een gegeven moment moeten die spelers uit huis, bijvoorbeeld omdat de club te ver weg is. Als ze eenmaal uit die relatief stabiele thuisomgeving zijn, worden ze vatbaar voor bijvoorbeeld groepsdruk. Ik heb het bij Ajax gezien. Het begint al in de jeugd. Ze kijken naar elkaar, kopiëren elkaars gedrag en geven hun geld uit aan luxe spullen die hip zijn in hun omgeving, om zo een plek te verdienen in de hiërarchie.

Daarnaast speelt er nog iets anders mee. Geld maakt niet gelukkig, maar als ik voor hetzelfde werk minder geld krijg dan een ander ben ik ontevreden. Zo kijken topvoetballers ook naar elkaar. Hun tevredenheid hangt af van die vergelijking. Ondertussen krijgen ze niet meer de vraag of iets normaal is. Een ton is snel hetzelfde als een half miljoen. Lifestyle en andere afleidingen kunnen zo boven de focus om beter te worden als speler komen te staan. Dat is een valkuil voor jonge spelers.

Ligt daar een rol voor de sportpsycholoog? Depay krijgt bijvoorbeeld mentale begeleiding van talentcoach Joost Leenders. Hij groeide op zonder vader en noemde Leenders ooit ‘een vaderfiguur’.  
Zeker, maar in mijn ervaring staan veel grootverdieners hier niet zo open voor. Ze vinden zichzelf goed en het gaat goed, dus waarom zouden ze zichzelf veranderen? Pas als de prestaties minder worden, weten ze ons te vinden.

Is er in de voetbalwereld op dit gebied veel te winnen?
Absoluut, maar er zal altijd een zekere mate van conservatisme blijven. Ook op dit vlak. Het systeem, oftewel datgene wat de norm is, is de baas. Ik merkte het bij Ajax. Tijdens mijn opleiding heb ik veel kennis opgedaan over biologische ritmes. Toen ik de coach adviseerde eens in de avond te trainen om zo de lichamen van spelers te laten wennen aan de inspanning van een Europese avondwedstrijd, zei hij meteen: “Dat krijg ik er niet doorheen”. Die jongens zijn gewend meteen na de lunch weg te kunnen en eventueel nog terug te komen voor een middagtraining. Zo is het dan, en niet anders.

Dit is een artikel uit de VICE Sports themaweek over sportpsychologie. Zie hier alle artikelen van deze themaweek.