US

The VICE Channels

Illustratie door Dan Evans
Friday, 20 January, 2017

Waarom ik meer van Ronaldinho hou dan van Messi of Ronaldo

Messi of Ronaldo. Die discussie is nu al bijna tien jaar aan de gang. Als je alleen kijkt naar de cijfers – prijzen, goals, assists, Ballon d’Ors – bestaat er geen twijfel over dat dit de twee beste voetballers van hun generatie zijn, misschien wel aller tijden. Maar voetbal gaat om meer dan cijfers.

Alhoewel hun publieke imago erg verschilt, hebben Messi en Ronaldo dezelfde drive; de allesoverheersende wil om de beste te zijn. Ze vormen een tweetal monumenten van professionaliteit en de jacht op succes. Beiden scoren doelpunten en breken records op een ongekend tempo. Ze stuwen elkaar naar nieuwe hoogtes, steeds weer productiever, steeds technischer. Maar onder die blakende buitenkant, voelt het toch alsof er een essentieel onderdeel mist – een warmte en menselijkheid die onder de onmenselijke prestaties schuil gaat.

Ronaldinho was anders. Hij had een ontwapenende speels- en uitbundigheid in zijn spel, waar de bescheidenheid van Messi en de vertoonde ernst van Ronaldo niet tegenop kunnen. Ondanks al hun ongelofelijke prestaties zullen Messi en Ronaldo nooit de hartstocht van Ronaldinho verzorgen. Het eeuwige debat over wie de beste is, moet, kan en zal ook niet beslist worden door rede of logica. Het zijn de romantische en onverklaarbare elementen die het voetbal aantrekkelijk maken. Alleen al daarom staat Ronaldinho boven die twee.

De Braziliaan was heerlijk om naar te kijken. Hij was een pure kaskraker, een showmannetje pur sang, en tijdens mijn tienerjaren verreweg de spannendste voetballer ter wereld. Terwijl de meeste jongens van mijn leeftijd naar pornofilmpjes keken, was ik verslaafd aan video’s van de skills van Ronaldinho: panna’s, akkaa’s, scharen die er goddelijk uitzagen.

In 2005 ging een video van Ronaldinho viral, waarin hij hooghoudt door de bal tegen de lat te trappen. Het was de eerste video op YouTube die meer dan een miljoen keer werd bekeken. Zijn kunstjes waren zo indrukwekkend dat mensen discussieerden of de video wel echt was. Zijn voetenwerk werd wel vaker geduid als digitale trucs. Dat jaar stond hij op de cover van de FIFA-spellen.

Hij was een wandelende highlightcompilatie, de wedergeboorte van het freestylevoetbal. Maar naast het uiterlijk vertoon, had Ronnie ook inhoud.

Sommigen zeggen dat Ronaldinho degene is die van Barcelona de moderne, soepele ploeg maakte die het vandaag de dag is. Voordat hij in de zomer van 2003 bij Barcelona tekende, als aankoop van de nieuwe president Joan Laporta, was de ploeg als zesde geëindigd in de competitie. Het was lager dan de vijftien seizoenen daarvoor. Barcelona had nog geen titel gewonnen sinds de millenniumwisseling.

Barcelona was destijds nog steeds een grote naam, maar wel een grote naam die vastzat en moeite had om zichzelf opnieuw uit te vinden. De club lag uit de Champions League, had weinig zelfvertrouwen en had een redder nodig die de ambities weer aan kon wakkeren. Toen wandelde Ronaldinho binnen. Een voetballer met krankzinnig veel talent, maar een trainingsmentaliteit die grensde aan verwaarlozing. Hij leek niet de persoon om een dynastie omheen te bouwen.

Ronaldinho had net het WK gewonnen met Brazilië, als de jongste in een voorhoede met Ronaldo en Rivalo. Maar hij werd gezien als een onbetrouwbare speler, een wildebras die het af liet weten als het er echt om ging. Bij zijn vorige club Paris Saint-Germain was Ronnie vaak afgeleid door zaken buiten het veld.

De brede glimlach en rebelse persoonlijkheid waren altijd onderdeel van zijn voorkomen, maar zijn gebrek aan focus zorgde ervoor dat trainer Luis Fernandez klaar met hem was. Ronaldinho liep het risico de nieuwe Denílson te worden, een gefaalde losbol die uiteindelijk niet meer was dan een vermakelijke sideshow, terwijl zijn carrière zoveel meer in petto had.

De entree van Ronaldinho in Camp Nou was een verse start en het begin van zijn status als superster. In de voorgaande jaren joeg Barcelona de spelers en trainers er in moordend tempo doorheen. Met Frank Rijkaard aan het roer en Ronaldinho als spil won Barcelona in vijf jaar twee landstitels, de Champions League en twee Spaanse supercups. Het aura van onoverwinnelijkheid was terug in Catalonië en is tot op de dag van vandaag niet meer verdwenen.

In die periode speelden verschillende combinaties in de voorhoede van Barça, met onder meer Deco, Samuel Eto’o, Henrik Larsson, Ludovic Giuly en de opkomende Lionel Messi. Steeds was Ronaldinho de losbandige leider. Hij maakte gebruik van openingen die niemand anders zag en scoorde een aantal spectaculaire doelpunten.

Die legendarische streep uit stilstand tegen Chelsea, de omhaal tegen Atletico Madrid, deze actie tegen Villarreal of deze tegen Osasuna. Ronaldinho was ook gespecialiseerd in dode spelmonenten en schoot vrije trappen vanuit de vreemdste hoeken binnen. Soms onder het muurtje door, of door de bal te chippen, afhankelijk van de situatie.

Ronaldinho liet de bal dansen voor zijn en ons vermaak. Hij zette tegenstanders voor schut met zijn superieure controle, zijn gevoel voor tijd en ruimte. Hij was een van de besten in de akka en de no-lookpass. Zijn voetbal was puur plezier, maar altijd met een doel, het vermogen om het juiste moment te pakken. Ronaldinho was een volmaakte artiest. De laatste van zijn soort.

Zulke spelers worden niet meer op waarde geschat in de absolute top. Daar kwam Ronaldinho snel achter toen Pep Guardiola hoofdtrainer werd in de zomer van 2007. Pep zette spelers aan de kant die niet aan de fysieke eisen konden voldoen, of de toewijding niet hadden om zijn intensieve spel te spelen. Het maakte niet uit hoeveel talent je had. Deed je niet mee, dan moest je weg. Ronaldinho’s ster doofde snel uit, hij was het offer op het altaar van het collectief.

Het spontane individualisme van Ronaldinho is verloren gegaan in een meer methodische vorm van voetbal, zoals Guardiola en zijn discipelen hanteren. Ronaldinho en Guardiola staan voor twee verschillende ideologieën en twee verschillende periodes bij Barcelona. In tegenstelling tot de indrukwekkend verstikkende dominantie van Guardiola’s team, voelde dat van Ronaldinho spannend aan, door de improvisatie. Beide teams waren succesvol, maar er was er maar eentje echt leuk om naar te kijken.

Ronaldinho en het Barcelona dat sterk afhankelijk van hem was waren in seizoen 2005/06 op hun best. De wedstrijd hierboven tegen Real Madrid vond plaats middenin een zegereeks van veertien wedstrijden in de competitie, waarin Barca 38 keer scoorde en er maar zes tegen kreeg. Ze walsden over iedereen heen, inclusief Real Madrid in het Bernabeu.

Het thuisspelende team zat destijds nog in de greep van de obsessie met Galactico’s. De aartsrivaal van Barcelona had een ongebalanceerde basiself, met Zinedine Zidane, David Beckham, Ronaldo, Robinho en Raul. Dat team van Real Madrid liet zien hoe misleidend het kan zijn om volledig te vertrouwen op bijzondere individuën. Ronaldinho liet zien wat voor waarde een individu kan hebben in de juiste setting.

In zijn vrije rol vanaf de linkervleugel werd Ronaldinho stevig aangepakt door Michel Salgado in het bijzonder. Maar Ronnie had al snel zijn beste vorm te pakken. Hij speelde met de tegenstanders, liet de bal in het bereik van verdedigers komen, om hem vervolgens weer weg te halen. Hij strooide met delicate passjes in de eerste helft, maar dat was niet meer dan de warming-up voor de hoofdact.

Barcelona kwam op voorsprong dankzij Samuel Eto’o voordat Ronaldinho de overwinning veilig stelde met twee perfect uitgevoerde doelpunten. Bij de eerste goal kreeg hij de bal op eigen helft, stoomde hij de linkervleugel op, floepte langs Sergio Ramos, liep langs Ivan Helguera en schoot binnen. Het net was nog nauwelijks gebold toen Iker Casillas zijn armen de lucht in zwaaide uit frustratie. Bij de tweede goal passeerde Ronaldinho wederom Ramos, om daarna in de verre hoek binnen te schieten. De supporters van Real Madrid gaven Ronaldinho een staande ovatie.

Ronaldinho oversteeg rivaliteit. Hij was onweerstaanbaar en, helaas te kort, onaanraakbaar. Zelfs de fanatiekste supporters konden niet anders dan Ronaldinho bewonderen, terwijl hij hun favoriete team met een glimlach op zijn gezicht aan stukken reet. Een maand later werd hij voor de tweede keer op rij uitgeroepen tot beste speler ter wereld. Tegen het einde van het seizoen had Barcelona de Spaanse titel en de Champions League gewonnen. Het team was totaal getransformeerd sinds zijn komst.

“Ronaldinho is verantwoordelijk voor de transformatie van Barcelona. Het was geen goede tijd en de verandering na zijn komst was ongelofelijk. In het eerste jaar won hij nog niks, maar werden mensen verliefd op hem. Daarna stroomden de prijzen binnen en maakte hij iedereen blij. Barça moet hem voor altijd dankbaar zijn,” aldus Lionel Messi.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: