US

The VICE Channels

Foto: Proshots
Monday, 6 March, 2017

Michiel Kramer is niets meer dan de boze opvolger van Colin Kazim-Richards

Elke maandag schrijft Martijn Neggers een sportcolumn voor VICE Sports over het theater achter het Nederlands voetbal. Rolt er een traan? Sneuvelt er een krat bidons? Laat iemand tijdens het juichen een tattoo voor zijn overleden cavia zien? Neggers staat erbij en kijkt ernaar.

Ik moest gisteren op een onbewaakt ogenblik ineens denken aan Colin Kazim-Richards. Niet omdat hij onlangs in een interview had gezegd dat hij het in zijn jeugd moeilijk had gehad omdat er spelers waren bij Arsenal die zijn schoenen doormidden knipten en bananen in zijn kluisje legden, of omdat Henk Spaan de mensheid afgelopen week maar weer eens wees op het feit dat Kazim voor dertien clubs speelt en nergens wordt gemist. Gisteren, tijdens Sparta-Feyenoord, dacht ik ineens aan Kazim Kazim, toen ik Michiel Kramer zag warmlopen. Of eigenlijk net iets erna, toen hij uit pure woede en frustratie zijn vuist plantte in de dug-out van het stadion waar hij te gast was.

Al een half jaar lang staat er boven mijn columns voor VICE Sports hetzelfde stukje tekst: de traan, de bidons en de tatoeage – elke keer diezelfde drietrap. Tranen vloeien wekelijks in de Eredivisie, of het nou op het veld is of op de tribunes, en tatoeages worden ook wekelijks geshowd, maar een sneuvelend krat bidons heb ik al eventjes niet meer voorbij zien komen. Het laatste krat ging omver door het wat onbeholpen voetenwerk van Colin Kazim-Richards, die totaal niet gelukkig was met het feit dat hij steeds vaker op de bank kwam te zitten en vrij snel gepasseerd was door de nieuwe ster aan het firmament: de van Den Haag overgekomen Michiel Kramer.

Vorig jaar was Kramer nog die rare Kramer, die later liever in de gehandicaptenzorg ging werken dan dat hij voetbaltrainer wilde worden. Die tegen journalisten lachte dat het voetbal natuurlijk ook maar een gek spelletje was, en dat we het allemaal maar niet al te serieus moesten nemen. Hij schoot er eens een balletje in, hij pestte eens een Ajax-verdediger, hij prikte eens een elleboog in iemands ribben en dan ging hij weer naar huis om met een kop jasmijnthee aan de keukentafel de politieke beschouwingen in de Elsevier te lezen.

Het krat bidons van Kazim kwam nog wel eens ter sprake, maar met de maand minder. Na de winter van 2015 verliet Kazim-Kazim Feyenoord. Michiel Kramer vernam het nieuws, smeerde een boterhammetje met pindakaas en dacht: ach kom, we gaan eens naar het werk toe. De wereld van Michiel Kramer kende weinig pieken of dalen. Hij stond op, hij deed zijn werk, en dan ging hij weer slapen.

Een jaar lang waren de fratsen van Michiel Kramer nog best wel grappig. Het was een naar mannetje, maar ergens had hij ook wat sympathieks. Een kutventje, maar een prima kutventje. Ergens kon je zeggen: er zit ook eigenlijk niet veel kwaad in.

Willem II - Feyenoord

Maar langzaam maar zeker begint Michiel Kramer te lijken op vervelend bezoek. Hoe langer hij op je bank zit, hoe meer je je aan hem begint te ergeren, en hoe meer je hoopt dat hij snel weer naar huis gaat. Hoe langer hij de reservespits van het eerste van Feyenoord is, hoe meer hij op zijn voorganger gaat lijken. Dat kan in je voordeel werken, als je voorganger Henke Larsson is, of Julio Cruz, maar niet als je de opvolger bent van Colin Kazim-Richards.

Ik vraag me af hoe Michiels zondag verder is geweest. Of hij na de wedstrijd in de kleedkamer uit kwaadheid, gillend zijn eigen voetbalschoenen doormidden heeft geknipt, voor de neus van Van Bronckhorst. Ik vraag me af of hij met spullen heeft gegooid, of dat hij zonder een woord te zeggen naar zijn auto is gelopen. Ik vraag me af of hij daar ineens, als in een slechte psychologische thriller, in de bijrijdersstoel een denkbeeldige Kazim Kazim heeft zien zitten.

‘Yeah, you know, Michael, now it’s your turn, you know.’

‘Hou je bek Kazim.’

‘You think I’m joking?’

‘Hou je bek, idioot!’

Misschien geeft hij na dat gesprek een keer extra gas. Misschien gooit hij het driehoekige doosje met tankstationboterhammen tegen het zijraam aan. Of parkeert hij zijn auto ergens langs de weg, gewoon om heel even in zijn eentje te kunnen huilen. Misschien kijkt hij nog een keer om naar zijn stukgeknipte voetbalschoenen op de achterbank.

Al vind ik Michiel misschien wel meer iemand die zijn vrouw sms’t dat hij pas laat thuis komt, en uit pure drift heel Nederland doorrijdt, met harde muziek aan. Dat hij hard en vals meezingt, terwijl hij afslagen als Swifterbant en Ureterp voorbijraast, om uiteindelijk laat en doodmoe voor zijn voordeur te parkeren. Als hij zijn handrem aantrekt, komt het beeld weer naar voren. Dirk wordt gewisseld, hij speelt wéér niet. Als hij zijn auto op slot doet, ziet hij weer voor zich hoe hij zijn woede laat vieren op de dug-out. Dan stapt hij zijn doodstille huis in.

In zijn eentje zit Michiel op zijn bank, thuis. Zijn kinderen slapen en ook zijn vrouw is al naar boven. Hij heeft alle lampen uitgedaan. Alleen het standby-lampje van de televisie brandt nog. Het hele huis is donker. Op zijn salontafel staan de vier helften van zijn voetbalschoenen. Hij pakt er eentje vast en beseft het ineens dat hij in driekwart jaar op de bank zijn volledige relativeringsvermogen is kwijtgeraakt. Hij kijkt nog eens naar zijn doorgeknipte schoen.

‘Ik ben Kazim geworden.’

@martijnneggers

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: