US

The VICE Channels

Foto: proshots
Tuesday, 21 February, 2017

Kotsen, vallen en scoren: de slopende druk van debuteren in de Eredivisie

Elk feestje dat je hebt overgeslagen, schiet door je hoofd. Je hele jeugd, elke training in weer en wind, het draait om dit moment: je debuut als profvoetballer. In een vol stadion, alle ogen en camera’s op je gericht. Je moet er maar tegen kunnen.

Dat kan niet iedereen. Levi Opdam bijvoorbeeld, die vorig jaar zijn debuut maakte in de hoofdmacht van AZ in de wedstrijd tegen Vitesse. Na een half uur moest de rechtsback gewisseld worden omdat de spanning hem teveel werd. Hij had weke knieën en moest twee keer overgeven. Het ging gewoon niet meer. “Het gekke is dat hij goed stond te spelen, maar het werd hem toch te veel,” liet trainer John van den Brom na afloop weten.

Lang niet iedereen gaat zo kapot als Opdam, maar voor elke debutant is het zeker een bloedspannend moment. “Volgende keer maar schoenen met klittenband,” zei Heerenveen-trainer Jurgen Streppel tegen Michel Vlap nadat hij van de spanning amper z’n veters nog kon knopen tijdens zijn debuut in november vorig jaar. De negentienjarige Fries zat al een paar keer bij de selectie maar thuis tegen Ajax mocht hij er een paar minuten voor tijd aan geloven. “Ik had toen al een paar keer op de bank gezeten dus ik was al een beetje gewend geraakt aan de sfeer eromheen,” zegt Vlap. “In De Kuip tegen Feyenoord mocht ik ook al warmlopen.”

Heerenveen - AjaxMichel Vlap bij zijn debuut tegen Ajax. (Foto: Proshots)

Maar toch was het niet genoeg. Als het dan echt gebeurt zijn de zenuwen de baas, ook al ben je uit nuchter Fries hout gesneden. Geklooi met veters en hij kreeg zijn trui ook amper uit. “Toen ik klaar stond langs de lijn, besefte ik wat er ging gebeuren,” zegt Vlap. “Ik moest lang wachten; Ajax kreeg eerst nog vijf corners en dat is niet het moment om te wisselen natuurlijk.” En toen kwam-ie, met nog drie minuten op de klok. Bijzonder voor Vlap, maar ook voor het publiek dat voor het eerst sinds tijden een geboren en getogen Fries zag debuteren. Opgegroeid op een kwartier rijden van het stadion, 1-0 achter tegen Ajax en nog een paar minuten te spelen: zo beginnen jongensboeken. “Toen kreeg ik ook nog een bal mee in de zestien meter, maar ik gleed weg. Zonde.”

Bijna was zijn debuut memorabel, zoals er zoveel in ons geheugen gegrift staan. Maar hoe kan het eigenlijk dat zoveel debuten ons bijblijven? Volgens sportpsycholoog Ivo Spanjersberg komt dat door ons selectief geheugen. “Er zijn natuurlijk veel meer kleurloze debuten van verdedigers die gewoon een redelijke wedstrijd spelen. Maar aan de andere kant kun je wel iets zeggen over de omstandigheden waarin de meeste spelers debuteren. Die zijn vaak ideaal. Tweede helft, 3-0 voor, het publiek heeft er zin in: dan kun je vrijuit spelen. En dat is ook vaak de opdracht. Geniet ervan, maak je acties en het komt goed. Spelers gedijen daar natuurlijk wel bij.”

Spanjersberg is specialist in sporters in mentale topconditie brengen voor het moment dat het erom gaat. Hij begeleidde Olympiërs naar de Spelen, gaat binnenkort aan de slag bij de jeugd van Feyenoord en werkte eerder voor NEC en Vitesse. “Voor mij begint het met een speler bewustwording bijbrengen. Als het gaat om spanning, moet de speler zichzelf afvragen: waar zit het in het lichaam? Wanneer voel ik het? En wat kan ik doen als ik het voel? Dat verschilt natuurlijk per persoon.”

Als voormalig teammanager van Ajax maakte David Endt ook menig debuut van dichtbij mee. “Bij die situatie van Opdam kan ik me iets voorstellen, ik ken hem als voetballer ook wel een beetje,” zegt hij. “Er zit altijd veel spanning bij hem, ook in zijn spel. Hij doet alles in de hoogste versnelling. Veel ambitie, maar weinig souplesse in de geest om de spanning te overwinnen. Dat kan verlammend werken, als je je zo bewust bent dat je een belangrijke mijlpaal bereikt.”

ajax - heraclesDavid Endt met een jonge Johnny Heitinga en Klaas-Jan Huntelaar. (Foto: Proshots)

Endt vertelt dat hij ook genoeg debutanten heeft gezien die geen last van zenuwen hadden. “Die wachten al lang op ‘Het Moment’ en hebben juist honger. Ze kunnen gewoon niet wachten om het veld op te gaan. Anderen maskeren hun zenuwen. Dat lukt nooit helemaal, maar meestal stellen andere spelers en begeleiders hen zoveel mogelijk op hun gemak. Bijvoorbeeld een ervaren speler die zegt: ‘Als je het even niet weet, speel mij de bal dan maar aan.’”

Endt nam probeerde als teammanager altijd luchtig om te gaan met het debuut van een speler. “Ik probeerde altijd te benadrukken dat het vooral leuk is en dat er, als de speler gewoon zijn ding doet, niets mis kan gaan. Een ontspannen sfeer dus. Sommigen hebben daarvoor meer en anderen minder woorden nodig. Dat moet je aanvoelen. Maar na die eerste keer is het meestal wel voorbij met de ergste spanning.”

Het komt dus vooral neer op goede voorbereiding. Als een speler op de dag zelf nog mentaal moet worden klaargestoomd voor zijn debuut, is dat eigenlijk al te laat volgens Spanjersberg. “Mijn werk moet dan al klaar zijn. Anders zou een speler veel te afhankelijk van me zijn. Eigenlijk hoef je een speler alleen nog maar op z’n gemak te stellen. Een goede trainer geeft zo’n jongen een aai over z’n bol en zegt: ga maar lekker ballen.”

Als dat lukt, dan kan het fantastisch uitpakken. Kijk naar debuut van Jürgen Locadia voor PSV. Een zuivere hattrick binnen achttien minuten. Of Dennis van der Heijden, die een jaar geleden bij zijn debuut bij ADO Den Haag met zijn eerste balcontact scoorde. Maar zelfs de meest geslaagde debutanten zullen de spanning hebben gevoeld. Je hoort vaak dat je die kwijt bent na je eerste balcontact. “Dan zit je in de wedstrijd en vergeet je alles om je heen,” zegt Vlap.

vvv - psvJürgen Locadia viert zijn hattrick bij zijn debuut. (Foto: Proshots)

Spanjersberg ziet zelf ook hoeveel waarde spelers aan dat eerste balcontact hechten. Dat is niet ongevaarlijk volgens hem. “Je hoort vaak spelers zeggen: mijn eerste bal moet goed zijn. Maar daarmee zadel je jezelf dus meteen met problemen op als je die bal verspeelt. Dan zit je al meteen niet lekker in de wedstrijd. Het is beter om van moment naar moment te gaan. Niet denken aan het wat er net gebeurde, maar aan de actie die komt.”

Thomas Waanders, die onder andere als topsportbegeleider voor de opleiding van FC Groningen werkt, gelooft dat je spelers prima mentaal kunt voorbereiden op de druk tijdens hun debuut. Voor een groot deel dan. “Ik zeg niet dat je de exacte omstandigheden kunt simuleren, maar we kunnen spelers wel in situaties brengen waarin ze vergelijkbare interne ervaringen gedachten, emoties, lichamelijke sensaties zullen hebben. Spelers moeten leren om hun aandacht bij het spel te houden, wat er ook in hun hoofd afspeelt. We zijn al snel geneigd te worstelen met ongewenste gedachten en gevoelens. Je kunt dat vergelijken met wegzakken in drijfzand. Hoe harder je worstelt, des te harder je wegzakt.”

Om dat drijfzand te voorkomen, moet je dus realistisch blijven. “Niet voor niks sturen trainers debutanten het liefst zonder veel verantwoordelijkheden of opdrachten het veld op,” zegt Spanjersberg. “Vrij zijn werkt het beste. Ga lekker voetballen, dat moet je als speler dan eigenlijk ook tegen jezelf kunnen zeggen. Jezelf dingen opleggen, zoals ‘ik moet een doelpunt maken’ of ‘ik wil indruk maken’ werkt bij de meeste spelers averechts.”

Maar als je eenmaal in de kleedkamer zit te worstelen met je veters en de zenuwen gieren door je lichaam, sta je er toch alleen voor. Veel voetballers zullen dan twijfelen om hun medespelers om hulp te vragen. Volgens Waanders is dat tegenwoordig gelukkig steeds minder een probleem. “Het voetbal is een masculiene cultuur, dus je stelt je niet makkelijk open en kwetsbaar op. Maar iedereen ervaart zo spanning, twijfelt en voelt zich onzeker. Dat is normaal en het is steeds makkelijker om dat te delen met anderen. Door te doen alsof dat soort interne ervaringen niet bestaan, houdt een speler vooral zichzelf juist voor de gek. Vergelijk het met een strandbal die je lange tijd onder water probeert te houden. Ontzettend vermoeiend en vroeg of laat komt die strandbal toch weer bovendrijven.”

Sommige debuten had je bij willen zijn, zoals dat van Arjen Robben voor FC Groningen, waarbij iedereen in het stadion meteen wist: dit wordt een hele grote. Of debuten waar je met plaatsvervangende schaamte naar kijkt, zoals dat van die arme Levi Opdam. Of hartverwarmende debuten, zoals Vlap, de eerste Fries sinds jaren in Heerenveen. De talloze kleurloze debuten zijn er ook, en dan heb je nog het debuut van Asumah Abubakar, vorig jaar voor Willem II. Aantal gespeelde minuten: tien. Aantal balcontacten: nul. Maar voor alle debuten geldt: de kop is eraf. Daarna begint het pas.

Dit is een artikel uit de VICE Sports themaweek over sportpsychologie. Zie hier alle artikelen van deze themaweek.