US

The VICE Channels

Foto: Rebecca Camphens
Wednesday, 18 January, 2017

Hoe Sofian Akouili na zijn doorbraak in de Eredivisie op een zijspoor belandde

VICE Sports laat deze transferperiode drie Nederlandse profvoetballers aan het woord die nu de topjaren van hun carrière zouden moeten beleven, maar door verkeerde keuzes of botte pech zonder profclub zitten. Dit is deel twee van het drieluik (zie hier deel een).

Sofian Akouili promoveerde in 2012 met Willem II naar de Eredivisie en speelde het seizoen daarna op het hoogste niveau van Nederland. Zijn carrière als verdedigend talent zat in de lift, maar door een schimmige aanbieding uit Kazachstan, een blessure bij FC Volendam en mislukte stages in Marokko ging het de verkeerde kant op met Sofian. Sinds dit seizoen speelt hij op amateurbasis bij OFC Oostzaan in de Derde Divisie. Dit jaar wil hij zijn laatste kans op een terugkeer in het profvoetbal pakken.

VICE Sports ontmoette Sofian in een café in Amsterdam, om te horen hoe het de laatste jaren met hem is gegaan. Dit is zijn verhaal.

“Ik snap nog steeds niet dat ik na mijn eerste Eredivisieseizoen niet bij een club in Nederland terecht kon. Ik was 24 jaar, had aardig wat wedstrijden gespeeld voor Willem II en was transfervrij. Ik voelde dat ik goed aan kon haken op het niveau van de Eredivisie, ook tegen spitsen als Graziano Pellè. Marc van Hintum, toen technisch directeur van Willem II, zei dat ik zo een nieuwe club zou vinden. “Jij hoeft je geen zorgen te maken. In jou hebben genoeg clubs interesse,” zei hij aan het einde van het seizoen.

Maar toen mijn zaakwaarnemer aan de slag ging om een nieuwe club voor me te vinden, bleken al de clubs uit de kelder van de Eredivisie en de top van de Jupiler League geen interesse te hebben. Ik vond dat een heel vreemd verhaal, omdat Van Hintum had gezegd dat het wel goed zou komen. Omdat er niks kwam in Nederland, moest ik de stap naar het buitenland zetten. Dat was misschien wat snel, want ik was nog vrij onervaren, maar ik had er vertrouwen in dat het zou lukken. Via een contactpersoon kwam ik uiteindelijk terecht bij FC Atyrau uit Kazachstan. Dat bleek later foute boel.

FC Atyrau was op trainingskamp in Turkije en ze nodigden mij uit om er in januari 2014 aan te sluiten. Ik ging er naartoe en trainde mee met die jongens. Het niveau was voor mij geen probleem. De trainers waren enthousiast en na twee dagen zeiden ze al dat ik er een contract kon tekenen. Maar de communicatie was moeilijk, omdat ze niet goed Engels spraken. Het ging allemaal niet echt professioneel, maar ik had het contract laten vertalen door mijn broertje en heb het alsnog getekend. Ik dacht: ik zie wel hoe het gaat.

IMG_8132Foto door Rebecca Camphens

De competitie van Kazachstan zou pas in maart beginnen, dus we hadden nog een flink stuk seizoensvoorbereiding te gaan. Er was een jongen in de trainersstaf die Engels sprak en optrad als vertaler voor mij. Hij vertelde me dat de hoofdtrainer helemaal gek op mij was en veel in mij zag. Maar na een paar weken kreeg ik na afloop van een wedstrijd uit het niets te horen dat ik mijn spullen kon pakken en moest vertrekken. Mijn contract werd verscheurd. Je hoort wel vaker hoe dingen in het buitenland gaan, maar dit was echt bizar. Ik stond machteloos.

Ik keerde terug naar Nederland en had een probleem, want ik had inmiddels al ruim een half jaar geen officiële wedstrijd gespeeld. Uiteindelijk kon ik via mijn zaakwaarnemer stagelopen bij het FC Volendam van Hans de Koning. Na bijna een jaar zonder officiële wedstrijd, door het uitblijven van een Nederlandse club en die mislukte periode bij FC Atyrau, tekende ik voor seizoen 2014/15 bij FC Volendam. Daar hervond ik mijn geluk als voetballer. Ik speelde alles en we promoveerden zelfs bijna via de play-offs. Maar het tweede seizoen kampte ik met een overbelastingsblessure en kwam er een nieuwe trainer, die voor een andere rechtsback koos. Ik speelde nauwelijks meer.

Ik had dus na een goed jaar bij FC Volendam wéér een jaar nauwelijks gespeeld. Mijn contract liep af, ik vertrok bij FC Volendam en ben via een tussenpersoon naar Marokko geweest, om een proefperiode te lopen bij Kasbat Tadla, dat daar net gepromoveerd was naar het hoogste niveau. Qua organisatie was het in Marokko helaas superslecht. Ik moest er bij de clubleiding zelf achteraan gaan of we nog wel gingen trainen, en of ik bijvoorbeeld nog sokken kreeg. Die kreeg ik de hele week niet! Gelukkig had ik eigen sokken mee om op te trainen.

Ik besloot op een gegeven moment de contactpersoon te bellen die me naar Marokko had gebracht, om aan een club te komen. “Ik ben hier niet op vakantie, ik ben hier om te komen trainen”, zei ik. Uiteindelijk heb ik maar één oefenwedstrijd gespeeld. De wedstrijd daarna mocht ik opeens niet meedoen. Ik ben daarna nog bij Magreb Fez, een andere Marokkaanse club, stage gaan lopen, maar dat werd ook niks. Ik trainde een paar dagen mee, maar vlak voordat ze op trainingskamp gingen, zei de trainer dat ik naar huis kon gaan. Ik dacht: als het zelfs op dit lage niveau niet lukt, heeft het geen zin meer.

Sinds ik terug ben in Nederland, ben ik weer met Royce de Vries en andere zaakwaarnemers aan de slag gegaan. Ik heb ook zelf clubs gebeld. De Graafschap, FC Dordrecht, FC Emmen – praktisch elke club uit de Jupiler League, behalve FC Volendam. Maar nee, ik was nergens nodig. Misschien zijn ze aan het bezuinigen, misschien denken ze dat ik teveel geld vraag, er spookt van alles door mijn hoofd.

IMG_8160

Ik heb besloten om dit seizoen op amateurbasis te voetballen voor OFC Oostzaan. Wie weet komt er dan nog een club langs uit de Jupiler League of het buitenland. Als er dit jaar niks komt, moet ik wel realistisch zijn. Dan moet ik naar een maatschappelijke carrière kijken. Ik heb mijn HAVO gedaan, maar daarna nooit wat afgemaakt. Daar heb ik nu wel spijt van. Ik denk er soms aan om met jongeren te werken. Ik zou bijvoorbeeld met de gemeente een sportproject op kunnen zetten voor jongeren die in de puberteit zitten. Ik kom uit een periode waarin de computer nog niet echt een rol speelde. We speelden de hele dag buiten en moesten aan het einde van de dag naar binnen geroepen worden door onze moeders.

Op het pleintje waar ik kwam, speelden Oussama Assaidi, Mbark Boussoufa, Luciano Narsingh, noem maar op. ‘s Avonds ging het pleintje op slot, maar wij waren nog klein en konden door een opening heen. Dan belden de buren de opzichter dat we weer naar binnen waren gegaan om te voetballen. We leefden daar, als we klaar waren met school of als het vakantie was. We aten daar, voetbalden in de regen. Dat zijn echt leuke jeugdherinneringen. Als je nu kijkt naar jongeren zitten ze op Facebook, Instagram, spelcomputers. Ze hebben genoeg pleintjes en faciliteiten. Alles is er, maar ze zitten thuis. Ik merk het ook bij mijn zusjes, die zitten de hele dag op de telefoon. Het is steeds moeilijker om jongeren te stimuleren. Dat zou wel een uitdaging voor mij zijn.

Maar nu ben ik nog bezig om via via een stap te maken naar een profclub. Ik ben geen talent meer, niet meer de jongste speler, maar ik wil de laatste jaren nog even op lekker niveau voetballen. Het kan niet nu al klaar zijn.”

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: