US

The VICE Channels

Alle foto's door Fleur Groenen
Monday, 16 October, 2017

Hoe Kemy Agustien via de Filipijnen in de Tweede Divisie belandde

In het Koning Willem II Stadion gooide een piepjonge Kemy Agustien de bal richting Sami Hyypiä. Die kleine ballenjongen had toen nog geen idee wat voor carrière hem te wachten stond. Maar de op Curaçao geboren Agustien werd middenvelder in de hoofdmacht van de Tilburgers en zette later nog elf andere profclubs achter zijn naam.

Als een nomade trok Agustien langs verschillende landen en culturen. Hij speelde bij Willem II, AZ, Roda JC, Birmingham City, RKC Waalwijk, Swansea City, Crystal Palace, Brighton & Hove Albion, Vendsyssel FF, Hamilton Academical, FC Dordrecht en Global Cebu FC op de Filipijnen. Tijdens zijn avonturen trof hij Hyypiä zelfs weer, dit keer als zijn hoofdtrainer bij Brighton & Hove Albion.

Momenteel is de international van Curaçao terug in Nederland. Ondanks dat zijn laatste werkgever in Azië het nog probeerde te dwarsbomen, maakte hij vorige week zijn debuut bij de Tweede Divisie-club TEC uit Tiel. VICE Sports sprak met Agustien in een ietwat treurige Van der Valk Hotel in Houten, maar zijn aanstekelijke energie bracht genoeg leven in de brouwerij. Dit is zijn verhaal.


“Ik keek er tegenop om weer in Nederland te wonen. Ik heb het niet met de mentaliteit hier, maar tot nu toe bevalt het wel. Ik heb zeven jaar in Engeland gewoond. Het weer is er minder, maar de mensen zijn wel vriendelijker. Ze klagen niet zo veel als in Nederland. Mensen zijn hier best vaak chagrijnig. Iedereen gaat door van alles en nog wat in het leven, maar je kunt wel een positieve blik behouden.

Ik ben voor mijn familie teruggekomen. Zij zijn alles voor me. Ik ben zelf opgegroeid zonder vader, dus probeer zoveel mogelijk tijd met ze door te brengen. Toen mijn contract twee jaar geleden afliep bij Brighton & Hove Albion, wilde ik al terugkomen naar Nederland, maar toen kwam er geen club voor me. Dat vond ik een beetje raar. Ik was er wel zeven maanden uit geweest met een blessure, maar ik had wel interesse uit Nederland verwacht. Omdat die interesse niet kwam, had ik het even gehad met voetballen. Ik stond op het punt te stoppen.

Alle foto’s door Fleur Groenen.

Op dat moment belde Patrick Kluivert. Als bondscoach van het nationale elftal van Curaçao wilde hij mij erbij hebben. Natuurlijk wilde ik er graag bij zijn, maar ik was wat zwaarder en bijna niet vooruit te krijgen. ‘Kom nou maar,’ zei hij. Even later speelde ik voor het eerst in acht maanden weer een wedstrijd, in Almere tegen Suriname. Ik gaf gelijk een assist. Vanaf dat moment heb ik veel contact gehouden met Kluivert en hij heeft veel op me ingepraat. Ik geef nog vaak aan hoe dankbaar ik hem ben voor die periode. Dat iemand met zo’n staat van dienst zich zo bekommert om iemand.

Ik hakte de knoop door en besloot dat ik het toch graag nog wilde proberen als profvoetballer. Vervolgens ben ik korte periodes naar Denemarken en Schotland geweest, bij Vendsyssel FF en Hamilton Academical FC, maar dat was niks. Afgelopen seizoen heb ik even bij FC Dordrecht gezeten, waarna er interesse kwam uit Azië, van Global Cebu FC. Ze hadden een aantrekkelijk aanbod, dus ik ging voetballen op de Filipijnen. Waarom ook niet? Wat ik daar allemaal heb meegemaakt, is ongelooflijk. Je kunt daar voor drie man eten voor twintig euro. Het weer is goed, elke dag verse jus, fruit en smoothies. De mensen zijn vriendelijk en iedereen spreekt Engels.

Ik tekende een contract voor twee jaar, maar al snel werden er afspraken niet nagekomen. Er worden veel politieke spelletjes gespeeld. De eerste twee maanden kreeg ik mijn salaris nog netjes betaald, maar nadat ik met Curaçao om de Caribbean Cup en de Gold Cup speelde, betaalde de club ineens mijn salaris en mijn appartement niet meer. De clubpresident zat in een geldcrisis. Ik was de duurste speler daar, dus één plus één is twee. Hij zei: ‘Probeer maar een club in Engeland te regelen, als er interesse komt. Blijf ondertussen in Nederland en kijk of je de deal rond kunt krijgen.’ Dat deed ik, maar het bleek een list van de clubpresident.

Op 1 augustus viel ineens een brief op mijn deurmat, van Global Cebu FC: ‘Wegens het niet komen opdagen van Agustien, willen we hierbij het contract ontbinden.’ Ik heb daarom een zaak aangespannen tegen de club, maar daar gaat tijd overheen. Om fit te blijven, ging ik meetrainen met TEC, maar vanuit de Filipijnen wilden ze me geen vrijstelling geven om er te spelen. Ze wilden me pas vrijgeven als ik er geen zaak van zou maken. Ze wisten dus precies wat er aan de hand was. Onlangs heb ik toestemming gekregen van de KNVB om bij TEC te spelen, maar we zijn nog druk bezig met de zaak. Ik heb nog recht op achttien maanden salaris, dus we gaan zien wat eruit te halen valt.

Nu ben ik 31 jaar en speel ik bij TEC. Dit is niet mijn eindstation, zeer zeker niet. Ik wil een heel jaar voetballen. Het plezier weer terugkrijgen. Mijn eerste twee wedstrijden heb ik net achter de rug. Dan moet je niet meteen te kritisch zijn, al ben ik dat in het verleden altijd heel erg geweest naar mezelf toe. Lange tijd heb ik niet gevoetbald en met overgewicht gezeten. Nu heb ik de stijgende lijn te pakken. Die hoop ik door te zetten.

Achteraf gezien had ik dingen iets anders kunnen doen, zoals mijn overstap van Swansea City naar Brighton & Hove Albion. Ik had misschien meer geduld moeten hebben bij Swansea, maar dat is achteraf praten. So be it. Swansea was geweldig. Daar heb ik onder manager Brendan Rodgers in de Premier League gespeeld, nadat Swansea vanuit de Championship was gepromoveerd. De eerste wedstrijd in de Premier League was Manchester City-uit, speelde ik ineens voor 50.000 man. Jongens als Yaya Touré, David Silva, en Mario Balotelli stonden op het veld. Zulke momenten neemt niemand me meer af.

In mijn periode bij Swansea heb ook een niet zo mooie ervaring gehad. Ik reed met een neef van me, zijn vrouw en een vriendin hier in Nederland. Het was ’s ochtends en mijn auto begaf het. Ik reed destijds in een Range Rover en als zo’n auto begint te slingeren, kun je hem niet tegenhouden. We belandden in de berm en vlogen twee keer over de kop. Ik mag God dankbaar zijn dat ik er nog ben, eigenlijk. Ik denk er elke dag nog aan. Terwijl ik er niks aan kon doen, had ik andere mensen schade toe kunnen brengen. Dat doet me pijn. Het was wel een wake-up call: het kan zomaar over zijn.

Daarom ben ik blij waar ik nu ben. Ik ben dolgelukkig dat ik m’n kinderen elke dag zie en daarnaast kan voetballen. Ik loop ondertussen ook mee bij Willem II Onder-15 als stagiair-assistenttrainer. Misschien is dat iets als baan voor over een paar jaar. Ik heb nu niet het gevoel dat ik als speler zou misstaan in de Eredivisie. Een buitenlands avontuur zou ik ook wel mooi vinden. De Championship, League One of League Two zou prachtig zijn, dat zijn topcompetities. Maar eigenlijk wil ik niet eens zo ver vooruit kijken. Ik heb veel gekregen en gezien door het voetbal, maar op den duur houdt het op.

Laatst zei een teamgenoot van TEC tegen me: ‘Waarom ga je niet iets doen met motivational speaking? Je hebt echt een verhaal. Als jij met kinderen of jonge jongens gaat praten, dan komt dat zeker over.’ Zelf heb ik dat besef niet echt. Misschien is dat iets waar ik me in kan verdiepen, maar op dit moment wil ik gewoon lekker voetballen. Ik ben geen planner, dus we zullen zien wat er allemaal op mijn pad komt.”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: