US

The VICE Channels

Foto's door Fleur Groenen
Thursday, 30 March, 2017

De 21-jarige trainer die carrière maakt bij de AZ Voetbalschool

In de jeugdopleiding van AZ hebben ze goed begrepen dat het Nederlands voetbal wel wat nieuwe impulsen kan gebruiken. Daar krijgen jongens zonder ervaring als profvoetballer de kans om jeugdelftallen te leiden, probeert men het gebruik van statistieken als hulpmiddel te perfectioneren en wordt gebruik gemaakt van virtual reality.

Alessandro van Hallem heeft geen ervaring als profvoetballer, maar werkt als assistent-trainer bij de AZ Voetbalschool in de regio, een initiatief om het voetbaltalent in Noord-Holland te stimuleren. Daar coacht hij de beste Onder 10- en Onder 11-pupillen uit de provincie. Alessandro liep eerder al twee jaar stage in de jeugdopleiding van Ajax. Zijn grote voorbeeld is Thomas Tuchel, die nauwelijks ervaring als profvoetballer heeft, maar zich als jeugdtrainer heeft ontwikkeld en nu aan het roer staat bij Borussia Dortmund.

Alessandro is pas 21 jaar en timmert zelf al aardig aan de weg, maar heeft nog een lange weg te gaan. VICE Sports sprak hem in een koffietentje in Alkmaar, om te praten over zijn werk, de staat van het Nederlands voetbal en de toekomst van het trainersvak.

VICE Sports: Ha Alessandro, ben jij op jouw leeftijd een uitzondering bij een profclub in Nederland?
Alessandro van Hallem: Ik denk dat profclubs gelukkig steeds minder kijken naar de leeftijd van trainers en steeds meer naar wat iemand kan, wat zijn kwaliteiten zijn. Ik zie bij andere profclubs steeds meer jonge trainers in dienst, maar nog niet bij de oudere elftallen. Daar moet je echt naartoe werken.

AZ staat bekend om het hebben van een innovatieve jeugdopleiding. Welke nieuwe ontwikkeling vind je het interessantst?
Bij verschillende clubs, waaronder FC Barcelona, zijn ze bezig met visualisatietraining en virtual reality. Bij AZ gebruiken we dat ook. Als een speler zo’n vr-bril opzet, kan hij op een specifiek moment zien wat er voor hem gebeurt, maar ook wat er achter hem gebeurt. Dan kan je daar naar leren handelen aan de hand van de aanwijzingen die de monitor geeft. Als je die inzichten meekrijgt, denk ik dat je echt een betere sporter wordt.

In Nederland komen tot nu toe bijna alleen ex-profs aan de bak als hoofdtrainer. De KNVB wil dat veranderen met een nieuwe opleiding. Hoe kijk jij daar naar?
Als jij heel veel ervaring hebt als voetballer, wil dat niet meteen zeggen dat je voldoende kwaliteiten en inzichten hebt als trainer. Dat zijn twee totaal verschillende vakgebieden. Als clubs zeggen dat je profvoetballer moet zijn geweest om bij hen aan de slag te gaan als trainer, dan denk ik: waar baseer je dat op? Dat is dan alleen maar de druk die je hebt gevoeld als speler, maar dan weet je nog niet hoe je training op een professionele wijze aan moet bieden. Dat weet je wel als je tien, vijftien jaar lang ervaring hebt als trainer.

Dan ben je vast blij met wat er in Duitsland gebeurt, met de opmars van de laptoptrainers.
Zeker. Borussia Dortmund heeft met Thomas Tuchel een trainer van begin veertig, dat spreekt mij natuurlijk ontzettend aan. Hij is voor mij echt een voorbeeld. Een jonge trainer met ambitie, die ervaring heeft opgedaan als jeugdtrainer, en het nu laat zien als hoofdtrainer bij een topclub. Het is mooi dat de KNVB daar nu ook voor open staat.

ALESSANDRO-10Alles foto’s door Fleur Groenen.

De KNVB is ook bezig het jeugdvoetbal te vernieuwen, met meer wedstrijden op kleinere veldjes. Wat vind je daarvan?
Dat is wel positief. We zijn een paar jaar geleden begonnen met de Twin Games, waarin je op kleine velden vijf tegen vijf, acht tegen acht of negen tegen negen speelt. Als je met kleinere aantallen werkt, ben je van jongs af aan al bezig met veel balcontact maken en met veel verschillende situaties omgaan. Maar ik ben niet altijd voorstander van de kleinere velden, omdat ik vind dat je wel ruimte moet herkennen. Je moet langzaam naar een groot veld toewerken, zodat spelers niet voor een verrassing komen te staan als ze opeens met veel ruimte werken.

Ik hoor vaak dat we tactisch achterlopen in Nederland. Ben je het daarmee eens?
Ik denk juist dat we tactisch goed ontwikkeld zijn, omdat we in Nederland goed opgeleid worden, met goede docenten die ons als trainers alle middelen bieden. Als we een achterstand hebben komt dat, denk ik, puur vanuit de trainers en niet zozeer vanuit de opleiding.

Wat ontbreekt er dan bij Nederlandse trainers?
Ik denk intrinsieke motivatie. Als jij niet naar voldoende wedstrijden kijkt of je niet interesseert in de tactieken van bepaalde teams, dan mis je een bepaalde motivatie om je verder te ontwikkelen.

Dus te weinig drive, wat spelers vaak wordt verweten, zie je ook bij trainers?
Ja, niet bij allemaal, want ik heb ook veel samengewerkt met jongens die dat wel hebben. Maar je ziet bepaalde trainers die achterlopen, niet voldoende ontwikkeld zijn. Dan ligt dat niet zozeer aan de opleiding, maar aan de trainer zelf. Je moet er wel echt alles voor over hebben om jezelf door te ontwikkelen, wil je in die wereld terechtkomen. Dat is heel erg belangrijk. Het begint al bij de amateurclubs.

Wat zie je daar mis gaan?
Trainers die aankomen op de club, ter plekke bedenken wat ze die dag gaan doen, dat uitzetten en de spelers hun ding laten doen. Op die manier ga je niet verder komen. De meeste amateurtrainers die zeggen dat ze hogerop willen, werken zo. Maar je komt pas verder als je je goed voorbereidt en van tevoren al bedenkt wat je de spelers wil leren.

ALESSANDRO-12

Je hebt de laatste jaren bij Ajax meegelopen en bent nu assistent-trainer bij de AZ Voetbalschool. Welke verschillen heb je gemerkt tussen de twee jeugdopleidingen?
Ik merk dat het vooral in de aanpak zit. De Amsterdamse mentaliteit zorgt voor een duidelijke, straight-to-the-point en best wel harde manier van begeleiden. Toen ik bij Ajax was, moest er moet echt hard getraind worden. Als dat niet gebeurde, kregen de jongens een preek. Iedereen bij AZ heeft ook de ambitie om het maximale uit zichzelf en anderen te halen, maar ik merk dat het wat gemoedelijker is.

Waarin uit zich dat bijvoorbeeld?
Kinderen krijgen bij AZ veel persoonlijke aandacht, wat essentieel is om te presteren. Wie aandacht en oprechte interesse krijgt, ontwikkelt zich sneller. Bij Ajax gebeurt dat ook wel, maar komt het ook voor dat een speler echt even geraakt wordt en een traan moet laten. Dat is het verschil in visie van opleiden. Er valt voor beide manieren wat te zeggen. Spelers bij Ajax zijn het harde, waar ze op latere leeftijd ook mee te maken krijgen, al van jongs af aan gewend. Dat kan een voordeel zijn. Aan de andere kant: als een speler zich thuis en gewaardeerd voelt op de club, durft hij ook fouten te maken. Dat is ook leerzaam.

Heb je inhoudelijk ook verschillen gemerkt?
Los van de benadering hebben ze een iets andere visie. Ajax is heel erg van de techniek, met individuele techniektraining en vandaaruit meteen naar de partijvormen. AZ traint vanuit spelprincipes. Bij de jongste teams staan technische vaardigheden centraal en wordt er veel gebruik gemaakt van verschillende soorten ballen, ondergronden en aantallen. Spelers worden zo uitgedaagd om zelf oplossingen te vinden en leren daarom van jongs af aan het spel begrijpen.

Binnen een elftal heb je altijd jongens met verschillende sociaal-economische achtergronden en thuissituaties. Hoe ga je ermee om als je merkt dat een spelertje het daarmee moeilijker heeft?
Een trainer is vaak een voorbeeld voor een speler, dus die rol moet je innemen om te helpen. Als een kind zich in zijn eigen huis minder thuis voelt en jij geeft het kind wel de aandacht en een goed gevoel op de club, dan zal hij zich eerder ontplooien dan wanneer je hem afbrandt omdat hij een langere periode verkeerde keuzes maakt op de training. Ik denk dat het voor een kind helpt om er bovenop te komen als hij weet dat er aandacht aan hem wordt geschonken, ook in moeilijke tijden.

ALESSANDRO-8-2

Binnen een elftal heb je altijd jongens met verschillende sociaal-economische achtergronden en thuissituaties. Hoe ga je ermee om als je merkt dat een speler het daar moeilijk mee heeft?
Een trainer is vaak een voorbeeld voor een speler, dus die rol moet je innemen om te helpen. Als een kind zich in zijn eigen huis minder thuisvoelt en jij geeft het kind wel de aandacht en een goed gevoel op de club, zal hij zich eerder ontplooien dan wanneer je hem afbrandt omdat hij een langere periode verkeerde keuzes maakt op de training. Ik denk dat het voor een kind helpt om er bovenop te komen als hij weet dat er aandacht aan hem wordt geschonken, ook in moeilijke tijden.

Wat doe je in je vrije tijd om op eigen houtje meer te leren als trainer?
Op Facebook heb je meerdere trainerspagina’s waar trainers tactische elementen van hun eigen spel of club toelichten. Dat vind ik super interessant. Laatst heb ik ook een proefles psychologie gevolgd, want ik werk elke dag met mensen in sociale zin. Ik ben ook veel bezig geweest met een ander boek, het Athletic Skills Model van René Wormhoudt, waarin ze technieken van verschillende sporten met elkaar verbinden.

Die uitwisseling met andere sporten zie je nog relatief weinig in het Nederlands voetbal. Onder meer Johan Cruijff pleitte daar vaak voor. Wat haal jij eruit?
Ik ben ook hoofdtrainer bij een amateurclub, Kolping Boys. Daar probeer ik regelmatig een clinic te geven met een andere sport. We hebben laatste bijvoorbeeld een crossfitclinic gedaan, zijn een keer naar een rugbytraining gegaan en binnenkort gaan we judoën. Zo leren de spelers nieuwe technieken en krijgen ze inzicht in verschillende benaderingen. Als je de techniek van meerdere sporten met elkaar verbindt, word je echt een betere voetballer. De benadering bij vechtsport is bijvoorbeeld heel anders dan bij voetbal.

Wat is er anders aan die benadering?
Het constant hameren op het door blijven gaan, doorzetten, niet opgeven. Die vechtersmentaliteit mis ik een beetje in de voetbalwereld. Ik denk dat we in Nederland fysiek tekort komen, maar het ontbreekt ook echt in de vechtersmentaliteit, het alles er aan willen doen om te willen winnen. Als we de jongste jeugd nu al in aanraking brengen met sporten en disciplines waarin dat doorzetten wel wordt aangeleerd, dan komt die kwaliteit en mentaliteit vanzelf weer terug in het voetbal.

ALESSANDRO-3

Van welke trainer in Nederland vind je de benadering het tofst?
Ik weet niet hoe Peter Hyballa bij NEC het precies doet achter de schermen, maar langs de lijn straalt hij zoveel passie en enthousiasme uit. Het kan hem niet gek genoeg zijn hoe hij aan de zijlijn doet, als zijn spelers maar beter worden. Dat vind ik zo fascinerend om te zien, dat ik er kippenvel van kan krijgen. Maar ik hou ook heel erg van de kalmte die Peter Bosz uitstraalt, alsof hij altijd alles onder controle heeft.

Hoe sta jij zelf eigenlijk langs de lijn?
Ik ben zelf wat rustiger, omdat ik bij de jongste jeugd vind dat je niet alles voor moet kauwen. De trainingen zijn bedoeld voor de aanwijzingen, de wedstrijd is het testmoment, dan moet je de coaching grotendeels loslaten. Soms zie ik aan de zijlijn bij de tegenstander trainers de hele wedstrijd losgaan. Dan denk ik: waar ben je mee bezig? Relax, kijk goed naar wat er gebeurt. Dan kan je het later goed bespreken.

Waar ligt jouw ambitie de komende jaren?
Binnen tien jaar wil ik hoofdtrainer zijn bij een team uit de bovenbouw van een jeugdopleiding. Ik zou het ook te gek vinden om een jeugdteam van Oranje te gaan leiden. Dat is toch het mooiste, als je voor je land een bijdrage kunt leveren. Op dit moment heb ik de ambitie niet om hoofdtrainer te worden bij een profclub, maar wie weet dat ik daar heel anders tegenaan kijk als ik 35 ben, meerdere leeftijdscategorieën in de jeugd heb gehad en ervaring op heb gedaan.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: