US

The VICE Channels

Foto via Max Teeling
Thursday, 2 March, 2017

Hoe de 17-jarige Max Teeling de eerste Nederlandse olympisch schansspringer kan worden

Max Teeling wint NK’s langlaufen met twee vingers in zijn neus en begint zich met de wereldtop te meten op de Noordse combinatie: langlaufen en schansspringen. Zijn vader was trainer van de Nederlandse langlaufers, biatleten en schansspringers toen hij verliefd werd op een van zijn pupillen, Max’ moeder. Max heeft het wintersporten dus door zijn aderen stromen.

De familie Teeling woont in Oostenrijk, waar Max twee paspoorten in zijn nachtkastje heeft liggen. Met zijn discipline zou hij de eerste Nederlandse Olympische langlaufer én schansspringer tegelijk kunnen worden, maar het Olympisch Comité werkt niet mee.

VICE Sports belde Max op in zijn ‘skigymnasium’, een topsportinternaat in Saalfelden, om te vragen waarom de Oostenrijkers er straks misschien met ons supertalent vandoor gaan.

VICE Sports: Ha Max, is het niet veel makkelijker om je als Nederlander voor topwedstrijden te kwalificeren? Veel minder concurrentie dan bij de Oostenrijkers toch?
Max Teeling: Er is in Nederland zelfs helemaal geen concurrentie, maar er is ook niemand die mij kan ondersteunen. Er is bijna niemand die de Noordse combinatie doet, dus dan zou ik het in mijn eentje moeten doen of zelf een trainer moeten zoeken.

Maar jouw vader Sidney was toch de bondscoach? Bestaat die functie niet meer?
Nee, dat is op een gegeven moment gestopt. Zonde, want volgens mijn vader ging het destijds eigenlijk best goed en liep er aardig wat talent rond.

Dus daarom zit jij nu op een topsportinternaat in Oostenrijk. Hoe ziet jouw leven er daar uit?
Een schooljaar is verdeeld in een schoolfase, een trainingsfase en een winterfase. In de schoolfase heb je van maandag tot zaterdag ’s ochtends school en ’s middags training. In de trainingsfase wisselen we af: één week school en één week training. En in de winterfase hebben we alleen op maandag en dinsdag school, zodat we daarna naar wedstrijden kunnen. Tijdens een normale schoolperiode heb ik tot 13.00 uur les, daarna lunch en vanaf 14.30 uur training. Niet alleen in de sneeuw trouwens: rolskiën, hardlopen en fietsen horen er ook allemaal bij.

Je traint daar op de Noordse combinatie. Hoe ben je op dat pad beland?
Ik heb het skiën en langlaufen natuurlijk al van jongs af aan van mijn ouders meegekregen. Ik sta al sinds mijn derde op ski’s en begon op mijn zesde met het schansspringen. Dat begon met een soort try-out met trainers erbij.

Je was pas zes toen je al van de schans ging? Wat voor schans was dat?
Ik begon met een sprong van zo’n drie tot vier meter, en na een paar trainingen zat ik op tien tot vijftien meter. Een paar jaar later ga je dan naar dertig meter, naar zestig meter, en ga zo maar door.

Hebben we het dan over de lengte van de schans of de lengte van de sprong?
Die zestig meter is dan het K-punt, dat is de afstand die normaal gesproken door goede schansspringers kan worden gesprongen. Als je het over een 60-meterschans hebt, gaat het dus om een schans waarmee je ongeveer zestig meter ver verwacht te springen.

MaxTeeling2Max in de prijzen. (Foto door George Vedder)

Hoe begin je aan zoiets? Ga je in het begin niet constant op je bek?
Ik weet niet of jij weleens skiet, maar als je kleine kindjes bezig ziet, zijn die vaak al over kleine schansjes en paadjes aan het springen. Zeker voor kleine Oostenrijkertjes zit het gewoon in hun bloed, dan ken je geen angst. Maar ik ben zeker weleens hard onderuit gegaan. Dat was op een 65-meterschans en ik zal ongeveer 11 geweest zijn. Ik sprong te veel naar voren en drukte de ski’s van me weg, waardoor ik op de voorkant van mijn ski’s landde. Dan klap je natuurlijk vol op je buik, en glij je daarna nog helemaal naar beneden. Ik raakte gelukkig niet gewond, maar de schrik zat er wel even goed in. De truc is om daarna meteen weer te springen, dus dat heb ik ook gedaan. De angst komt als je te lang met die schrik blijft zitten.

Doe je inmiddels mee met de senioren?
Ik doe nog vooral bij de junioren mee, maar bij de Oostenrijkse kampioenschappen bijvoorbeeld bij de senioren. Daar doen ook de toppers mee en werd ik vorige keer 24e. Het is nog wel een stap naar de echte top, maar omdat het deelnemersveld relatief dun is, kan ik er snel bij zitten.

Dan mag je dus gaan denken aan WK’s en de Olympische Spelen.
Dat is denk ik de droom van iedere sporter. Het WK is elke twee jaar; als ik dat in 2019 zou halen, zou dat heel bijzonder zijn, ook omdat het dan in Oostenrijk wordt georganiseerd.

Nederland heeft op de Olympische Spelen nog nooit een langlaufer of een schansspringer gehad. Zou jij met jouw Noordse combinatie niet heel graag die twee vliegen in één klap willen slaan?
Dat zou natuurlijk een grote eer zijn, maar het beleid van NOC*NSF is dat ze alleen medaillekandidaten willen uitzenden. Als Oostenrijker zou ik bovendien een heel team om me heen hebben. Ik denk dus dat ik op de Olympische Spelen eerder als Oostenrijker dan als Nederlander zou meedoen.

Dus die primeur blijft straks uit omdat je eigenlijk niet interessant genoeg bent voor NOC*NSF? Wat zuur.
Ja. Ik ken hier nog vijf talenten die voor Nederland zouden kunnen uitkomen, maar die zijn ook naar Oostenrijk uitgeweken. Wij zouden samen voor Nederland kunnen uitkomen tijdens de teamwedstrijden. Ik heb het er weleens met mijn vader over. Hij zou dan als trainer kunnen meegaan, en we zouden financiële ondersteuning moeten vinden. Zonder geld van NOC*NSF en/of sponsoren is het niet te doen.

Heb je weleens van Jan Jacob Verdenius gehoord?
Nee.

Hij had in 1998 in Nagano onze eerste langlaufende Olympiër kunnen worden en versloeg ook regelmatig mensen die wél naar de Olympische Spelen gingen, maar zijn deelname werd ook geblokkeerd door het Olympisch Comité. Een beslissing waar ze in thuisland Noorwegen niets van begrepen.
Ik ken hem niet, maar heb van mijn vader wel verhalen over anderen gehoord, zoals Gerrit-Jan Konijnenberg (die ondanks een aanbevelingsbrief van Anton Geesink ook niet mocht meedoen, red.).

MaxTeeling3Max doet een interview. (Foto: Nina Bakker)

Kun je niet in een ander discipline meedoen voor een medaille? Heb je weleens aan de biatlon gedacht?
Ja, vaak zelfs. Met het langlaufen gaat het heel goed, maar met het springen de laatste tijd wat minder. Ik denk dus weleens: wat nou als het met die Noordse combinatie niet gaat lukken? Ik vind biatlon ook zeker een interessante sport. Er is in Nederland ook wel wat meer erkenning en ondersteuning voor, dus het is zeker een optie.

Ga je ook weleens gewoon met je ouders op wintersport zoals normale stervelingen dat doen, of moet je daar niet aan denken na al dat trainen?
Jawel hoor, in onze vrije tijd gaan we graag ergens langlaufen of skiën. Soms ook met mijn zusje, maar die heeft daar vaak geen zin in. Zij doet ook aan schansspringen en is supergetalenteerd. Ze zou zo de Olympische Spelen kunnen halen, maar wil er niet meer dan een hobby van maken. Dat is echt jammer.

Vertel eens over de Nederlandse toeristen die je dan tegenkomt.
Dat is wel grappig, die herken je meteen. Dat zijn degenen die zonder helm of muts naar beneden gaan, ook al is het -10 en hebben ze een kaal hoofd. Bij de après-ski zie je het verschil ook. De Nederlanders gaan veel meer uit hun dak. En het eten natuurlijk: de mayonaise in de skihutten ligt er alleen voor de Nederlanders.

Voor de Oostenrijkers staan Nederlanders ook bekend om hun woonwagens, waarmee ze altijd in de file staan. Als ik tegen Oostenrijkse vrienden zeg dat we in de file hebben gestaan, zeggen ze: dat zal wel weer ja, met je woonwagen zeker. Het verschilt wel hoor. De ene Oostenrijker vindt de Nederlandse toeristen maar irritant, maar de ander vindt dat ze de après-ski juist hartstikke gezellig maken. Qua techniek is het natuurlijk wel duidelijk: de gemiddelde Nederlander kan er helemaal niets van.

Nou bedankt. Laten we maar afsluiten dan. Heb je nog tips voor lezers die jouw dromen delen?
In ieder geval in een ander land gaan wonen, haha. En wat wel belangrijk is om te weten: het is in deze sport een beetje alles of niets. Het kaf wordt constant van het koren gescheiden, van club naar selectie naar internaat en zo verder. Als je er ergens tussenuit valt, houdt het eigenlijk op. Bij voetbal kun je nog bij een lagere club gaan spelen en wachten op een nieuwe kans, maar bij de Noordse combinatie is het echt topniveau of niets.

Er zijn eigenlijk geen hobbysporters en dus ook geen wedstrijden op hobbyniveau. De training is heel intensief, en ook een beetje tegenstrijdig. Voor het schansspringen is het goed als je weinig weegt, terwijl je voor het langlaufen juist een sterk lichaam nodig hebt dat goed tegen verzuring kan. En het is allemaal niet gratis, natuurlijk. Ik wil niemand ontmoedigen, maar je moet het dus wel zeker weten voor je eraan begint.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: