US

The VICE Channels

Foto via ReviewJournal
Thursday, 9 March, 2017

Hoe boksers ermee omgaan als hun tegenstander sterft

Dit verhaal begint altijd hetzelfde: een bokser zakt door zijn knieën. Soms, zoals in het geval van Michael Norgrove, gebeurt het middenin een wedstrijd. Bij Choi Yo-sam gebeurde het terwijl hij in de ring zijn overwinning op punten aan het vieren was, nadat hij net zijn titel succesvol had verdedigd.

Maar het gebeurt meestal pas als de bokser na het gevecht terug is gekeerd naar de kleedkamer. Pedro Alcazar bezweek pas een dag na de wedstrijd, kort nadat hij een toeristentripje over de Strip had afgerond in Las Vegas. De avond ervoor verloor hij zijn kampioensriem.

De reden dat het vaak pas later gebeurt, is dat de druk van een bloeding in de hersenen langzaam opbouwt, waarna de bokser in een coma raakt. Dokters doen hun best met zware operaties, maar de schade is dan al gedaan. De bokser sterft, een familie is gebroken en de sport blijft achter met vragen hoe dit ooit kon gebeuren.

Het universum geeft geen fuck om wie je bent. Sonny Banks was de eerste bokser die Cassius Clay tegen de mat wist te slaan. Greg Page was de sparringspartner van Mike Tyson. Robert Wangila en Braydon Smith waren olympische kampioenen. Smith was zelfs bezig aan het laatste jaar van zijn rechtenstudie.

Geen bokser is immuun en het is altijd zeer tragisch als er iemand overlijdt.

Maar er is nog een verhaal dat parallel loopt aan de dood van deze boksers. Bij elke bokser die sterft, hoort ook een andere bokser die moet leren leven met het idee dat zijn klappen fataal waren voor de ander. Ze stappen daarna altijd de ring weer in met het juk van andermans dood. Hoe kan je blijven boksen als je je zo goed kunt herinneren hoe het afliep met je laatste tegenstander, of met de wetenschap dat jij nu misschien wel net zo snel sterft?

KimKim Duk-koo nadat hij is neergeslagen door Ray Mancini. (Foto via)

“Ik ga hier zo goed mee om als ik kan,” zei Ray ‘Boom Boom’ Mancini in 1982, nadat hij zijn titel als lichtgewicht succesvol had verdedigd in Las Vegas. “Ik ben erg verdrietig over wat er is gebeurd en het spijt me ontzettend dat ik er onderdeel van was. Maar ik besef ook dat ik mezelf de schuld niet moet geven. Ik moet hiermee om leren gaan. En dat zal ik ook doen. Ik heb eerder met tragedie om moeten gaan en zal dat nu weer doen.”

Mancini was pas 21 jaar toen hij deze woorden sprak. Het was drie dagen nadat hij Kim Duk-koo, zijn uitdager voor de titel in Las Vegas, in de veertiende ronde van hun gevecht in coma zag raken. Toen Mancini deze uitspraken deed, vocht Kim nog voor zijn leven in een ziekenhuis in Las Vegas. De volgende dag, op 18 november 1982, stierf hij. Kim was 27 jaar oud.

Mancini probeerde positief te spreken tegen de pers. “Ik ga me nu niet terugtrekken. Ik moet doorgaan met mijn leven zoals ik zelf vind dat ik dat moet doen. Ik ben klaar voor wat er nu gaat gebeuren, wat dat ook zal zijn.” Maar hoe langer hij erover sprak, hoe duidelijker naar voren kwam dat de uitkomst van het gevecht hem zwaar op de maag lag.

“Voor hetzelfde geld ben ik de volgende keer die in een coma raakt. Daar denk ik nu aan. Ik weet oprecht niet of ik nog door wil gaan. Boksen is soms een brute sport. Wil ik dat risico lopen? Ik ben degene die de klappen uitdeelt en vangt in de ring. Ik ben mentaal en fysiek een wrak, en kan niet slapen. Wie wil hiermee doorgaan? Ik voel geen blijdschap meer. Ik ben nu zo vermoeid.”

Het lukte Mancini uiteindelijk wel om terug te keren in de ring. Hij verdedigde nog vier keer met succes zijn wereldtitel, voordat twee verliespartijen tegen Livingstone Bramble zijn vertrek uit de bokswereld inluidden. Mancini was 24 jaar toen hij in 1984 met bokspensioen ging.

Tegen die tijd hadden Richard Green, de scheidsrechter van het gevecht tussen Mancini en Kim, en de moeder van Kim zelfmoord gepleegd.

Het vroege pensioen van Mancini was geen verrassing voor zijn promotor Bob Arum. “Hij was nooit meer de oude na het gevecht met Kim,” zei Arum tegen ESPN. “Hij had niet meer dezelfde energie, of hetzelfde enthousiasme. Hij had niet meer dezelfde drang om te vechten.”

De dood van Kim was niet voor niks. Door de schade die hij en Mancini elkaar hadden toegebracht, werden gevechten van vijftien rondes verboden. Twaalf rondes werd de max. Mancini lijkt zich te hebben hersteld, maar is zich bewust van zijn verleden. “13 november is nog altijd een rouwdag voor mij,” zei hij jaren later. “Die dag rouw ik om Kim en zijn familie. Dat zal ik altijd blijven doen.” Mancini pakte de draad op door films te gaan produceren en ondernemingen te starten.

George Khalid Jones vond zijn verlossing ergens anders.

Jones was nooit een topper als Mancini, maar zeker een prima bokser. Op 26 juni 2001 stapte hij de ring in tegen Beethaeven Scottland, als belofte die door wilde breken. Jones zou het eigenlijk opnemen tegen David Telesco, maar die was gedwongen op het laatste moment af te zeggen, waarna Scottland naar voren werd geschoven als vervanger voor de wedstrijd, die op televisie werd uitgezonden.

Khalid Jones was de grotere en betere bokser, maar Scottland had er zin in en wist dat hij nooit meer een kans als deze zou krijgen. Helaas werd het geen sprookje. Tegen het einde van het gevecht werd het verschil in klasse duidelijk.

“Na de zevende ronde bezocht scheidsrechter Arthur Mercante junior de hoek van Scottland,” herinnert ESPN-journalist Tom Rinaldi zich. “De scheids zei dat hij niet veel langer door zou laten gaan als Scottland niet terug zou vechten. Maar dat is precies was Scottland altijd deed. Het zat in zijn DNA. Hij vocht altijd terug, totdat het gevecht over was. Dus dat deed hij ook op deze avond.”

Scottland probeerde een comeback te maken in het gevecht, maar Jones had een ijzersterke linkse hoek op zak en sloeg Scottland in de tiende ronde knockout.

Hij bezweek, werd naar het ziekenhuis gebracht, viel in een coma en stierf. Hij was 26 jaar toen hij twee dagen na het gevecht, op 1 juli 2001, overleed. Zijn vrouw en zijn drie kinderen bleven achter.

Jones wilde meteen stoppen met boksen. Dat was een flinke beslissing, aangezien zijn bokscarrière hem had gered van een zwaar leven. Als jonge jongen zat hij regelmatig in de cel, maar het boksen hield hem op het rechte pad. Een telefoontje van Denise Scottland, de weduwe van Beethaeven, bracht hem op andere gedachten.

Ze vertelde Jones dat ze hem de schuld niet gaf voor wat er was gebeurd, en dat haar overleden man gewild zou hebben dat Jones door zou gaan met boksen. Jones besloot daarom zijn bokscarrière voort te zetten. Hij en Denise ontmoetten elkaar om te praten en werden zelfs goede vrienden.

Jones ging uiteindelijk pas in 2005 met bokspensioen, op 38-jarige leeftijd. De sport en zijn vriendschap met Denis hebben hem veranderd. “Ik leefde een gek en verrot leven,” zei hij tegen Rinaldi. “Ik vraag me nog steeds af: waarom was ik het niet die doodging? Is het voorbestemd, heb ik hier een doel op aarde? Ik wil niet dat iemand ooit zal zeggen dat Beethaeven gedood is door een drugsverslaafde, dealer of zoiets. Dat motiveert mij om beter te leven en niet in oude gewoontes te vervallen.”

Families van overleden boksers kunnen ook betekenis halen uit het leven van de overledene. De familie van bokser Francisco Rodriguez besloot zijn organen na zijn dood te doneren. “Ik denk dat hij teleurgesteld zou zijn als al het harde werk dat hij in de zijn lichaam stopte, verloren zou gaan op het moment dat zijn hart stopte,” zei zijn broer Alex tegen E:60. Zijn vrouw Sonia voegde daar aan toe: “Wat er is gebeurd, is niet voor niets gebeurd, maar ook voor de orgaanontvangers om nieuw leven te krijgen.”

Chris Eubank vond eenzelfde soort verlossing toen hij in 2003 de London Marathon finishte samen met Michael Watson, twaalf jaar nadat hun gevecht tragisch afliep. In hun strijd om de titel van Super-Middleweight zakte Watson door zijn knieën. Er waren geen dokters aanwezig bij de ring, maar Watson wist wonder boven wonder te grotendeels herstellen van de bloedingen in zijn hersenen. Helaas was een deel van de neurologische schade blijvend.

Eubank ging door met boksen na dat dramatische gevecht in Londen, maar hij was nooit meer de oude. Zijn killerinstinct was weg. In zijn laatste 23 gevechten won Eubank maar vijf keer, terwijl hij negentien van zijn eerste 29 gevechten won. Zijn stijl was veranderd. Hij won nog wel eens op punten, maar sloeg geen tegenstanders meer knockout zoals voor het drama van Watson.

De bokswereld doet wat het kan om tragedies zoals deze te voorkomen. In 1988, zes jaar na de dood van Kim Duk-koo, waren titelgevechten nog maximaal twaalf rondes. Boksbonden over de hele wereld proberen ervoor te zorgen dat vechters niet gematcht worden aan een tegenstander die veel te sterk is. De medische standaard bij de ring is ook verbeterd. Na de dood van Bradley Stone en James Murray zette promotor Frank Warren ook een fonds op waarmee Britse boksers MRI-scans kunnen betalen.

Maar nog steeds sterven er zo nu en dan boksers. De sport lijkt geaccepteerd te hebben dat het erbij hoort. Volgens Tom Rinaldi zei George Khalid Jones al voor zijn gevecht met Beethaeven Scottland regelmatig: “Tegen wie ik ook vecht, ik hoop dat ik hem niet vermoord.” In de hotelkamer van Kim Duk-koo vond men na zijn laatste gevecht een zelfgeschreven briefje met de tekst: “Live or die”.

De dood is onlosmakelijk verbonden met de sport, maar als hij daadwerkelijk om de hoek komt kijken, is de klap voor niemand makkelijk te incasseren. Het perspectief op de dood verandert bij een bokser nadat iemand door zijn handen is gestorven. Het gaat van een vage “het zou kunnen” naar, zoals Ray Mancini zei, “Wie weet ben ik de volgende keer aan de beurt”.

Het zorgt er vaak voor dat boksers hun stoten inhouden en niet meer voor de knockout gaan, om te voorkomen dat het opnieuw gebeurt. Dat is slopend voor het verlangen en de passie om de top te halen. Opeens zijn andere dingen in het leven belangrijker dan het volgende gevecht of een kans op de titel.

De dood van een tegenstander breekt de gefocuste zelfverzekerdheid en agressie die je nodig hebt om succes te hebben in een vechtsport. De strijd hiertegen is het enige echte gevecht voor een bokser die een tegenstander heeft zien sterven.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen:

VICE maakt gebruik van cookies.

Hallo! VICE maakt gebruik van functionele en analytische cookies. Met cookies bedoelen we ook scripts, local storage, en pixeltags of beacons. Die gebruiken we om inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van onze site. Derde partijen plaatsen via onze website ook cookies voor socialmediaintegratie, om gepersonaliseerde advertenties te laten zien, en om inzicht te krijgen in hoe goed verschillende websites werken. De cookies van derde partijen verzamelen mogelijk ook gegevens buiten de website van VICE. Klik hieronder op 'meer informatie' als je per se meer wil weten over dit alles. Door op 'akkoord' te klikken geef je toestemming voor het plaatsen en uitlezen van cookies via de website van VICE, en voor de verwerking van je klikgedrag op onze website. Bedankt! Lees verder

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close