US

The VICE Channels

Alle foto's door Rebecca Camphens
Tuesday, 14 November, 2017

Georgisch voetbal en Italiaanse liefde: de avonturen van Jens Janse

Na verschillende buitenlandse clubs is Jens Janse (31) weer terug waar het allemaal begon. Terug in zijn geboortestad, terug in Venlo. Toen vier jaar geleden zijn contract afliep bij NAC Breda besloot hij eens over de grens te gaan kijken. Dat bleek een goed idee.

Hij speelde een tijdje in Spanje, maakte een kampioenschap in Georgië mee en had zowel prachtige als donkere tijden in Italië. Maar toen degradeerde hij afgelopen seizoen met Leyton Orient uit het Engelse profvoetbal. Met een koffer vol ervaring probeert hij nu de jonge spelersgroep van VVV-Venlo op sleeptouw te nemen. VICE Sports sprak Janse over matchfixing, een schreeuwende voorzitter en zijn oneindige liefde voor Italië. Dit is zijn verhaal.


“Ik probeer hier bij VVV de jonge jongens te helpen. Ik geloof dat ik in mijn eentje meer Eredivisie-wedstrijden heb gespeeld dan de gehele selectie. Ik kan me nog goed herinneren dat ik als jonge gozer mijn debuut maakte bij Willem II. Op dat moment hielpen jongens als Mounir El Hamdaoui, Saïd Boutahar en Delano Hill me enorm, net als Santi Kolk later bij NAC. Nu probeer ik andere jongens te helpen met mijn ervaring – Vito van Crooy, Leroy Labylle en Tarik Tissoudali bijvoorbeeld.

Toen mijn contract vier jaar geleden afliep bij NAC, was ik transfervrij. Ik kon destijds ook naar Blackpool in het Championship en heb daar een week meegetraind. De club wilde me contracteren en alles zag er goed uit. Maar mijn zaakwaarnemer vertelde dat er ook interesse was uit Spanje, van de Segunda División-club Córdoba. Daardoor zat ik eigenlijk direct in het vliegtuig. Voetballen in Spanje was een droom: het weer is er goed en de manier van leven spreekt me enorm aan.

Alle foto’s door Rebecca Camphens.

Het tweede niveau van Spanje moet je zeker niet onderschatten. Ik voetbalde wekelijks tegen ploegen als Barcelona B, Real Madrid Castilla en Eibar. Destijds speelden jongens als Casemiro en Lucas Vázquez nog mee bij het tweede elftal van Real Madrid. In de beker namen we het in eigen huis op tegen Atlético Madrid. Dan staan er toch ineens verdedigers als Diego Godín en Filipe Luís op het veld. De beleving in Spanje is echt intens. Zo kan ik me een uitwedstrijd tegen Deportivo La Coruña herinneren, waar 10.000 fans op ons stonden te wachten.

Ik speelde alle wedstrijden en het ging eigenlijk voor de wind bij Córdoba. In november stonden we zelfs bovenaan, maar ineens verloren we drie wedstrijden. In dat soort landen gaat het er allemaal iets emotioneler aan toe, dus de trainer werd er meteen uit geknikkerd. Even later vertrok ook de technisch directeur. We stonden derde, dus er was eigenlijk helemaal niets aan de hand. Toch kreeg ik te horen dat ze allemaal andere spelers wilden halen en mij wilden verhuren aan een andere club in de Segunda. Daar begreep ik niets van, ik speelde namelijk hartstikke goed.

Er kwam uiteindelijk een aantrekkelijke aanbieding uit Georgië dus halverwege het seizoen vertrok ik naar Dinamo Tbilisi. Ik herinner me nog goed dat ik aankwam op het vliegveld en dacht: waar ben ik nu beland? Het leek wel een derdewereldland. Iedereen reed in auto’s uit 1960 en sommigen reden met hun motorkap open. Onderweg spookte het nog door mijn hoofd: bij wat voor club ga ik in hemelsnaam tekenen? Toen we eenmaal dichter bij de stad kwamen, reden er alleen maar Porsches – een bizar verschil.

Thuiswedstrijden speelden we in een prachtig stadion en ik kreeg er ook een mooi huis. Ook op het trainingscomplex was alles echt perfect geregeld, mooier heb ik het nergens gezien. De club had een steenrijke eigenaar, die rondreed in een gepantserde Range Rover Sport. Na de wedstrijd kwam hij regelmatig langs in de kleedkamer. Als we verloren bulderde hij tegen ons, dan haalde echt niemand het in zijn hoofd om te lachen.

Uitwedstrijden waren andere koek. Het is daar natuurlijk niet lang geleden oorlog geweest, dus er zaten overal enorme gaten in de weg. Onderweg naar uitwedstrijden deden we soms met de bus vier uur over zestig kilometer. We sliepen dan vaak in een hotel. Andere buitenlandse jongens en ik namen regelmatig een eigen bakje eten mee, want het voedsel daar was echt niet te vreten en vaak koud. De jongens uit Georgië wisten niet beter en aten het zonder probleem.

We wonnen de competitie en de beker. Maar ik heb twee kinderen in Nederland en had bijna geen dagen vrij dus kon praktisch nooit op en neer. Ik wilde dichter bij mijn kinderen zijn. Dus hoewel Dinamo Tbilisi voorronde Champions League ging spelen, besloot ik te vertrekken. Extra zuur was dat Córdoba dat seizoen promoveerde naar het hoogste niveau. Ik begreep van oud-teamgenoten dat heel de stad op zijn kop stond. Dat feestje heb ik dus ook moeten missen.

Maar uiteindelijk tekende ik bij Ternana Calcio op het tweede niveau van Italië. Dat is echt de mooiste periode uit mijn carrière geweest. Sportief gezien, maar ook privé. Zo ontmoette ik daar mijn Italiaanse vriendin. Met haar heb ik onlangs een kindje gekregen. De beleving in Italië is echt schitterend. Je hoort weleens dat de stadions leeg zijn, maar de harde kern is zo gepassioneerd. Ik kan me nog herinneren dat ik scoorde en de volgende dag ging ontbijten met mijn vriendin in een barretje. Ik wilde afrekenen, maar iemand anders had al betaald. Ik keek op: stak iemand zijn duim op en bedankte me voor het doelpunt.

Aan de andere kant zaten de auto’s van teamgenoten na een nederlaag ook soms plotseling onder de graffiti. Als we de derby tegen Perugia speelden, werden we werkelijk door heel de stad uitgezwaaid. Allemaal Italianen op hun balkonnetjes, prachtig toch? Als ik er nu nog kom, word ik nog altijd op handen gedragen. Mijn vriendin komt uit het stadje en ik heb een hele vriendengroep opgebouwd. Bovendien spreek ik de taal vloeiend.

Ik draaide een sterk eerste seizoen totdat mijn zaakwaarnemer plotseling belde. ‘Heb je het gelezen? Je naam wordt genoemd in een matchfixingzaak.’ Ik dacht in eerste instantie dat hij een grap maakte, dus zei: ‘Wat lul jij nou!?’ Het ging om een omkoopschandaal rond de club Catania. In afgetapte telefoongesprekken werd er in codetaal gesproken over de trein van dertien over twee. Vervolgens werd iedereen met rugnummer twee of dertien bij verdachte wedstrijden tegen Catania beschuldigd van manipulatie. Ik had rugnummer twee, dus mijn naam stond ook op de lange lijst van verdachten.

Ik wist dat ik niets had gedaan, dus maakte me niet druk. Toch waren de gevolgen voor mij persoonlijk erg groot. Door mijn spel viel ik op bij twee goede clubs in de Serie B: Entella en Frosinone. Maar transfers ketsten af door de geruchten. Ze geloofden me wel, maar voor het imago van de club durfden ze het toch niet aan om mij te halen. Frosinone zou in het komende seizoen promoveren naar de Serie A. Voetballen op het hoogste niveau was echt een droom voor me geweest.

Inmiddels ligt het achter me, maar het maakt me nog steeds ontzettend boos. Als ik ergens niet tegen kan, is het onrecht. Het is echt een zwarte periode in mijn loopbaan geweest. Het deed me pijn. Ik tekende nog een jaar bij Ternana en draaide weer een goed seizoen. De verhalen rondom mijn persoon ebden weg en er was weer veel interesse uit Italië.

Uiteindelijk koos ik voor Engeland, want dat wilde ik ook een keer meemaken. Daar kan ik duidelijk over zijn: dat was een fout. Ik tekende bij Leyton Orient in de League Two. De club mikte op promotie en had de grootste begroting van de competitie. Maar dat seizoen hadden we ontzettend veel pech. Zes belangrijke spelers hadden een blessure en ook ik zat een tijdje aan de kant met een ontsteking in mijn hak. Het was echt een mooie, grote club met fantastische fans, maar we degradeerden na 112 jaar uit het Engelse profvoetbal.

De club had een Italiaanse voorzitter, Francesco Becchetti. Hij stond in mijn tijd ontzettend onder druk, zodanig dat hij vanaf januari zelfs niet meer in het stadion was geweest. Het was een dominante Italiaanse man, dus hij versleet verschillende trainers gedurende het seizoen. Dat was niet best. Maar ook het leven in Engeland sprak me een stuk minder aan. Leyton ligt in Londen. Het weer is er minder en iedereen is ontzettend gehaast. In Italië gaat het er allemaal iets relaxter aan toe. Mensen hebben er minder geld, maar zijn wel veel gelukkiger.

Er kwamen weer aanbiedingen uit Italië, maar Maurice Steijn belde of ik met VVV wilde meetrainen. Hij wilde me al eerder naar Venlo halen en ook in zijn periode bij ADO Den Haag informeerde hij naar me. Ik ben mee gaan trainen en voor mij was het ideaal om zo ook dichter bij mijn kinderen in Nederland te zijn. In eerste instantie kwamen we er financieel alleen niet helemaal uit. Ik stond op het punt om weer in Italië te tekenen, maar op dat moment belde Maurice nog een keer. We zijn er ditmaal wel uitgekomen. Ik heb er wat voor moeten inleveren, maar ik krijg er ook een hoop voor terug. De tijd met mijn kinderen is me veel meer waard.

En wat ik na dit jaar ga doen? Dat zien we dan wel weer. Ik denk ook nog niet echt na over de periode na mijn loopbaan. Dat komt echt wel goed. Het lijkt me ontzettend gaaf om te werken als scout. Mijn zaakwaarnemer is Italiaans en ik spreek de taal ook vloeiend. Het zou prachtig zijn om als scout voor een grote club in de Serie A te werken in Nederland en omstreken. Klinkt goed, toch?”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: