US

The VICE Channels

Screenshot Ajax TV
Friday, 14 July, 2017

De woorden van de Koning van Geuzenveld

Ajax-supporters verzamelen vanavond om 19:00 uur op het Nigel de Jongplein, ook wel bekend als het Abdelhak Nouri-plein, om steun te betuigen aan de familie en vrienden van Appie Nouri. Vorig jaar nam Ajax TV een monoloog op het pleintje in Geuzenveld op met Appie, waarin hij liefdevol vertelt over het pleintje, zijn jeugd, familie en vrienden.

Omdat Appie veel mooie dingen zegt in deze monoloog, hebben we het uitgetikt, zodat alles ook zwart op wit staat. Dit zijn de woorden van Appie, de Koning van Geuzenveld.

Abdelhak Nouri


“We zijn nu hiero op het Nigel de Jong plein, slash A. Nouri-plein. Hier is het allemaal begonnen. Aan dit pleintje heb ik, denk ik, best wel veel geleerd. Vooral een bikkel zijn.

Ik kwam hier terecht door mijn broer. Mijn broer is iets ouder dan ik. Hij heeft me altijd overal meegenomen. Omdat hij wat ouder is, oudere vrienden heeft en ik wel oké een balletje kon trappen – laat ik het zo zeggen – mocht ik wel vaak met hem mee. Dan mocht ik met de oudere jongens meevoetballen. Zo ben ik eigenlijk hier terechtgekomen. Nu woon ik hierachter, maar eerst woonde ik iets verder. Ik was jong, dus ik kon hier niet makkelijk komen. Door mijn broer ben ik hier vaker terechtgekomen.

Het pleintje zelf heet gewoon het Nigel de Jongplein. Meestal zeggen we gewoon “pleintje”. Maar nu wordt het door heel veel jongens in de buurt gewoon het A. Nouri-plein genoemd. Nu voetbal ik hier niet meer. Als ik hier kom, ben ik meer de scheidsrechter, alleen voor de gezelligheid, als ik even wat tijd heb. Dat is leuk. Soms wordt er aangebeld bij mij thuis, doet mijn moeder open en vragen ze of ik thuis ben. Dan zegt mijn moeder dat ik zo kom. “Kunt u dan tegen uw zoon zeggen dat we bij het A. Nouri-plein zijn?,” zeggen ze dan. Dat is ook allemaal nieuw. Dan moet mijn moeder ook lachen. Het is gewoon grappig.

Elke dag was ik hier. Vroeger had ik niet zoveel aan mijn hoofd, had ik niet zoveel andere dingen te doen. Je hebt ook niet zoveel rust nodig als je jong bent, dan is alles nog speels, je kan meer aan. Ik kwam hier altijd voetballen na het trainen bij Ajax, ook op vrije dagen. Vakanties waren eigenlijk geen vakanties, maar een soort werk hiero. Alsof je het opent en weer sluit. Om tien uur ‘s ochtends sta ik hiero. Ik zie jongens komen en weggaan, maar ik blijf er toch gewoon. Tot een uur of acht in de avond. Negen misschien wel.

Ik heb hier ook veel trappen en tikken gehad. Ik ben gevallen. Mijn moeder heeft zo vaak nieuwe schoenen of nieuwe kleren voor me moeten kopen. Terwijl we daar denk ik niet aan toe waren met het geld. We zaten zeker krap, hebben veel meegemaakt. Mijn moeder is een hele lieve vrouw. We hadden het zo krap en het ging moeilijk, ook met haar. Maar buiten dat was ze eerder bezorgd om mij, of ik niet hard gevallen was. Ze vroeg niet: “Moet ik nou weer iets nieuws kopen?” Daarom heb ik heel veel respect voor haar.

Ik heb veel vrienden gekregen door dit pleintje. Ik heb acht vrienden met wie ik bijna elke dag ben. Zij zijn echt mijn vrienden. Ik bouw op hen, zij bouwen op mij. Ze komen bijna altijd naar mijn wedstrijden. En ze vertonen ook goed gedrag. Dat vind ik ook belangrijk. Want als je Geuzenveld of West hoort, krijgen de meeste mensen van buitenaf een slecht beeld erover. Ja, dat snap ik als je alles ziet wat op het nieuws komt. Maar dan vind ik het toch mooi dat de jongens die ik niet eens meeneem, maar die zelfstandig komen, gewoon goed gedrag vertonen, netjes en beleefd zijn tegenover de andere mensen. Ik ben trots op hun, zij trots op mij.

Als we met vijf tegen vijf speelden, dus per team vier spelers en een keeper, zei ik tegen de jongens met wie ik speelde: “Oké, als je de bal pakt, schiet je hem naar mij en dan gaan we lekker voetballen.” Dat was eigenlijk mijn ding, mijn tactiek op straat. En daar konden ze ook echt mee leven, want ik wist precies wie ik bij me moest hebben, die ook echt bikkels waren als verdedigers. Als ik echt veel potjes had gewonnen en moe werd, ging ik ook niet meer meeverdedigen. Dan was ik voorin een beetje aan het kloten.

Ik loop hier iedere dag langs. Als er vrienden aan het voetballen zijn, groet ik ze even. Maar ik maak niet meer zoveel uren als eerst. Als ik vakantie heb, kan ik hier weleens gewoon gaan voetballen. Dan doe ik het liever niet en kom ik expres met wat nettere schoenen of kleren, zodat ik niet ga voetballen. Dan begin ik te zitten eerst, kijk ik en wordt er aan me gevraagd: “Kom ook voetballen!” Eerst zeg ik nee. Maar dan, weet je wat, ga ik keepen. Dan na het keepen, begin ik opeens schoenen met iemand anders te ruilen, die niet speelt. Dan ga ik opeens voetballen. Het zit ergens in mijn hersens, die zeggen: “Je moet.” Het is een soort ziekte.

Toen ik even oud was als de kleinere jongens hier, keek ik nooit op tegen een speler van de A;tjes. Ik ben een speler van de A en ik zie dat een groot deel van de jongeren tegen mij opkijkt. Dat is nieuw voor mij en ook raar. Dat ik denk: “Hoe kan dat?” Maar daar ben ik alleen maar trots op en mijn familie ook. Daar doe ik het ook best wel voor, om een voorbeeld voor hun te zijn, dat zij ook wat gaan doen met hun leven, dat ze verstandig zijn.

Ik speel nu elf jaar voor Ajax. Meestal verandert de gedachte dan. Het wordt normaal. Maar voor mij wordt het niet normaal. Ik kijk er nog steeds van op. Ik speel bij Ajax. Andere jongens leven om voor Ajax te spelen, ik precies hetzelfde. Ik heb dat nog steeds. Ik speel bij Ajax en ben daar gewoon echt trots op. Met borst vooruit kan ik dat zeggen. Ik heb er ok hard voor gewerkt. Om je eigen stad en club te kunnen vertegenwoordigen en daarin stappen te maken, dat is geweldig.

Ik wacht erop om vast bij te sluiten. Ik denk dat het wachten beloond wordt met iets moois. Daar heb ik mijn geduld voor. Het is gewoon genieten. Ik wil gewoon voetballen op het hoogste niveau. Ik wil de mensen laten genieten. Daar zal ik alles voor doen. Als het niet lukt, lukt het niet, maar ik doe er wel alles voor. Dat is het belangrijkste. Voor dit pleintje betekent het heel veel als ik vast in Ajax 1 kom. Mijn vrienden gunnen het me echt vanuit hun hart. En ik gun het hen. Als je dan iets bereikt, is het mooi. Het is niet dat ik het bereik, maar wij bereiken het. Ik heb gewoon veel met hun meegemaakt.

De droom is honderd procent zeker van het pleintje naar de Arena. Zeker. Maar het pleintje laat ik dan niet achterwege, hoor. Als je in de Arena komt, ben ik hier nog steeds. Nog steeds met mijn vrienden.”

Screen Shot 2017-07-14 at 15.05.57