US

The VICE Channels

Foto: Proshots
Monday, 15 May, 2017

De vier mooiste woorden van het jaar: de Coolsingel zit vol

Elke maandag schrijft Martijn Neggers een sportcolumn voor VICE Sports over het theater achter het Nederlands voetbal. Rolt er een traan? Sneuvelt er een krat bidons? Laat iemand tijdens het juichen een tattoo voor zijn overleden cavia zien? Neggers staat erbij en kijkt ernaar.

Het waren vier bijzondere woorden om zomaar ineens te horen, op maandagochtend. Misschien wel de allermooiste van vandaag, van deze week, van dit voetbalseizoen. En we hebben heel veel mooie zinnen voorbij zien komen, dit jaar. Er was Korotaev die zijn Grote Plannen voor Roda JC probeerde uit te rollen, het volledige interview over mode en literatuur met Edgar Davids, de mislukte grapjes van Alex Pastoor of het lullige sms’je van Louis van Gaal aan zijn opvolger José Mourinho.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over het volledig oeuvre van de KNVB-bestuurders. Allemaal even mooi, lelijk of tragisch. Allemaal van een geweldige grootte. Maar geen van allen haalden ze het bij die vier die we vandaag, met een grote rood-witte strik eromheen, als een soort verlaat – of vervroegd – verjaardagscadeau in onze schoten geworpen kregen.

Eigenlijk zou er een beker moeten komen voor de mooiste zin van het voetbaljaar. Een soort miniatuur van de Champions League-beker, maar wel met hele grote oren eraan vast, en in principio erat verbum op de voet gegraveerd: in den beginne was het woord. Een beker voor dat éne zinnetje dat het hele seizoen bij elkaar pakt. Dat je zo’n zin hoort, en tegen jezelf mompelt: ‘verdomme, dat is waar ook, zeg, wat een prachtig jaar was dat.’ Ik kom er zo op terug.

Beelden zijn er genoeg. Het ene nog epischer dan het andere: het ineenstorten van Dirk Kuijt, die op zijn knieën, met zijn handen voor zijn ogen beseft dat het hem eindelijk gelukt is. De tranen van Giovanni van Bronckhorst. De als een kind zo blije Sven van Beek, die uitzinnig juicht met zijn twee krukken in de lucht, alsof hij niet in pak op het balkon staat, maar juist eronder, in een shirt van zijn favoriete Feyenoorder. Tonny Vilhena, die zijn broertjes aanwijst, allebei gehuld in een shirt met Vilhena op hun buik.

‘De Vilhena’s!’ zegt hij trots, tegen de cameraman. ‘De Vilhena’s,’ herhaalt hij nog maar eens, terwijl hij wijst. Televisiekijkend Nederland volgt de wijsvinger van Tonny Vilhena, en denkt een paar seconden aan de verloren wedstrijd tegen Go Ahead Eagles, waarin de jonge middenvelder niet meespeelde omdat zijn moeder overleed. De moeder van precies deze Vilhena’s. De camera zoomt in op een trotse broer.

Maar ook Jorien van den Herik, in de zaal, bij de plechtigheden in het stadhuis. Een fractie van een seconde komt hij in beeld, maar nog net lang genoeg om hem te herkennen. En lang genoeg om te zien dat hij een oprechte glimlach lacht. Te snel om te zien of hij een Feyenoordsjaal om had, maar wie kan het wat schelen? Bij dezen had Jorien, de Grote Kale Voorheen-Leider, een Feyenoordsjaal om.

Twee keer zag ik dat het legioen op de Coolsingel een anti-Ajaxlied in probeerde te zetten, in een moment van zwakte. Twee keer zette de dj er direct een mooi Feyenoordlied overheen. Er was geen plek voor afgunst in Rotterdam, leek de man of vrouw aan de knoppen te denken, deze prijs moet toch echt alleen door Feyenoord gevierd worden, zonder hulp van welk calimerocomplex dan ook. Veel mooier kun je de momenten wat mij betreft niet krijgen, op een dag als deze.

Of de jonge supporter van een jaar of vijftien, in de Kuip, die tijdens de wedstrijd al na één minuut (en één doelpunt) zijn emotie niet meer onder controle had en vierennegentig minuten lang zijn tranen de vrije loop gelaten heeft. Het beeld dat de man naast hem gebroederlijk sussend zijn arm om hem heen legt. Je ziet zijn mond bewegen, maar je hoort hem niet praten. ‘Het is goed, jochie, huil maar,’ hoop ik dat hij gezegd heeft. ‘We vinden het allemaal spannend. We zijn allemaal emotioneel. Toe maar.’

Maar al die fragmenten, hoe groot of hoe klein ook, haalden het wat mij betreft niet bij dé woorden van 2017. Ze kwamen voorbij in een bijzinnetje van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb. In een klein interviewtje over de ordehandhaving en over hoe gemoedelijk het vieren van het kampioenschap is gelopen. Aboutaleb had misschien zelf niet eens door dat hij het zei, maar het kwam eruit als een mokerslag. Een ingekleurde en met goud en zilver versierde mokerslag waar zoveel mensen al zo ongelofelijk lang op hadden gewacht.

Ze zeggen weleens dat een beeld meer zegt dan duizend woorden. Dat een heel verhaal samen kan komen in één foto, of één filmfragmentje. Maar juist de burgemeester van de stad van geen woorden maar daden is het levende bewijs dat het heel soms precies andersom kan zijn. Dat na de daden, deze vier woorden misschien wel meer zeggen dan alle beelden bij elkaar.

De vier mooiste woorden van het jaar: ‘de Coolsingel zit vol.’

@martijnneggers

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: