US

The VICE Channels

Foto's zijn allen eigendom van de auteur
Thursday, 30 March, 2017

De ondergang van de maffiabaas die heerste over de thaibokswereld

De Sor Thanikul-boksschool in Bangkok draaide op bloed, zweet en bedreigingen. De school werd in 1977 opgericht door een schimmige Thais-Chinese ondernemer die luisterde naar de naam Klaew Thanikul. Sor Thanikul was niet bijzonder luxe en lag in een onopvallende wijk, maar bracht grote Thaise kampioenen voort, zoals Boonlai, Samingnoi, Sombat en Komkiat.

Klaew Thanikul was niet zomaar een rijke man die een Muay Thai-gym had om een zakcentje te verdienen aan het promoten van gevechten. Met zijn reptielengezicht, krakerige stem, klamme handen en herkenbare boeddha-ketting deed Thanikul serieuze zaken. De jaren tachtig golden als de gouden tijd voor Muay Thai en Thanikul was de grootste promotor. Hij was een voormalig uitbater van casino’s en had zijn fortuin verdiend in vastgoed, maar werd pas echt beroemd toen hij er als eerst in slaagde om thaiboksers en internationale vechters te combineren voor events.

Thanikul was geen loepzuivere zakenman. Hij was een soort ongure mix van Klaas Bruinsma, Don Corleone en Donald Trump. Op de weg naar de top en door de tassen met geld die hij verdiende, had Thanikul een flinke stapel vijanden gemaakt. Hij had een vinger in de gokwereld, drugshandel, prostitutie, beveiliging, mensenhandel en illegale houtkap, en ga zo maar door. Hij was een van de grootste maffiabazen (Jao Poh) van Bangkok, maar in die rol heb je altijd een vizier op je gericht. Hij was gedoemd om ten onder te gaan aan zijn succes als crimineel.

Maffia2Thanikul in een roze polo tussen zes van zijn boksers.

De eerste poging om Thanikul om te leggen vond plaats in 1982, in het Lumpinee-stadion in Bangkok. De maffioso zat aan een tafeltje naast de ring, omringd door bodyguards, te kijken naar een evenement waarbij hij betrokken was. Een huurmoordenaar gooide een granaat naar Thanikul en zijn groep. De Jao Poh was ongedeerd, maar zijn bodyguards gingen helemaal door het lint en vuurden hun automatische geweren af op het publiek. Meerdere toeschouwers stierven die avond. De granaat had uiteindelijk alleen een manager van een van de vechters geraakt, maar die was wel flink gewond. Hij moest zijn beide benen laten amputeren.

Thanikul werd agressief van de aanslag en wilde zijn spierballen laten zien. Hij besloot dat het tijd was om Ngu Hapalang, de trainer van een rivaliserende boksschool, om te laten leggen bij een nieuw evenement in het Lumpinee-stadion. Terwijl Ngu een van zijn vechters aanmoedigde vanuit de hoek van de ring, liep een schutter van de tribune naar de ring. Daar schoot hij Ngu door zijn hoofd, om daarna keihard weg te rennen. Niemand wist zeker wie er achter de moord zat, maar iedereen verdacht de onpopulaire Thanikul, die die avond als toeschouwer aanwezig was in het stadion.

Ngu was die avond de coach van Dieselnoi, die daarna een aanbod kreeg van Thanikul. Voor de vechter was het moeilijk de aanbieding te weigeren, aangezien hij net had gezien hoe zijn coach voor zijn ogen was afgeknald. Thanikul zette een gevecht op tussen Dieselnoi en Samart, waaraan beide vechters een bedrag met zes nullen over hielden. Dieselnoi was zo onder de indruk van de sterrenbehandeling die hij en zijn tegenstander kregen rondom het evenement, dat hij de rest van zijn carrière voor Thanikul bleef vechten. Al blijft het de vraag of hij daar zelf echt wat over te zeggen had.

Het vechtsyndicaat van Thanikul draaide op volle toeren. Hij gebruikte de boksschool als plek om in vechters en kinderen te handelen. Twee van zijn bekendste vechters kwamen zo in zijn boksschool terecht. De tweeling Boonlai en Boonlung waren een afbetaling aan de promotor, door iemand die teveel gokschulden had opgebouwd. De schuld was daarmee afbetaald. Boonlai zou uiteindelijk kampioen in twee gewichtsklasses worden. Boonlung behoorde ook tot de beste vechters in het Lumpinee-stadion, maar zijn carrière eindigde toen hij stierf in een auto-ongeluk. Volgens de lijkschouwer was er geen opzet bij.

Maffia3Een gevecht in Lumpinee stadion.

Dat laatste is een belangrijk detail, want in de omgeving van Thanikul werd elke week wel iemand omgelegd. Zo was hij in maart 1988 de hoofdverdachte na de moord op Chaiwat Palangwattanaki, een Thaise bookmaker. Chaiwat was een onderbaas bij de Thaise maffia en had flink wat invloed en ambitie. Hij verdiende zijn geld met zijn wedkantoren, maar ook met prostitutie, drugshandel en smokkel. Maar Chaiwat wilde meer. Hij wilde zijn grote broer, Klaew Thanikul, van de troon stoten. De godfather kreeg dat in de smiezen en regelde voor 900 euro een huurmoordenaar.

Chaiwat zat naast de ring in het oude Lumpinee toen het gebeurde. Een man liep naar hem toe en schoot Chaiwat één keer door het hoofd en drie keer in zijn lichaam. De bodyguards van Chaiwat schoten meteen terug, waardoor de schutter gewond raakte en twee toeschouwers overleden. Er braken rellen uit en mensen raakten verdrukt in de massa die het stadion uit probeerde te vluchten. Chaiwat stierf een paar dagen later in het ziekenhuis. Thanikul ontkende betrokken te zijn bij de moord. “Als ik hem dood had willen hebben, had ik geen huurmoordenaar hoeven regelen,” zei hij tegen de pers. “Ik had dan gewoon kunnen zeggen: ik wil niet meer met hem praten. Dan zou hij vanzelf opgeruimd worden.”

De boodschap was duidelijk na de dood van Chaiwat. Niemand was onschendbaar in de wereld van Thanikul. Niemand kon aan de maffiabaas van Bangkok komen zonder dat met de dood te bekopen. Hij was de koning op de apenrots en wreef dat erin als criminelen of burgers dat vergaten. Vechters hadden ook met een onmenselijke druk te maken als Thanikul geld inzette op een van hun gevechten. Je moest dan wel winnen, anders was de kans groot dat je die avond nog werd omgelegd. Dat gold in het bijzonder voor Thaise boksers die het opnamen tegen buitenlanders. Thanikul accepteerde het niet als Thai verloren van buitenlanders.

Zo vocht Changpuek Kiatsongrit in 1988 in Las Vegas tegen de Amerikaanse kickbokser Rick Roufus. Thanikul was er natuurlijk weer bij en had een mooi tafeltje naast de ring. De maffiabaas had veel geld ingezet op Changpuek, die in de eerste rondes twee keer naar de grond ging en een gebroken kaak opliep. Maar Changpuek gaf niet op. Hij had ook geen keuze. Elke keer als hij definitief neer dreigde te gaan, zag hij Thanikul zitten. In de vierde ronde landde Changpuek wat goede trappen, waarmee hij Roufus uit de wedstrijd kreeg. De week daarna keerde hij met zijn gebroken kaak terug naar Bangkok. Thanikul was tevreden, Changpuek mocht blijven leven.

Maar de dreiging van de maffia was niet de enige reden dat thaiboksers in de jaren tachtig zo goed presteerden. Coach Pairut Lavila, ook wel bekend als Ajarn Peng, zwaaide de scepter in de boksschool van Thanikul. Peng gaf training aan een stuk of vijftig boksers. Je kan hem en de boksschool van Thanikul zien in de film Kickboxer met Jean Claude van Damme. Peng hitst Van Damme in de film op om het op te gaan nemen tegen de slechterik, de Thaise vechter Tong Po. Door de film werd de boksschool extra populair bij buitenlanders. Mannen van over de hele wereld boekten enkeltjes richting Bangkok om te trainen in de Thanikul Gym.

De sfeer in de boksschool was gemoedelijk, maar in de rest van Bangkok woedde een oorlog. Gangs maakten ruzie, in stadions werden mensen omgelegd, huizen werden met granaten bekogeld en boksers gingen expres neer tijdens gevechten, zodat Thanikul flink kon cashen met de goksyndicaten die hij in de stad had opgezet. Thanikul was niet immuun voor de oorlog. Hij was een paar keer het doelwit van een moordaanslag, soms in het publiek. Hij omringde zich met bodyguards, en terecht. Thanikul werd zo bang voor aanslagen dat hij zijn bodyguards na een tijdje zelfs vroeg mee te gaan als hij naar het toilet ging.

In april 1991 reed Thanikul met zijn bodyguards door een buitenwijk van Bangkok, toen ze opeens klem werden gereden door een pick-uptruck met tien gemaskerde mannen, gewapend met M16’s en granaatwerpers. Thanikul en zijn bodyguards werden beschoten, de maffiabaas kreeg meteen drie kogels in zijn achterhoofd en was op slag dood. Een granaatinslag was daarna voldoende om de auto met bodyguards en al op te blazen. Het lichaam van de 57-jarige Thanikul werd door de explosie de straat opgeslingerd, waarna de gemaskerde mannen hun magazijnen nog maar eens op hem leegden.

De lijkschouwer haalde in totaal zestig kogels uit zijn lichaam. De herkenbare boeddha-ketting die hij altijd droeg ter bescherming, lag in zijn mond. De gevreesde maffiabaas had erop gesabbeld als een baby. Goed, genoeg smerige details. Thaniikul stierf aan de top van de Thaise maffiawereld, doorzeefd met kogels en met twaalf miljoen euro op de bank, zoals dat hoort als je een echte gangster bent. Kort na zijn dood stapten drie van zijn vriendinnen naar voren om een deel van zijn kapitaal en vastgoed te claimen.

Maffia4

Tot op de dag van vandaag is het onbekend wie er achter de aanslag zat. Was het de maffia van Bangkok die verhaal kwam halen? Was het een hoge politicus met connecties bij het Thaise leger? Misschien was het dat laatste wel. De militairen hadden eerder dat jaar een coup gepleegd en de macht overgenomen in Thailand. Daarbij zeiden ze het kwaad in het land aan te gaan pakken. Thanikul stond volgens geruchten bovenaan een zwarte lijst met mensen die hun rijkdom hadden verkregen op een discutabele manier. De militairen wilden schoon schip maken en Thanikul was het grootste stuk vuil van Bangkok.

Het deed er uiteindelijk niet zoveel toe wie er achter de dood van Thanikul zat. Het ging erom dat hij uit de weg geruimd was. Hoe corrupt hij ook was, Thanikul zette grootse thaiboksevenementen op. Zijn boksschool bracht veel van de grootste vechters voort in de jaren tachtig. Maar de Jao Poh van de Thaise onderwereld is net zo vervangbaar als boksers in de ring. Songchai Ratanasuban, een andere maffioso, stapte al snel naar voren om de plek van Thanikul in te nemen als maffiabaas van Bangkok.

Na de dood van Thanikul strompelde de boksschool die zijn naam droeg nog jaren door, om uiteindelijk de deuren te sluiten in 2003. Peng en de andere beroemde trainers uit de boksschool gingen een voor een aan de slag bij andere bekende boksscholen in Thailand. Je vindt Peng vandaag de dag in 96 Penang in Bangkok. De oude kampioenen en trainers kijken niet negatief terug op het verleden. Ze waren een familie – een disfunctionele familie weliswaar – die goede en slechte tijden samen beleefde.

Ze houden elk jaar een reünie in Bangkok. De oude vrienden eten dan samen van een pittig buffet, worden dronken van whiskey, zingen vals karaoke en praten over herinneringen aan die beroemde en beruchte boksschool. Alleen die mannen kennen de echte waarheid achter de Thanikul Gym. Soms is de waarheid te bruut en vreemd om waar te zijn, maar dat is de enige waarheid die telt in het leven, en vooral in Muay Thai.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: