US

The VICE Channels

Foto's door Sam van Raalte
Saturday, 1 July, 2017

De Nederlandse voetbaltrainer die als coach ervaring opdeed in de gevangenis

VICE Sports gaat deze week de bak in om erachter te komen welke rol sport binnen de gevangenismuren speelt voor gedetineerden en beleidsmakers. We publiceren verhalen en video’s uit binnen- en buitenland. Zie hier de verhalen die we tot nu toe hebben gepubliceerd.

Er is geen plek die je beter voorbereidt op een rol als manager dan de gevangenis. Dat vindt Jord Roos, trainer van NEC/FC Oss onder dertien. Roos is 26 jaar en haalde deze zomer zijn licentie om als hoofdtrainer aan de slag te gaan in het profvoetbal. Hij liep al stages bij clubs als Ajax en Tottenham Hotspur, maar leerde vooral veel in de bak.

Roos begon zijn opleiding tot voetbaltrainer bij het CIOS en kreeg daar de kans om een stage van een jaar te lopen in de praktijk. Dat kon bij een voetbalclub, maar Roos wilde eens iets anders proberen, een omgeving waar hij met een moeilijkere groep om zou moeten gaan. Hij koos ervoor een jaar lang sportles te geven in de gevangenis van Grave.

Daar kreeg Roos als jonge trainer te maken met zware criminelen, die soms nog een rekening met elkaar te vereffenen hadden en de sportles daarvoor gebruikten. VICE Sports sprak Roos op het complex van NEC over alles wat hij leerde tijdens zijn jaar in de gevangenis en de manier waarop hij die lessen nu gebruikt als jeugdtrainer in het voetbal.

VICE Sports: Ha Jord, waarom wilde je sportles geven in de gevangenis?
Jord Roos: Ik wilde meer leren over hoe je sport kunt gebruiken voor de behandeling van mensen met psychosociale problemen. Ik wilde een zo goed mogelijke voetbaltrainer worden en dit leek me daarvoor heel interessant. Ik kon ervaring opdoen in de gevangenis of met moeilijk opvoedbare kinderen. Ik had dat laatste al gedaan, dus ik koos voor de gevangenis.

Wat heb je vooral geleerd als trainer in de bak?
Nou, je moet je eens die penitentiaire inrichting voorstellen. Dat is het gedeelte van de instelling waar jongens zitten die hun veroordeling nog afwachten, zij mogen nauwelijks hun cel uit. Die gaan allemaal mee voetballen, omdat ze niks te doen hebben en helemaal gek worden. Dat zijn twintig man die elkaar niet kennen en iedereen doet stoer, wil de man zijn en zijn energie kwijt. Als trainer of manager leer je dan perfect dat je het kleinste wat er onderling gebeurt niet kan laten lopen. Anders heb je er een minuut later spijt van.

Wat gebeurt er dan?
Trainers hebben vaak de neiging even de andere kant op te kijken, in de hoop dat de spanning wegebt. Maar in de gevangenis kan dat niet, want het ebt niet weg. Na een kleine woordenwisseling is de een gekrenkt, de ander trots en iedereen weet dat er iets is gebeurd. Ze hebben maar een uurtje om te sporten, dus dan krijg je al snel ruzie of een gevecht. Dan moet je ertussen springen en het kanaliseren. Dat wil je niet hebben.

Roos-1

Het klinkt alsof je direct veel verantwoordelijkheid kreeg.
Ja, het was wel pezig. Degenen die normaal les gaven in Grave hadden wel vaker het voortouw kunnen nemen, maar zij dachten natuurlijk: dat is wel lekker, ik laat die jonge jongen alles doen. Ik gaf vaak een les of zeven achter elkaar op een dag. Elke keer een nieuwe groep, in verschillende sportzalen. Sommige groepen kende ik al, bij sommige afdelingen wist ik dat er nieuwe jongens zaten en ik scherp moest zijn.

Liet je de gevangenen zelf teams kiezen?
Je had afdelingen waar altijd dezelfde teams tegen elkaar speelden. Ik wist wel dat ze op hun afdeling waarschijnlijk gewed hadden om een pakje sigaretten ofzo, maar ik bemoeide me niet met zo’n weddenschap. Als ze het er openlijk over hadden tijdens de sportles deed ik wel even of ik het niet vond kunnen, maar je weet dat het zo werkt. Dat waren wel de mooiste lessen, dan ging het erop jongen! Als die jongens in staat zijn zelf goede partijen te maken, hoef je er niet als een politieagent bovenop te zitten.

Deed je zelf ook mee?
Ja, zo vaak mogelijk. Ik kon redelijk voetballen en kon zo ook zorgen dat jongens die minder konden voetballen ook aan de bal kwamen. Als je meedoet krijg je veel interactie, creëer je goodwill. Het is veel fijner om op die manier een les te begeleiden, als vrienden onder elkaar, in plaats van als een dictator die zegt hoe het moet.

Heb je weleens mis gezeten in de behandeling van een gevangene?
Er kwam een keer een jongen de gevangenis binnen, die bij een rapgroep uit Rotterdam zat. Ik zal de naam niet noemen. Hij had zijn hele gezicht vol getatoeëerd, maar hij kwam heel netjes en prettig binnen. Hij had alleen geen sportbroekje. Je mocht als begeleider geen sportkleding uitlenen aan een gevangene, maar ik was net nieuw, dus ik wist dat niet. Ik gaf hem een extra broekje van mij. Deze jongen had kennelijk al eerder in Grave vastgezeten en ruzie met een bewaarder gehad. Toen die bewaarder kwam kijken hoe de les verliep, veranderde de sfeer totaal. Die jongen vloog de bewaarder aan. Ik had hem het voordeel van de twijfel gegeven, maar als ik meteen had gezegd dat hij binnen moest blijven, had ik geen incident gehad.

Roos-4

Hoe pakte je het aan als jongens in de les onderling ruzie kregen?
Soms moet je heel autoritair zijn: “Jongens, we gaan nou niet ouwehoeren, anders ga je terug naar je cel en dan kijk je zelf maar hoe je de rest van de dag doorkomt.” Maar als je ze wat beter kent, kun je zeggen: “Ik had niet verwacht dat jullie hier gingen lopen ouwehoeren en voor ons allemaal de middag verpesten.”

Een keer kregen twee jongens uit mijn les buiten de les om ruzie, en stak de een de ander neer met een vork. Ik was daar niet bij, maar wel de dag ervoor en erna bij het sporten. Later sprak ik de dader over dat incident. Hij zei: “Als ik het niet bij hem zou, was ik het geweest.” Mensen hebben een romantisch beeld van Nederlandse gevangenissen, maar mijn instinct zegt dat op zo’n afdeling veel dingen gebeuren waarvan wij denken dat ze alleen in Amerika gebeuren.

Het is geen hotel, zoals sommigen zeggen over Nederlandse gevangenissen.
Nee, ook niet qua voeding. De jongens haddens bij het eten eens een kleine gele citroen op hun borden. “Zo,” zei ik. “Dat is luxe, jullie krijgen een citroen om over je eten te persen.” Maar dat bleek een sinaasappel te zijn, als fruit voor na het eten. Ik had weleens betere sinaasappels gezien. Dus om het nou een hotel te noemen…

Welke lessen uit de gevangenis gebruik je nu als voetbaltrainer?
Ik heb daar meer geleerd dan op sommige delen van de trainerscursus. De voetballers die net wat extra’s kunnen brengen, zijn vaak ook de jongens die het thuis net wat moeilijker hebben. Jongens die veel voetballen komen vaak uit een minder verzorgd milieu. Als jij de hele dag buiten voetbalt, heb je thuis dus niet zoveel te zoeken. Met dat soort jongens ben ik meestal goed, omdat ik er veel ervaring mee heb.

Alle toptrainers, uit welke teamsport dan ook, zeggen dat 80 procent van hun werk proces is en 20 procent inhoud. Van Pep Guardiola vinden we allemaal dat hij voetbaltechnisch iets heel speciaals kan, maar noem er eens vijf in Nederland die echt hun eigen spel neerzetten. Naast Peter Bosz heb je er maar weinig. Dus veel van je kwaliteit als trainer wordt bepaald door hoe je met mensen omgaat, of je hen op de juiste manier kan motiveren en kaders kunt geven. Waar kun je dat beter leren dan in de gevangenis?

Roos-5

In Nederland werken trainers vaak volgens het principe dat iedereen hetzelfde behandeld moet worden. Jij kiest voor een individuele aanpak. Had je die insteek al voordat je in Grave les gaf?
Dat wel. Ik ben zelf dyslectisch. Ik kon vroeger de ondertiteling niet eens lezen op televisie. Als mijn vrienden het op school over Dragon Ball Z hadden, lulde ik wel mee, maar ik begreep er eigenlijk niks van. Dus ik besefte vrij jong: ik ben anders dan jullie. Ik ben daar vanaf vrij jonge leeftijd op gaan letten en zag dat iedereen een op zichzelf staand individu is, hoeveel mensen soms ook op elkaar lijken.

Verdiep je je als trainer ook in sportpsychologie?
Ik heb aan de ene kant de theorie, die ik van mijn vader leerde, en aan de andere kant de straatcultuur en gevangenis. Ik heb zelf ook een managementopleiding gedaan waar veel groepsdynamica in zat. Ik probeer dat toe te passen in theorieën die herkenbaar zijn voor mijn spelers. Als het goed is ben je dan in staat om heel moeilijke groepen de goede kant op te krijgen. Of de spits een bal binnen schiet, heb ik niet in de hand, maar ik heb wel in de hand hoe hij erop reageert en hoe het team reageert. Dat geeft de grootste kans om daarna weer een kans te creëren.

Speelt sportpsychologie ook een rol in de jeugdopleiding van NEC?
Zeker, we nemen hier ook de mentale kwaliteiten met jongens door. Mentale trainer Paul van Zam werkt onder meer bij NEC. Hij is een van de mensen die Peter Bosz daarin coacht. Paul is heel goed in groepspsychologie. De jongens die ik coach, zitten zes dagen in de week met elkaar in de kleedkamer en brengen ook veel tijd met elkaar door op school. Het is fijn als dat op een goede manier gaat, waardoor die jongens allemaal beter in hun vel zitten. Dat moet als je met elkaar wil presteren.

Roos-2

Heb je nog contact met gedetineerden die je in Grave sportles hebt gegeven?
Nee. Ik had wel een keer een gek moment, toen ik in Eindhoven met mijn vriendin wat geld ging pinnen. Ik voelde dat er iemand achter me stond. Ik draaide me om en zag die jongen uit Rotterdam, met de tatoeages in zijn gezicht. Even ging het door me heen dat het toen helemaal uit de hand was gelopen en hij wel wat op zijn kerfstok heeft. Maar hij was heel enthousiast en vroeg hoe het met me ging. Dat haalde de spanning weg. Hij had ook kunnen denken: wat een lul, die pak ik even aan. Maar dan ga je ervanuit dat het allemaal slechte mensen zijn. Ik heb ervaren dat het allemaal leuke gasten zijn, die iets verkeerd hebben gedaan.

Het zijn geen slechte jongens?
Nee. Ik heb weleens een verhaal van een Antilliaanse jongen gehoord. Zijn vader was doodgeschoten op de Antillen. Zijn moeder was daarna in paniek met haar gezin naar Nederland verhuisd, naar Rotterdam, in een buurt met allemaal andere Antillianen. Hij had van zijn vader een gouden kettinkje gekregen. In Rotterdam had iemand dat kettinkje een keer van hem afgepakt op straat. Zijn moeder moest daarom huilen en raakte in paniek.

Zijn oudere broer gaf hem een pistool, zodat hij het volgende keer zelf op kon lossen. Ik vind het dan logischer dat zo’n jongen er als twintiger voor kiest een bank te overvallen dan dat ik dat doe. Er is nooit een ketting van mij afgepakt, mijn ouders zouden er anders mee om zijn gegaan en niemand heeft mij ooit een pistool gegeven. Die hele situatie maakt dat die jongen doet wat hij doet. Die daad is slecht, maar maakt dat hem een slecht mens?