US

The VICE Channels

Alle foto's door Rebecca Camphens
Wednesday, 8 November, 2017

De man die al zeventig jaar bij RKC Waalwijk hoort

Henk van Delft was tien jaar oud toen hij lid werd van de amateurvereniging van RKC Waalwijk. Nu, 70 jaar later, is Henk nog steeds aan de club verbonden. Van wedstrijdsecretaris tot de club besturen in zijn eentje, Henk heeft het allemaal gedaan.

Hij is nu de arbitrage- en spelersbegeleider van RKC en het ziet er niet naar uit dat hij de club ooit nog gaat verlaten. VICE Sports sprak hem in het Mandemakers Stadion over zijn eeuwige  liefde voor de club.

VICE Sports: Ha Henk, waar is jouw verhaal met RKC begonnen?
Henk van Delft: Toen ik tien jaar oud was voetbalde ik met vrienden op de Winterdijk, hier in Waalwijk. In 1947 werden we met een paar jongens lid van de amateurvereniging RKC. Daar heb ik een paar jaar gevoetbald, totdat mijn moeder overleed. Toen ik bij mijn oudere zus in Den Bosch ging wonen, ben ik altijd lid van RKC gebleven.

Je bezocht toen dus nog regelmatig wedstrijden van RKC?
Ja, elke thuiswedstrijd ging ik vanuit Den Bosch naar Waalwijk om met vrienden de plaatselijke trots te zien spelen. RKC is mijn club. Het was de gewoonste zaak om elke thuiswedstrijd te bezoeken. Maar op een gegeven moment kreeg ik een vriendin, die kwam uit Kaatsheuvel, een dorpje naast Waalwijk. Daar zijn we samen gaan wonen en getrouwd. Zo bleef ik echt aan RKC verbonden als vrijwilliger.

Alle foto’s door Rebecca Camphens.

Al met al heb je flink wat taken gehad bij RKC. Waar ben je mee begonnen?
Ik kwam als wedstrijdsecretaris in het hoofdbestuur in de jaren zestig. Iedere zondag hadden we een hoop elftallen en die begeleidde ik allemaal. Dan regelde ik oefenwedstrijden en maakte de planning voor de veld- en kleedkamerindeling. Het was niet bepaald een uitzondering dat er geen scheidsrechter was, dus ik floot ook weleens een wedstrijd.

Mijn vrouw was ook vrijwilliger en verzorgde de bestuurskamer bij de club. Dan gingen we samen met de spelersbus naar elke uitwedstrijd. Zo beleefden we twee keer het landskampioenschap bij de amateurs. Door die successen mochten we in 1984 de Eerste Divisie in en gingen we met RKC betaald voetbal spelen.

Veranderde dat veel, de stap naar het betaalde voetbal?
Best wel. De amateurelftallen kregen minder prioriteit, dus ik ben toen teammanager bij het eerste elftal geworden. Daar komen weer hele andere zaken bij kijken, zoals KNVB-scheidsrechters in plaats van vrijwilligers. De KNVB stelt scheidsrechters aan voor onze wedstrijden en die moest ik ontvangen en begeleiden. Mijn tenue kon ik dus thuis laten liggen, want ik hoefde niet meer plots te fluiten.

RKC promoveerde niet lang daarna naar de Eredivisie. Promoveerde jij weer mee?
Ja, ik werd manager algemene zaken. Dus eigenlijk alles wat met voetbal te maken heeft, viel onder mijn verantwoordelijkheid. Doordat we in de Eredivisie gingen spelen, hadden we plotseling vergaderingen in Zeist met de KNVB en we moesten ieder weekend bij thuiswedstrijden naar het politiebureau om te overleggen over veiligheid. Dan spraken we over het aantal uit-supporters en toeschouwers, om te bepalen hoeveel politieagenten bij de wedstrijd zouden zijn.

Niet veel later heb je de club zelfs een tijdje alleen bestuurd. Hoe kwam dat?
Nou, in de jaren negentig zaten we nog met drie man in het hoofdbestuur. Maar toen beide collega’s ermee plotseling mee stopten, heb ik een half jaar de club in mijn eentje bestuurd. Maar ik heb wel twee dames in dienst genomen die mijn administratie deden hoor. Het was een drukke periode, want ik moest ook vervangers zoeken voor het bestuur. Gelukkig kreeg het bestuur na een half jaar langzaam weer vorm.

Was dat niet ontzettend moeilijk, alles in je eentje doen?
Ik was elke dag op de club. Maar de taken waren toen ook heel anders. Neem bijvoorbeeld de kaartverkoop. Iedere woensdag ging ik naar de sigarenwinkel en legde ik daar de kaarten neer voor de verkoop. Op zaterdag haalde ik de resterende kaarten weer op. Dat is nu wel anders.

Heb je nooit overwogen om met pensioen te gaan?
Nou in 2002 was ik 65 en heb toen een stapje terug gedaan door halve dagen te gaan werken. Ik heb het stokje overgedragen aan Justin Goetzee (nu werkzaam bij NAC Breda, red.). Maar ik deed nog steeds een hoop toen ik halve dagen werkte. Als mensen vragen hadden op de club, kregen ze vaak als antwoord: “Ga maar naar Henk toe, die weet het vast wel.” Ik ben ook nog steeds begeleider van de arbitrage en spelers.

Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Een paar minuten voor de wedstrijd loop ik bijvoorbeeld het veld op en steek ik mijn hand op. Als die naar beneden gaat, weet de scheidsrechter dat ze het veld mogen betreden. Elke wedstrijd in de Jupiler League moet op vrijdag of maandag stipt om acht uur beginnen. Door het signaal met mijn hand begint elke wedstrijd op tijd.

In de rust loop ik met de arbitrage mee naar de kleedkamer, ook om discussies te voorkomen. Tegen De Treffers (24 oktober 2017) in de Beker waren een paar spelers boos op de scheidsrechter, die wilden in discussie gaan. Ik loop dan even mee. Maar ik zorg ook dat er voldoende te drinken en te eten is – mueslireepje, wat fruit en ontbijtkoek.

De club heeft vanwege al je harde werk de scheidsrechterskleedkamer zelfs naar jou vernoemd.
Dat is een hele grote eer. Ik doe dit werk altijd met veel plezier en dit is een mooie voldoening voor mijn werk. De KNVB heeft mij ook nog uitgeroepen tot beste begeleider van de arbitrage in Nederland – dat maakt me trots.

Dus je zorgt ook nog dat de spelers het naar hun zin hebben?
Dat, of ik begeleid ze naar het ziekenhuis in Tilburg als ze geblesseerd zijn of gekeurd moeten worden. Ik rijd dan met de speler naar het ziekenhuis, waar we vaak voorrang krijgen. Tijdens een keuring blijf ik erbij en als de artsen een gesprek met de speler hebben, zit ik er ook bij. Verder zorg ik dat alles zo goed mogelijk loopt, zowel op de club als privé.

Zijn er meer mensen bij RKC die al hun hele leven bij de club werken?
Nee, ik ben echt een uitzondering. Vroeger waren er veel vrijwilligers maar dat is steeds minder geworden. Dat vind ik aan de ene kant wel jammer, maar dat hoort nu eenmaal bij de tijd waar we in leven.

Wat is het mooiste wat je in zeventig jaar RKC hebt meegemaakt?
De opmars naar het betaald voetbal was fantastisch. Daarnaast ben ik verschillende keren gehuldigd. Ik ben benoemd tot erelid bij RKC, de KNVB heeft mij benoemd tot beste begeleider van de arbitrage en ik ben koninklijk onderscheiden. Dat is natuurlijk echt een kroon op mijn werk. De dag dat ik een lintje kreeg was prachtig, een eer die niet voor iedereen is weggelegd. Dat maakt me erg trots.

De financiële crisis drie jaar geleden was een dieptepunt. Er kwam te weinig geld binnen kwam en de club moest steeds meer lenen. Op een gegeven moment kon de club zelfs de salarissen van de spelers en het personeel niet meer betalen. Gelukkig heeft de gemeente met enkele investeerders toen de club gered, want ik kan mij niet voorstellen dat de club uit mijn leven verdwijnt.

Als het aan jou ligt, ga je dus nooit stoppen bij RKC?
Het is nog steeds leuk, gezellig onder de mensen. Ik kan het met iedereen goed vinden. RKC Waalwijk is onderdeel van mijn leven geworden, dus ik ga door zolang het nog kan.

Dit is een verhaal uit de rubriek VICE Sports Clubmeubilair. Zie hier alle verhalen uit deze rubriek.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: