US

The VICE Channels

Foto's via PA Images
Friday, 24 March, 2017

De Formule 1-kampioen die ontvoerd werd door Cubaanse revolutionairen

Zeven mensen werden gedood toen een coureur tijdens de Grand Prix van Cuba in 1958 de controle over het stuur verloor. Hij reed in op een groep toeschouwers. Tientallen mensen raakten gewond en de race werd gestaakt, de coureur zelf overleefde de crash.

Maar de sportramp die dat weekend plaatsvond in Havana was niet eens de reden dat deze Grand Prix een blijvende plek in de geschiedenis heeft gekregen. De krantenkoppen gingen dat weekend over een klein groepje Cubaanse revolutionairen dat de bekendste coureur van de race had ontvoerd.

De Formule 1 heeft altijd geprobeerd races te houden op plekken waar andere sporten niet durfde te komen. Zo hielden ze races in Zuid-Afrika toen het land kapot ging aan de apartheid en Bahrein toen er opstanden uitbraken aan het begin van de 21ste eeuw. In de jaren vijftig rommelde het op Cuba omdat Fidel Castro en zijn beweging probeerde de macht over te nemen van president Fulgencio Batista, een gewelddadige en onderdrukkende dictator die duizenden van zijn eigen burgers had laten doden.

Batista wilde naar buiten toe graag uitstralen dat hij de boel op Cuba onder controle had en organiseerde daarom in februari 1957 een Formule 1-Grand Prix in Havana. Zo wilde hij het toerisme een boost geven en de wereld laten zien dat hij alles rustig kon houden. De race was geen officieel onderdeel van het F1-WK, maar er kwamen een paar van de grootste coureurs ter wereld op af. Ze werden verleid door een enorme prijzenpot en het beroemde nachtleven van Havana. Het circuit was ook indrukwekkend, een deel ging langs Malecón Avenue aan de kust.

Cuba2Het punt waarop het circuit in Havana langs de kust liep.

De eerste race werd gewonnen door Juan-Manuel Fangio, toen de grootste ster uit de sport. Hij had al vier wereldtitels op zak. Omdat de eerste race in Havana geslaagd was, werd er snel een nieuwe race ingepland voor 1958.

Fangio keerde terug naar Havana voor de Grand Prix van 1958, met inmiddels een vijfde wereldtitel op zak. De Argentijn ging richting zijn pensioen, maar was nog steeds de absolute ster van de race op Cuba.

Maar de race was slechts bijzaak voor het Cuba van 1958. Het land stond dat jaar op een keerpunt. Binnen twaalf maanden na de tweede Grand Prix, in januari 1959, was Batista een banneling, verdreven door Fidel Castro en zijn rebellen. Fangio werd zomaar een pion in de revolutie. In de voorbereiding had hij een scherpe indruk gemaakt, hij zag er het beste uit van alle deelnemers. Batista wreef al in zijn handen, de ster zou weer winnen en positieve aandacht naar Cuba trekken. Maar het liep allemaal anders op de avond van de race.

Fangio sliep tijdens de dagen van het evenement in het luxe Lincoln Hotel, net als veel andere coureurs. Hij ging de zondagnacht voor de race naar beneden om een hapje te eten. Wist hij veel dat er een groep revolutionairen in de lobby wacht hield. Toen hij de lobby binnenstapte, stapte er meteen een jonge man met een getrokken pistool op Fangio af, met de mededeling dat hij ontvoerd werd.

De man met het pistool was een lid van de beweging van Fidel Castro. Met een klein groepje beraamde hij de kidnapping die de aandacht van de wereldwijde sportpers zou trekken. Arnold Rodriguez Camps behoorde tot de ontvoerders. In 1997, bijna 40 jaar na de ontvoering, legde hij de redenen achter de kidnapping uit.

“We moesten iets doen om de wereld te laten zien dat we serieus waren over de revolutie en we wilden Batista te kakken zetten,” zegt Camps. “Maar we wilden ook laten zien dat we geen brute moordenaars waren, wat Batista steeds zei. Daarom besloten we Fangio 24 uur lang als onze gast te zien.”

Cuba3Posters voor de races in Cuba.

Drie man van de groep wachtten Fangio op in de lobby, anderen wachtten buiten de deur in auto’s, klaar om weg te rijden. Camps denkt dat een deel van de hotelstaf ook voor de revolutie was. Zij vermoedden waarschijnlijk wel dat er wat aan de hand was, maar deden niks om de rebellen te verraden of weg te krijgen.

Toen ze Fangio te pakken hadden, reden de kidnappers met hem naar een kleine villa in een buitenwijk van Havana. Ze legden hem onderweg hun politieke beweegredenen uit. Fangio had zijn diner in het hotel gemist, dus hij werd in de villa uitgenodigd mee te dineren met de eigenaresse, die er leefde met haar twee volwassen dochters en hun kinderen. Hij was dan wel een gijzelaar, maar Fangio at mee en deelde handtekeningen uit aan de kinderen.

“Het zag er niet uit alsof hij zich bedreigd voelde. Hij leek zich best wel thuis te voelen, praatte met ons allemaal en we lachten soms,” zegt Camps. Maar buiten de villa brak er paniek uit toen het nieuws van de kidnapping de Cubaanse autoriteiten bereikte. Camps maakte zich niet druk.

“We voelden ons veilig. Batista werd inmiddels uitgekotst door heel Cuba. Op de geheime politie na zou niemand ons verraden,” herinnert hij zich. “De hele stad lachte om Batista. Voor hem was de verdwijning van Fangio een politieke klap die de wereld over zou gaan. Dat was precies wat wij wilden.”

Het verhaal was groot nieuws in Amerika en Europa. In steden als Parijs, Londen, New York, Rome, Buenos Aires en Mexico City stond het op de voorpagina’s van de kranten. De start van de Grand Prix werd uitgesteld in de hoop dat Fangio snel gevonden zou worden. Uiteindelijk ging de race op verzoek van Batista door, zonder de aanwezigheid van de superster.

Maar de PR-nachtmerrie van Batista werd alleen maar erger tijdens de race. In de zesde ronde van de race reed de Cubaanse coureur Armando Garcia Cifuentes over wat gelekte olie. Hij verloor de controle over de wagen en crashte in het publiek, waarbij zeven mensen omkwamen en veertig gewond raakten. Door de paranoia na de ontvoering gingen er meteen geruchten rond dat de crash het resultaat was van sabotage door Castro’s revolutionairen, wat onzin was. Hoe dan ook was het een flinke tragedie. De race werd gestaakt.

Fangio zat ondertussen nog steeds in de villa. De kidnappers hadden nooit de intentie om hem pijn te doen en onderhandelden met de Argentijnse ambassadeur in Cuba over de vrijlating van Fangio. Ze kozen voor het huis van een Argentijnse militair op zo’n tien kilometer van de villa als punt van vrijlating. De ambassadeur beloofde zonder politie te komen, voor de veiligheid van de kidnappers en Fangio.

“Het was er helemaal stil, maar we reden er voor de zekerheid eerst een keer langs,” herinnert Camps zich. “We namen de lift naar de negende verdieping en liepen de flat binnen. Juan Manuel (Fangio, red.) nam het woord en introduceerde ons als zijn nieuwe Cubaanse vrienden. En hij meende het.”

Camps gaf de ambassadeur een brief ter verontschuldiging voor de problemen. In de brief werd Fangio een erelid van de revolutie genoemd. Daarna gingen de revolutionairen ervandoor. Ze werden nooit aangeklaagd voor hun daden. “Fangio had ons kunnen identificeren, of laten zien waar we hem naar toe hadden gebracht, maar dat heeft hij nooit gedaan. Dat zegt veel over hem. Ik bewonder hem en de manier waarop hij in het leven stond. Fangio en ik werden goede vrienden in die 26 uur. Die vriendschap bleef bestaan tot de dag waarop hij stierf.”

Gek genoeg betekende de opkomst van Fidel Castro niet het einde van de Cubaanse Grand Prix’s. Castro greep de macht in januari 1959, het jaar daarna organiseerde het socialistische regime een evenement op luchthaven Camp Freedom. Helaas crashte de Venezolaanse coureur Ettore Chimeri van de baan, waarna hij vijftig meter in een ravijn viel en stierf. De internationale motorsport zou daarna nooit meer terugkeren naar Cuba.

Fangio stopte in 1958 met racen, wat waarschijnlijk niks met de kidnapping te maken had. Zijn vader was ziek. Fangio hield contact mijn zijn ontvoerders en keerde later terug naar Cuba om hen te ontmoeten. Daar ontmoette hij ook Fidel Castro.

Fangio2Een standbeeld voor Fangio bij het Mercedes-Benz museum in Stuttgart. 

Fangio stierf in 1995 in Buenos Aires. Hij wordt nog steeds gezien als een van de beste Formule 1-coureurs ooit en de beste uit de beginfase van de sport. Ondanks hun ontmoeting onder bizarre omstandigheden bleef zijn vriendschap met Camps intact. Camps werd minister onder Castro’s regime en stierf in 2011 in Havana, op tachtigjarige leeftijd.

De ontvoering van Fangio in Cuba bleek uiteindelijk vrij schadeloos, al was het een internationale schande voor Batista. Het zou overdreven zijn om te zeggen dat de kidnapping wezenlijk heeft bijgedragen aan de revolutie, maar de gebeurtenissen van februari 1958 zijn onderdeel van de samenloop die er uiteindelijk voor zorgde dat Fidel Castro een jaar later de macht zou grijpen. Een van de grootste sporters van de twintigste eeuw stond zomaar in het middelpunt van een van de beroemdste politieke strijden van die tijd.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: