US

The VICE Channels

Alle foto's door Ryan Oosterling
Thursday, 2 November, 2017

Broederliefde, Jupiler League en de bajes: het verhaal van Doriano Kortstam

Voetballer Doriano Kortstam (23) van FC Eindhoven groeide op op de pleintjes van Spangen en Hoogvliet in Rotterdam. Twee keer kwam hij als tiener alleen op straat te staan. Kortstam ging om met de verkeerde mensen, belandde twee keer in de jeugdgevangenis en verloor zelfs op jonge leeftijd zijn dochtertje.

Maar tijdens zijn detentie zette een toevallige ontmoeting met John de Wolf hem aan het denken. Hij kreeg zijn leven op de rit en is sinds zijn zeventiende profvoetballer. Hij doet nu rustig aan in Eindhoven, maar maakte van alles mee bij de Nike Academy, de Slowaakse clubs Slavoj Trebisov en Zemplin en Ermis Aradippou uit Cyprus. VICE Sports zocht Kortstam op in Eindhoven. Dit is zijn verhaal.


“Heel soms ga ik nog terug naar Rotterdam, naar de wijken waar ik opgroeide. Dan zie ik ze lopen, die kleine jongens. Precies zoals ik vroeger was. Ik zie aan ze dat het moeilijk hebben, ik voel het. Het is fucked up, man. Het maakt me altijd emotioneel. Maar wat kan ik doen?

Ik was zelf 11 jaar toen mijn moeder vanuit Rotterdam terug naar Suriname vertrok om voor mijn oma te zorgen. Ik wilde niet mee en ben bij mijn vader gaan wonen, ook in Rotterdam. Maar ik woonde er nog geen twee maanden toen mijn vader werd opgepakt. Hij moest een jaar de cel in. Van de ene op de andere dag stond ik er alleen voor.

Ik heb vijf zussen en drie broers, bijna allemaal zijn ze ouder. Ik ging wonen bij een broer in Spangen. Hij had een Nederlandse vriendin en een zoon, woonde in een koophuis, had geen schulden en iedere dag stond stond het avondeten netjes om zes uur op tafel. Ik leefde anders. Ik kwam van de straat, deed wat ik wil. Ze hielden wel van me, brachten me discipline bij, ik kreeg zakgeld. Ik hield het alleen niet vol, en kwam bijvoorbeeld altijd te laat. Ik was gewoon niet gewend aan zoveel structuur in mijn leven. Het botste met elkaar.

Alle foto’s door Ryan Oosterling.

Op een dag was het denk ik te veel geworden voor ze. Ik kwam uit school en kreeg ineens te horen dat ik het huis niet meer in kwam. Voor de tweede keer in mijn leven stond ik er alleen voor. Vanaf dat moment was het puur overleven. Ik hing op straat, sliep bij vrienden. Dat heeft bijna een jaar geduurd.

Yaël Eisden, die nu bij RKC speelt, heeft me in die tijd gered. Hij woonde ook in Rotterdam en is nog altijd mijn beste vriend. Ik ben hem eeuwig dankbaar en heb zijn naam ook getatoeëerd op mijn lichaam. Hij was er altijd voor me, gaf me geld voor kleren en strippenkaarten voor de bus. Al het geld dat ik had, bewaarde ik om de contributie bij Spartaan’20 op te kunnen hoesten. Ik was daar spits en speelde er met jongens als Anwar El Ghazi en Mella en Jerr, van Broederliefde.

Op een gegeven moment kon ik naar Feyenoord, maar Spartaan hield dat tegen vanwege mijn gedrag. Ik was agressief, vaak boos op het veld. Een paar jaar later kwam ik via de voetbalschool van Ton Jenner, de vader van Julian Jenner, terecht bij SVV uit Schiedam. Ik woonde inmiddels bij een zus en het ging sportief goed bij SVV. Ik scoorde veel, speelde als zestienjarige al in het eerste elftal en kwam groot in de lokale krant.

Maar toen overleed mijn dochtertje, Annabel. Dat is het grootste verdriet uit mijn leven, ook al was het een ongelukje dat mijn toenmalige vriendin zwanger werd. Annabel werd te vroeg geboren en is snel na de bevalling overleden. Ze kon niet goed ademhalen, kreeg te weinig zuurstof. Ik heb haar dood niet goed verwerkt. Ik was pas zestien jaar en nam geen tijd om te rouwen.

Ik verloor mezelf. Ik begon met de verkeerde mensen om te gaan en liet me besturen door de foute personen. Ik had niemand die me kon corrigeren. Ik wil liever niet vertellen wat er precies is gebeurd, maar ik kwam in aanraking met de politie. Ik was op het verkeerde moment, op de verkeerde plek. Ik moest drie maanden de jeugdgevangenis in.

In de jeugdgevangenis gebeurden de gekste dingen. Vaak was één jongen de lul. Hij werd gepest, zijn boodschappen werden afgepakt door anderen. Dat heb ik meerdere keren gemeld bij de leidinggevenden, maar er werd nooit wat mee gedaan. Op een gegeven moment was ik er klaar mee en heb ik een van de gasten een mep verkocht. Moest ik twee dagen de isoleercel in.

Op aanraden van een begeleidster deed ik op een dag mee aan een voetbalclinic. Ineens stond John de Wolf voor mijn neus. Ik was hem opgevallen, zei hij. Hij gaf me zijn nummer en vroeg me hoe lang ik nog moest zitten. Ik mocht hem bellen als ik vrij was.

Ik belde John op toen ik vrij kwam. Via zijn zaakwaarnemer ben ik op stage geweest bij een paar Eredivisieclubs. Ik zou naar de A1 van FC Twente gaan, maar toen kwam SC Veendam plotseling met een mooie aanbieding. Ik kon daar in het eerste elftal spelen en een huis van de club krijgen. Daar koos ik voor, maar dat was achteraf gezien een verkeerde keuze. SC Veendam ging failliet en ik zat dus weer zonder club.

Ik heb me daarna aangemeld voor de Nike Academy. Namens elk land mochten er vier jongens een toernooi spelen in Stockholm. Ik was altijd spits, maar daar speelde ik achterin. Toch ging het goed. Uit twee miljoen aanmeldingen werden er 21 spelers geselecteerd. Daar zat ik bij. Ik verhuisde meteen naar Engeland, waar de geselecteerde jongens op het trainingscomplex woonden en drie of vier keer per dag trainden. Het is daar de bedoeling dat je in een jaar een contract afdwingt bij een profclub. Als dat niet lukt, moet je weer weg.

We speelden oefenwedstrijden tegen de beloftenteams van clubs als Arsenal, Paris Saint-Germain en FC Barcelona. We kregen alles nieuw van Nike en ik kon op proef bij Sheffield United en Oldham Athletic. Maar daar had ik geen zin in, dat was een te laag niveau, vond ik. Ik speelde wedstrijden tegen talenten als Adrien Rabiot, Héctor Bellerín en Ryo Miyaichi. En we wonnen bijna alles. Dan ga je toch niet op proef bij Sheffield?

Uiteindelijk had ik na dat jaar geen club gevonden. Via via kon ik een paar oefenstages draaien in Slowakije. Zo kwam ik terecht bij Zemplin, de koploper op het tweede niveau. Ik eiste bij het tekenen van mijn contract dat ik eerst even naar huis mocht om mijn spullen te halen – een PlayStation, kleren, dat soort dingen. Maar na vier weken wachten mocht dat nog niet. Ik ben naar de president van de club gegaan voor een gesprek. Hij zei ik zijn eigendom was en hij bepaalde wat er gebeurde.

Ik mocht van hem niet eens weg uit Slowakije. Ik raakte in paniek, het voelde niet goed. Ik ben stiekem naar mijn hotel gerend, heb al mijn spullen gepakt en vrienden gebeld om een vliegticket te boeken. Ik was er klaar mee en wilde vluchten, weg van Zemplin. Ik belde met mijn zaakwaarnemer en hij regelde gelukkig snel dat ik tot halverwege het seizoen verhuurd kon worden aan Trebisov, een andere club uit Slowakije.

Bij mijn eerste gesprek bij Trebisov zei ik tegen de clubpresident dat ik meteen mijn eerste salaris wilde hebben en dan even naar Nederland zou gaan om mijn spullen te halen. Het was echt zo’n typische voorzitter, met een dik horloge en veel diamanten. Hij reageerde heel anders dan de president van Zemplin. Deze man vond het juist mooi dat ik zo brutaal praatte. Hij betaalde een treinticket naar Praag voor me, zodat ik vanaf daar een vlucht naar Nederland kon pakken. Uiteindelijk heb ik goede maanden gehad bij Trebisov en er ongeveer tien wedstrijden gespeeld.

Na de winterstop moest ik me eigenlijk weer melden bij Zemplin. Maar ik ben nooit meer teruggegaan. Ik was klaar met die mensen. Ik heb een half jaar zonder club gezeten en ben in de zomer van 2015 naar Roda JC gegaan. Ik speelde er anderhalf seizoen in het beloftenteam en was daar aanvoerder. Ik zou bij Roda JC een serieuze kans krijgen bij het eerste elftal, maar toen kwam opeens die man met een zak geld, Aleksei Korotaev. In eerste instantie maakte ik me geen zorgen, maar bij de negende nieuwe speler besloot ik om weg te gaan. Ik heb begin dit jaar mijn contract laten ontbinden.

Ik maakte het seizoen af bij Achilles’29 en kreeg in de zomer, vlak voor de Gold Cup met Curaçao, een contractvoorstel van Ermis Aradippou op Cyprus. Dat was een dik contract. Het was mijn tijd om te cashen, dacht ik. Ik liet de Gold Cup met Curaçao ervoor schieten. Dit was mijn kans. De club had ambitie, wilde de Europa League halen. Het leek mooi. Maar nadat ik mijn contract had getekend, klopten er allerlei dingen niet.

Ik zou bijvoorbeeld 5.000 euro tekengeld krijgen. Voor de eerste training kreeg ik alvast 1.000 euro. Die andere 4.000 euro zou ik later krijgen. Ik moest mijn huur van 850 euro en spullen voor in het huis, zo’n 700 euro, eerst zelf betalen. De club zou dat me later allemaal terugbetalen. Tijdens de training kwam de clubpresident aanrijden in een Rolls Royce. Hij kwam een praatje met me maken, ik hoefde me geen zorgen te maken over het geld.  

Na een paar dagen had ik nog niks gekregen. Ondertussen waren er al twee Brazilianen met hun gezin vertrokken. Iedereen zat te wachten op geld. De mensen op de club begonnen redenen te verzinnen waarom ik geen geld kreeg. Ik was zogenaamd te zwaar, we hadden niet goed getraind. Uiteindelijk kwam ik erachter dat de president de grootste maffiabaas van het eiland was. Ik heb toen mijn contract verscheurd zonder er ooit een wedstrijd te spelen.

Ik wilde op Cyprus een nieuwe club zoeken, maar ben vertrokken toen de technisch directeur van Ermis Aradippou dreigende taal sprak. Ik moest snel mijn huis uit, ook al had ik de huur en borg zelf betaald. Als ik het niet zou doen, werd er wel gezorgd dat ik weg zou gaan. Ik heb meteen een ticket naar Nederland geboekt. Weg daar.

Omdat ik maandenlang geen salaris had gehad, was de verleiding groot om in Nederland terug te gaan naar waar ik vandaan kwam. Ik kon zo weer het verkeerde pad kiezen. Maar mijn ‘daddy instinct’ zei dat ik geen verkeerde dingen moest doen. Zeven maanden geleden ben ik vader geworden van een prachtige zoon: Luiz Zinedine Thiago Kortstam. Hij is vernoemd naar mijn drie voorbeelden David Luiz, Zinedine Zidane en Thiago Silva.

De jongens van Broederliefde hebben me in de moeilijke periodes ook op allerlei manieren geholpen. Ze hebben met me gepraat en me financieel ondersteund. Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor. Die jongens gun ik zo veel succes. Tijdens hun liveshow op Het Kasteel riepen ze mijn naam. Dat deed me veel. Ik stond met tranen in mijn ogen op het veld te kijken.

Gelukkig kon ik afgelopen zomer bij FC Eindhoven tekenen.  Alles is hier goed geregeld. Ik woon met twee andere spelers in een huis en ben nu net weer helemaal fit. Op dit moment staat het team goed, dus ben ik nog geen basisspeler. Maar mijn kans komt nog wel. Het belangrijkste is dat mijn leven nu rustig is. Ik heb mijn eigen weg moeten vinden, maar heb nu alles op de rit. Ik ben profvoetballer en mijn geld wordt netjes iedere maand op tijd overgemaakt.

Ik kan zelf nog niet eens alles vertellen wat ik allemaal heb meegemaakt en gezien. Wat wat ik nu vertel is nog niets eens de helft. Het is nog veel heftiger. Maar ik ben er niet klaar voor om alles te vertellen. Ik zit te denken om ooit een boek te schrijven. En ik wil lezingen gaan geven voor kinderen, om ze in te laten zien dat je uiteindelijk altijd goed terecht kan komen. Als je maar volhoudt.  

Ik weet nu wel een ding zeker: ik ga naar de Premier League. Na alles wat ik heb meegemaakt moet ik wel de top halen.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: