US

The VICE Channels

Foto: Megan Hart
Wednesday, 29 June, 2016

Zelfs de beste klifduiker is altijd bang vlak voordat hij springt

Gary Hunt is misschien de beste klifduiker van allemaal, maar dat betekent niet dat hij niet beeft van angst vlak voordat hij zich van negen hoog in het water stort. Laat staan als hij zonder veel training een nieuwe duik probeert tijdens het eerste evenement van het jaar. Voor de Red Bull Cliff Diving World Series in het Possum Kingdom Lake in Texas heeft hij een speciale nieuwe duik ontwikkeld: een driedubbele salto met vierenhalve schroef.

“De eerste wedstrijd van het jaar is altijd moeilijk,” zegt Hunt. “Ik heb al vaker gehad dat mijn hoofd wel klaar was om te springen, maar mijn lichaam niet. Toen moest ik echt even naar achteren stappen omdat mijn benen te erg trilden.”

De gevolgen van een fout kunnen ernstig zijn: spieren die van het bot worden gescheurd, sneeën of een hersenschudding. Dus Hunt let goed op zijn voorbereiding. Het kost hem ongeveer twee jaar om een nieuwe duik volledig uit te werken. De extra schroef die hij dit seizoen toevoegt vereist een enorme toename in kracht en snelheid, dus er is niet bepaald ruimte voor fouten.

De Red Bull Cliff Diving World Series ging in 2009 van start en maakt elk jaar een tour langs negen verschillende plekken. De zestien duikers die elk jaar meedoen verdienen 35.000 euro per wedstrijd, plus een eventuele bonus voor individuele evenementen of de kampioenstitel.

Maar van alle deelnemers heeft Hunt veruit het meeste succes. Hij stopte met olympisch duiken in 2008 en deed vanaf het eerste jaar mee aan het evenement van Red Bull. Hij is de enige die aan alle vijftig wedstrijden meedeed. Hij won de helft en is al vijf keer kampioen geworden. “Gary heeft de moeilijkheidsgraad naar een hoger niveau getild. Hij maakt sprongen waarvan ik dacht dat ze niet mogelijk waren,” zegt Joey Zuber, een voormalig klifduikkampioen die tegenwoordig commentator is.

Zuber noemt vier dingen die Hunt zo goed maken: technische bekwaamheid, bouw, timing en mentale kracht. Dat spreekt natuurlijk een beetje voor zich bij het springen van hoge rotsen, maar het laatste onderdeel maakt het verschil tussen Hunt en de andere deelnemers.

 “Gary heeft zijn angst en emoties volledig onder controle,” zegt Zuber. “Je moet wel bang zijn voor een sprong. Dat is gezond. Maar je moet het onder controle hebben, anders wordt het een groot probleem.”

Hunt tijdens het laatste evenement van de Red Bull Cliff Diving World Series in Bilbao, Spanje. Foto: Romina Amato / Red Bull

In de World Series springen de duikers van een platform dat aan een klif, brug of een gebouw is vastgemaakt, op een hoogte van zo’n 27 meter. Tegen de tijd dat ze het water raken gaan ze meer dan 80 kilometer per uur. Op die snelheid heeft een kleine fout al snel enorme gevolgen.

Hunt heeft tot nu toe nog geen zware blessures opgelopen, maar Zuber weet uit ervaring hoe gevaarlijk het kan zijn. Hij raakte tijdens een sprong in een afgelegen rivier in Colombia de bodem van een modderige rivier waarbij hij zijn dijbeen en rechterenkel brak en zijn kniebanden scheurde. Zuber moest negen uur rijden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis waar hij dankzij problemen tijdens de operatie ook nog last kreeg van hart- en nierfalen. Hij is inmiddels volledig hersteld van het ongeluk, maar het was voor hem een teken van hoe cruciaal angst is in deze sport.

“Als je vanaf tien meter hoog plat op het water slaat, doet dat pijn natuurlijk. In het ergste geval moet je een weekje vrij nemen,” zegt Hunt. “Maar een slechte landing vanaf 27 meter kan het einde van je carrière zijn.”

Toch houdt het Hunt niet bepaald tegen. Hij zoekt met elke duik weer een grens op. Tijdens de World Series maken de duikers in totaal vier sprongen. Na een basissprong en een sprong waarbij de moeilijkheidsgraad al vast staat, kunnen de duikers moeilijkere bewegingen laten zien. Maar terwijl de meeste duikers dan voor basisbewegingen gaan, probeert Hunt eigenlijk altijd moeilijke sprongen.

Volgens duiker Blake Aldridge heeft Hunts reputatie hem de bijnaam ‘De Komkommer’ opgeleverd. Aldridge duikt samen met Hunt tijdens het evenement bij Possum
Kingdom Lake. “Bij onze duiken is er niet alleen veel druk om te presteren, maar ook om het veilig te houden,” zegt hij. “Maar Gary is altijd zo rustig. Hij kan het hoofd koel altijd houden.”

Hunt en Aldridge zaten op dezelfde basisschool in Londen en zijn tijdens hun carrière altijd vrienden gebleven. Ze zaten allebei in het Engelse Olympisch duikteam en waren gespecialiseerd in de tien meter. Hunt deed al dertien jaar mee aan de duiksport en dacht erover om te stoppen toen hij een telefoontje kreeg dat zijn leven veranderde. Een pretpark in Italië was voor een show op zoek naar iemand met duikervaring. De Europese kampioenschappen waren net afgelopen dus Hunt had wel tijd en besloot mee te doen.

In de show speelde Hunt een piraat die tijdens een zwaardgevecht een achttien meter hoge sprong maakt in een klein bad – bijna twee keer zo hoog als hij gewend was.

“Die ervaring was echt een eyeopener voor mij,” zegt Hunt. Na sluitingstijd van het park begon hij verschillende duiken van het hoge platform te proberen. Na zijn klus in Italië ging hij weer door met zijn training, maar hij besloot al snel dat hij voor klifduiken zou gaan. “Ik voel me veel vrijer tijdens het klifduiken,” geeft hij toe. “Er is geen coach bij. We weten zelf wat we moeten doen en het is ook aan ons om het uit te voeren.”

 Hunt duikt bij Polignano a Mare, Italië. Romina Amato / Red Bull

Voor veel professionele duikers is hun coach de belangrijkste persoon in hun leven, maar niet voor klifduikers. Ze mogen bij hun training zo veel coaching ontvangen als ze willen en coaches zijn ook wel toegestaan bij de evenementen, maar ze zijn er eigenlijk nooit bij. Ook is er bij klifduiken veel meer vriendschap onder de atleten. De sfeer tijdens de meeste duikwedstrijden lijkt volgens Hunt een beetje op de sfeer op school, terwijl klifduiken meer lijkt op een feest. “Er is bijna geen rivaliteit bij het klifduiken,” zegt Hunt. “Iedereen is aardig en alles is wat minder serieus.”

Desondanks werkt hij net zo hard als tijdens zijn trainingen voor het Olympisch team. Hij woont in Parijs, waar hij met het Franse nationale team meetraint. Drie dagen in de week staat hij in de sportschool en twee keer per week ligt hij in het bad. Er zijn maar weinig platforms van 27 meter, dus Hunt oefent vooral op 3 en 5 meter, waar hij wel kan werken aan zijn snelheid en techniek. Zijn voorbereiding op 27 meter is dus minimaal. Voor het volgende evenement wil hij een nieuwe draai proberen, maar die heeft hij pas een paar keer op de echte hoogte kunnen proberen.

 “Elke keer dat je denkt dat de sport op zijn top zit, komt Gary weer iets nieuws proberen,” zegt Zuber. Hunt heeft inmiddels alweer een volgende sprong bedacht. “Over twee jaar wil ik een nieuwe duik proberen: een driedubbele backflip met vijf schroeven,” zegt Hunt. “Ik heb die sprong al een tijd in mij hoofd, maar het hangt er een beetje vanaf of mijn lichaam het allemaal aankan. Ik ben geen jonkie meer.”