US

The VICE Channels

Foto's door Frederieke van der Molen
Monday, 23 May, 2016

We vroegen zaakwaarnemer Peter R. de Vries naar de beruchte wereld van zaakwaarnemers

Het was twee jaar geleden groot nieuws toen Peter R. de Vries en zijn zoon Royce samen aankondigden de beruchte zaakwaarnemerswereld in de voetballerij te bestormen met een eigen zaakwaarnemerskantoor. De twee schoven aan bij Jinek en RTL Late Night om hun verhaal te doen, waarna Johan Derksen de plannen door de gehaktmolen haalde in zijn talkshow. Sindsdien bouwen de misdaadverslaggever en zijn zoon aan hun bureau.

Over de zakelijke achterkant van de voetbalwereld gaan altijd de wildste verhalen rond, van louche zaakwaarnemers die spelers misbruiken om miljoenen binnen te harken, tot veel te betrokken voetbalouders en belabberd bestuurde clubs. Bij uitstek een wereld waar een gelauwerde crime-reporter zijn weg weet te vinden, zou je zeggen. VICE bezocht Peter R. de Vries en zijn zoon Royce, advocaat van beroep, in het advocatenkantoor waar ze hun voetbalzaken doen, om te praten over hun ervaringen.

VICE Sports: Hallo Peter en Royce, wat is jullie rol als zaakwaarnemer?
Peter: De zaakwaarnemer is in de voetballerij in feite wat een advocaat in het strafrecht is. De clubs geven vaak op ons af, maar het is in mijn ogen zo dat de zaakwaarnemer de clubs netjes houdt, zoals een advocaat de politie netjes houdt, door er op toe te zien dat de regels worden nageleefd, dat er geen misbruik van machtsposities wordt gemaakt. We weten maar al te goed dat als er geen zaakwaarnemers zouden zijn, de clubs wurgcontracten af zouden sluiten met spelers, zodat ze geen kant op kunnen. Dan is het mooi dat er zaakwaarnemers zijn die zeggen: zo gaan we dat niet doen, dat moet iets evenwichtiger. Dus dat is de rol die ik voor ons zie. In die zin zijn we noodzakelijk.

Is het gelukt om voet aan de grond te krijgen in de voetbalwereld?
Peter: We hebben een stuk of dertien spelers bij clubs als Ajax, Feyenoord, FC Twente, FC Utrecht en Sparta. Het zijn meestal spelers uit de jeugd, die de stap naar het eerste elftal aan het maken zijn.
Royce: Een heleboel zaakwaarnemers scheppen op dat ze een stal van tachtig spelers hebben. Dat hadden wij ook wel kunnen hebben, maar wij vinden het heel belangrijk om spelers persoonlijke aandacht te geven. Dat kan niet als je tachtig spelers hebt.

Bij de lancering van dit kantoor zeiden jullie niet langs de lijn te gaan staan bij jeugdwedstrijden om ouders van talenten in te palmen. Waarom niet?
Peter: Heel recent vroeg iemand nog of ik naar PSV wilde komen om daar de vader van een speler te ontmoeten bij een jeugdwedstrijd. Dat doe ik niet. We kunnen op kantoor praten, maar niet langs de lijn staan smoezen. Dat voelt gewoon niet goed.
Royce: We voelen ons daar niet gemakkelijk bij. We hebben ook het voordeel dat we ons goed kunnen handhaven. Ik ben een advocaat en Peter heeft zijn televisiewerkzaamheden. Daar verdienen we ons geld mee, dus we hoeven onze principes niet te laten vallen om rond te komen.
Peter: Onze klanten zijn eigenlijk allemaal naar ons toegekomen. Of de ouders zeiden: nu wordt het serieus en hebben we een zaakwaarnemer nodig. Het zou fijn zijn als De Vries dat doet, want dan wordt onze zoon in ieder geval niet opgelicht.

Oplichting komt regelmatig voor in de voetbalwereld. Waarom heb je als misdaadverslaggever nooit het FIFA-dossier of matchfixing aangepakt?
Peter: Omdat het nooit op mijn weg is gekomen. Ik hield me bezig met moord en doodslag. Daar was mijn programma in gespecialiseerd, niet in matchfixing. Als ik een goede tip had gekregen of een concrete aanleiding, dan was ik er heus wel achteraan gegaan. Maar dat is nooit gebeurd. Ook de moordzaken die ik deed, begonnen vaak met een tip of een aanwijzing. Ik moet ook zeggen dat er in Nederland nog niet heel veel boven water is gekomen wat matchfixing betreft. We hebben die Kargbo van Willem II en dat is allemaal nog maar marginaal, eigenlijk. Het is niet zo dat de hele competitie op zijn gat ligt vanwege de schandalen die aan het licht zijn gekomen.

Je hoort er inderdaad weinig over. Toch staat de Nederlandse voetbalwereld bekend als een slangenkuil vol intriges.
Peter: Ik vind dat een beetje een karikatuur van de voetbalwereld. Er wordt heel snel geroepen dat het een slangenkuil is en zaakwaarnemers allemaal niet deugen. Clubs zeggen het vaak om hun eigen straatje schoon te vegen. Maar als die verguisde zaakwaarnemer met een toptalent uit Denemarken of Zweden aan de poort staan, wordt toch gewoon de rode loper voor hem uitgerold. Maar goed, dat gezegd hebbende, moet ik zeggen dat het me nogal tegenvalt hoe er in de voetbalwereld wordt omgegaan met afspraken, verslaglegging, contracten, onderhandelingen, noem maar op.

Wat denk je van een collega als Zoran Pavlovic, zaakwaarnemer van Dusan Tadic, die miljoenen verdiende aan de transfer van FC Twente naar Southampton?
Peter: Ik durf te wedden dat als je aan Tadic zou vragen of hij wist dat zijn zaakwaarnemer zo’n enorm bedrag kreeg, hij zou zeggen dat hij het niet wist. Daar is alles eigenlijk mee gezegd. Als je als zaakwaarnemer terughoudend bent om te vertellen aan een speler wat je aan hem verdient, dan is de verhouding zoek.
Royce: Ik vind niet dat je aan een speler kunt verantwoorden dat je zo’n bedrag vangt. In feite gaat het geld dat jij als zaakwaarnemer van een club krijgt niet naar het salaris van de speler. Leg dat maar eens uit aan de speler.

Verdienen jullie inmiddels wat aan de zaakwaarnemersactiviteiten?
Peter: Ja. Geen kapitalen, maar er zijn nu wel inkomsten. We
hebben het eerste jaar gewoon geïnvesteerd.

Lopen jullie weleens een blauwtje bij een speler die jullie binnen willen halen?
Peter: Laatst nog zaten we hier met een speler aan tafel die deze zomer een overstap maakt naar een andere club. Het was een heel positief gesprek, maar wij wilden hem eerst nog persoonlijk zien spelen. Omdat hij nu naar een nieuwe club gaat en de competitie eindigt, kunnen we hem pas in juli zien spelen. Dan kan zo’n speler, als het hem te lang duurt, bij een andere zaakwaarnemer tekenen. Dan moet hij dat vooral doen.

Peter R. de Vries en zijn zoon Royce in de tuin van het kantoor waar ze spelers ontvangen

Over andere zaakwaarnemers gesproken, hoe verloopt het contact met collega’s?
Peter: Met sommigen hebben we een heel leuke relatie en anderen groet je alleen. Het is natuurlijk ook een beetje ieder voor zich. Dat neemt niet weg dat de relaties oké zijn. Maar je doet het toch op je eigen manier.

Je hebt niet het gevoel dat er een hoop zaakwaarnemers tussen zitten die denken: god, nu komt die Peter R. de Vries ook hier de boel uitleggen?
Peter: O, misschien is dat zo. Laat ik zeggen dat ik dat nooit rechtstreeks van ze heb gehoord. Ze hebben dan in ieder geval niet de guts om dat gewoon te zeggen. De werkelijkheid is eigenlijk dat ze het wel grappig vinden en ik durf ook wel hardop te zeggen dat wij juist tot de leidende figuren behoren op de bijscholingscursussen en vergaderingen van onze vakorganisatie. Juist omdat wij procedureel erg sterk zijn. Ik weet zeker dat de mensen die daar aanwezig zijn zeggen: nou, die van De Vries zijn goed op de hoogte.

Op de website van jullie zaakwaarnemerskantoor staat prominent een column van jou, Peter, over kritiek van Johan Derksen. Waarom?
Peter: Derksen heeft het in zijn televisieprogramma nog weleens over mij en ik word daar nog weleens op aangesproken. Dan vragen mensen zich af hoe het komt dat Derksen dit en dat zegt. Daar is een aanleiding voor geweest. Derksen is natuurlijk een man die vaak de halve waarheid of het halve verhaal vertelt. Nou, laat ik dan maar het hele verhaal vertellen. Ik vond het wel aardig om bij ons op de site te zetten: kijk, dit is Johan Derksen in het echt. De aanleiding voor zijn houding is namelijk een column die ik een keer over Derksen heb geschreven in de officiële supporterskrant van Ajax. Daar was hij boos over. Wat ik in die column schreef, kon ik gewoon bewijzen en hij heeft dat ook nooit tegengesproken.

Het is algemeen bekend dat je een Ajacied bent. Dat is uniek, van andere zaakwaarnemers is dat niet bekend. Werkt het voor of tegen je?
Peter: Geen van beiden, eigenlijk. De spelers weten het vaak wel, maar het interesseert ze vaak niet. Ik geloof dat we meer spelers bij Feyenoord hebben dan bij Ajax. We komen vaak mensen van Feyenoord tegen en dat is altijd hartelijk.
Royce: We komen regelmatig bij Feyenoord op Varkenoord en daar worden we altijd zeer hartelijk ontvangen door de mensen die er werken. We hebben er zelfs een rondleiding gekregen toen we er voor het eerst kwamen.

Kan je bij Feyenoord ook een beetje tussen het publiek staan tijdens jeugdwedstrijden, of komen ze je dan halen?
Peter: Dat is soms wel lastig. Dat is niet altijd vanzelfsprekend.
Royce: Vooral bij Feyenoord – Ajax. Dan is er meer publiek en komen ook de hooligans, om het zo maar te zeggen, die waarschijnlijk gefeest hebben de avond ervoor. Dan merk je wel dat ze vooral richting Peter nog weleens wat willen roepen.
Peter: Ja, dat klopt, maar we zijn natuurlijk ook naar heel veel wedstrijden geweest van Feyenoord tegen bijvoorbeeld Willem II of AZ en dan is het eigenlijk nooit een probleem. Het is eigenlijk alleen bij Feyenoord – Ajax. Dan identificeren ze mij met Ajax.

Je hebt al eerder een balletje opgegooid over een directeurschap bij Ajax. Is het zaakwaarnemerschap een opstapje daarnaartoe?
Peter:
Nee, dat zie ik echt niet gebeuren. Ik wil nu gewoon een goed, bonafide bureau uit de grond stampen. Daar zijn we druk mee bezig. Dat is waar alles op gericht is, niet om bij een club binnen te komen en daar aan het roer te staan. Ik heb me tijdens die hele Fluwelen Revolutie wel met Ajax bemoeid. Toen ben ik ook naar de aandeelhoudersvergaderingen en rechtszaken geweest. Daar heb ik toen mijn mening over gegeven in de media. Je kan op verschillende manieren invloed uitoefenen. Dat heb ik op die manier gedaan en dat werkte toen eigenlijk ook best goed.

Nu zit je aan de onderhandelingstafel met Marc Overmars. Hoe gaat dat?
Peter: Ik kan heel oprecht zeggen dat dat hartstikke leuk gaat. Royce en ik kenden Marc Overmars al voordat hij naar Ajax kwam als directeur. Wij zijn zelfs wel eens in Barcelona geweest toen hij daar speelde. Toen was Royce natuurlijk nog een jonge jongen. Dat contact is altijd goed gebleven. We hebben onlangs een eerste contract afgesloten voor een speler van ons bij Ajax. Daar heeft Marc over onderhandeld. Dan is dat hartstikke leuk en merken we dat Marc daar alle tijd voor neemt. Natuurlijk blijven we ook zakelijk en hebben we het een en ander heen en weer gemaild, maar gewoon heel plezierig.

Is Marc Overmars een stugge onderhandelaar?
Peter: Nee, niet stug, maar hij weet gewoon wat hij wil. Hij is gepokt en gemazeld en heeft een beleid neergezet. Dat beleid is ook vrij duidelijk. Het gaat in bepaalde klassen, bepaalde schalen. Daar wil Ajax niet teveel van afwijken. Dat gebeurt in een heel constructieve sfeer. Maar dat hadden we ook bij Martin van Geel van Feyenoord, dat ging ook goed.

Leon Bergsma is jullie eerste speler die een contract bij Ajax heeft getekend. Wat verwachten jullie van hem?
Royce: Hij is een intelligente voetballer die in het Ajax-plaatje past als verdediger. Hij voetbalt al zijn hele jeugd bij Ajax, maar het is hem niet aan komen waaien. Hij heeft er altijd hard voor moeten werken. Ik denk dat dat nu in zijn voordeel werkt.
Peter: Leon is echt een voorbeeld van een jongen die naar onze maatstaven uit het juiste hout is gesneden. De mentaliteit is goed. Twee voeten op de grond, vatbaar voor wat een coach en zijn ouders zeggen. Hetzelfde geldt voor Jelle van der Heyden van FC Twente, ook zo’n jongen waarbij je voelt dat hij uit het juiste hout is gesneden.
Royce: Jelle heeft in de jeugd twee keer achter elkaar zijn kruisbanden gescheurd. Kwam hij terug na negen maanden revalideren, scheurde hij hem na zes minuten weer af. Afgelopen seizoen was hij de vierde middenvelder van FC Twente, na Ziyech, Mokotjo en Gutiérrez.

Die mentaliteit, dat is wel een ding bij jullie. Jullie hebben ook twee mental coaches betrokken bij dit zaakwaarnemerskantoor. Waarom?
Peter: Het is onze overtuiging dat het mentale aspect van een speler doorslaggevend is of hij het gaat maken of niet. Daar is nog veel in te winnen. Dat wordt door clubs en spelers nog weleens onderschat. Er wordt nog weleens lacherig over gedaan wordt door jongens als Johan Derksen en René van der Gijp, waardoor er een beetje een taboesfeer omheen hangt. Maar je kan een speler veel sneller mentaal beter maken, dan dat hij technisch of tactisch beter wordt. De winst van het mentaal beter worden is enorm.
Royce: We hebben, in deze vrij korte periode dat we in het vak zitten, echt spelers af zien haken omdat ze mentaal niet weerbaar genoeg waren. Op alle manieren. Niet per se omdat ze veel uitgaan of zo, maar omdat ze niet de winnaarsmentaliteit hebben, niet alles willen geven.

Jullie begeleiden ook een aantal Marokkaanse jongens. Merken jullie de impact van de recente publieke discussie over de mentaliteit van Marokkaanse voetballers?
Peter: Nou, we hebben het daar wel met spelers over gehad. Maar ik moet je zeggen dat, als ik naar onze Marokkaanse spelers kijk en de spelers waarmee zij contact hebben, ik vaak een hele goede indruk heb van de mentaliteit en het opofferingsvermogen van Marokkaanse spelers. Nederlandse spelers zijn soms moeilijk in toom te houden, omdat ze zich nog weleens te buiten willen gaan in de disco en de kroeg. Dat speelt bij de Marokkaanse jongens gewoon helemaal niet. Die drinken gewoon niet. Punt uit. Ik ben daar soms wel van onder de indruk. Er wordt vaak een beetje lacherig over die jongens gedaan, maar ik vind ze vaak heel serieus en toegewijd.
Royce: Die willen er altijd helemaal voor gaan, terwijl Nederlandse spelers weleens zeggen dat ze dan en dan niet willen voetballen, of niet helemaal naar Limburg toe willen. Bij Marokkaanse spelers zien we dat ze meteen elke kans pakken die zich voordoet.

Bij Ajax weten de spelers tegenwoordig ook niet meer hoe ze kansen moeten pakken. Je ging viral Peter, met een clipje uit RTL Boulevard waarin je de titel al aan Ajax toedichtte. Heb je John van den Heuvel nog gefeliciteerd met de titel?
Peter: Ja, ik heb John meteen na het einde van de wedstrijd een felicitatie gestuurd. Ik wist natuurlijk dat ik wel wat te
verduren zou krijgen. We kennen elkaar goed en we plagen elkaar graag over en weer met onze clubs. We hebben daar beiden pret om.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: