US

The VICE Channels

Foto via Dopingautoriteit Nederland
Wednesday, 10 August, 2016

We dronken een kopje koffie met de directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit

Of we een dagje mee konden lopen met een dopingcontroleur? Nee. Absoluut niet zelfs. We mochten wél op de koffie bij Herman Ram, de bebaarde directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit.

Een oud echtpaar speelt jeu de boules op een licht aangewalste grindbak in Capelle aan de IJssel. Ze zijn lid van Sparta, de gezelligste jeu de boules-club van Nederland aldus Sparta. De club is een neefje van voetbalclub Sparta; ze hebben hetzelfde clublied. Het echtpaar gooit ballen en zegt niets. Jeu de boules is een serieuze sport.

Iets verderop, een meter of tweehonderd,  zit Herman Ram in de vergaderkamer van de Nederlandse Dopingautoriteit. Hier zit het hoofdkwartier van de dopingjagers, onopvallend weggestopt in een wijk met kantoren. Op tafel staat iets dat op een pennenbakje lijkt, met daarop de spreuk: ‘blijf negatief!’

Ram draagt een vrolijke stropdas, maar praat serieus over zijn vak: “Dopingcontroleur is géén romantisch beroep. Doping is géén sexy woord.”

VICE Sports: Eigenlijk wilden we met een dopingcontroleur op stap.
Herman Ram: En dat mocht niet.

Helaas.
We krijgen regelmatig dat verzoek van journalisten. De publieke interesse in ons vak is nu eenmaal groot. Het is opvallend dat niemand geïnteresseerd is in ons preventiebeleid, het gaat altijd om de dopingcontroles. Die prikkelen de fantasie blijkbaar.

Waarom mogen we niet gewoon een dagje meelopen?
Het Wereld Anti Doping Agentschap (WADA) heeft dat reglementair vastgelegd.  Maar goed, een controle is een proces tussen een sporter en een controleur. Wij maken inbreuk op de privacy van de sporter, en die inbreuk gaat vrij ver. Controleurs kijken toe hoe een sporter urineert. Daar hoort geen journalist bij.

Jammer zeg. Kan iedereen zomaar dopingcontroleur worden?
Nee, maar iedereen kan wel solliciteren. Daar heb je geen medische achtergrond of een andere vooropleiding voor nodig. Jaarlijks krijgen we tientallen open sollicitaties binnen, maar een groot deel van de mensen heeft een veel te romantisch beeld van het vak. Ze vinden het mooi om dicht bij een bekende sporter te zijn, om onderdeel van de sport te worden. Zodra ik iemand aanneem, zeg ik: ‘Jij hebt nu een probleem: als jij naar een verjaardagsfeestje gaat, ben je de toffe peer, mensen vinden jouw werk spannend. Maar je mag niet over je vak praten. Je mag niets zeggen.’ Wij hebben een geheimhoudingsplicht en als die geschonden wordt is dat reden voor ontslag.

Het is dus beter als je niet zo van verjaardagsfeestjes houdt?
Nou, je moet wel hele goede sociale vaardigheden bezitten. Je hebt met sporters te maken die bijvoorbeeld net een wedstrijd verloren hebben en balen. Ze hebben geen zin in een controle of kunnen toevallig niet urineren. Ga dan maar een paar uur met zo’n sporter op een bankje in de kleedkamer zitten. En strikt volgens protocol kunnen werken is ook erg belangrijk, want ieder vakje dat je niet aankruist op een formulier vormt direct een probleem.

Hoe weet u of de controleurs zelf te vertrouwen zijn?
Ik ben nu tien jaar directeur van de Dopingautoriteit en in Nederland heb ik nog geen fraude van een controleur meegemaakt. Maar het is een terechte vraag. In de selectie, training en begeleiding besteden we veel aandacht aan de betrouwbaarheid. We kunnen dus redelijk inschatten met wie we te maken hebben, maar honderd procent zekerheid hebben we nooit.

U kunt uw mensen niet screenen?
Nee, we hebben niet de mogelijkheden die de overheid bijvoorbeeld wél heeft. Daarom hebben we zo’n streng protocol. Een dopingcontroleur bepaalt niet wie, waar of wanneer hij controleert. Wij geven hem een opdracht en hij moet binnen de context van die opdracht handelen. De controle wordt tot op de minuut ingevuld op formulieren. Iedere keer dat iemand iets in de koelkast zet, iets eruit haalt of overdraagt aan een koerier leggen we dat vast.

Nu we toch bezig zijn: zijn die koeriers wel te vertrouwen?
De urinemonsters worden dubbel verzegeld. Ze kunnen niks openmaken zonder dat we daar achter komen.

Als het over doping gaat horen we vaak de term whereabouts. Zijn sporters altijd op te sporen?
Whereabouts opgeven is niet leuk, maar het geldt slechts voor een beperkte groep sporters die aan een risicoprofiel voldoen. Momenteel zijn dat er zo’n 350, verdeeld over twaalf sporten. Sporters moeten per dag één uur vindbaar zijn, dus uitdrukkelijk bekendmaken waar ze zich begeven. Iedere dag. Vaak kiezen ze voor het tijdstip tussen 06.00 en 07.00 uur ’s ochtends, omdat ze dan toch nog op bed liggen.

Geen aantrekkelijk tijdstip voor een controleur.
Onzin. Mijn controleurs gaan gewoon om 04.00 uur op stap als het moet. Wel is het zo dat sporters soms geïrriteerd zijn als we daadwerkelijk om 06.00 uur op de stoep staan.

En wat gebeurt er als de sporter de deur niet open doet?
Dan spreken we van een ‘missed test’. Dat mag een sporter twee keer gebeuren per jaar. Bij de derde keer hebben ze een probleem, dan volgt een tuchtprocedure. Maar tegenwoordig hebben we een app, die is standaard voor sporters overal ter wereld. In die app – de whereabouts app – kan een atleet tot een minuut voor zijn gelokaliseerde uur zijn verblijfsplaats wijzigen.

Dat klinkt alsof ze daar ook flink misbruik van kunnen maken.
En dat gebeurt ook. Dan staat de controleur bijvoorbeeld volgens opdracht in Eindhoven en dan kan de sporter een minuut van tevoren appen dat hij toch in Geneve zit. Er zijn sporters die dat constant doen uit pure dwarsigheid.

Ik ben wel benieuwd. Wie dan bijvoorbeeld?
Namen noem ik niet. Maar ze maken zich natuurlijk wel verdacht op die manier. En onvolledige of foutieve informatie kunnen we ook als overtreding noteren. Dus als ze het te bont maken, zijn ze wel aan de beurt.

Maar sporters kunnen ook oprecht vergeten om hun verblijfplaats aan te passen, toch?
Ze worden inderdaad niet geselecteerd op hun administratieve vaardigheden of hun intelligentie, maar op hun sportieve prestaties. Daarom zit er een alert op de app. Kun je instellen en dan gaat die een uur van tevoren af. Werkt prima.

TourdeDoping
Protest tegen doping tijdens de Tour de France (foto via Wikimedia)

In Rusland is dopingcontrole wel andere koek.
Ja, in Rusland zijn sommige gebieden bijvoorbeeld aangewezen als militair terrein, waar Russen zelf geen vrije toegang tot hebben, laat staan buitenlanders. Een dopingcontroleur komt daar niet binnen. Opvallend genoeg wonen daar juist veel sporters. In een ander land zou dat eventueel nog toeval kunnen zijn, maar in Rusland is dat absoluut opzet. Geen twijfel.

Zijn er in Nederland plekken waar de controleurs niet kunnen komen?
We kunnen sporters vrijwel altijd localiseren en de meesten van hen werken natuurlijk ook gewoon mee. Soms wordt een sporter bezocht die toevallig ook beroepsmilitair is en op een streng bewaakte kazerne zit. Dan mag de controleur niet direct naar binnen en loopt de controle vertraging op. Maar de Dopingautoriteit heeft bijvoorbeeld wel gewoon de sleutel van de hotels op Papendal, het sportcomplex waar veel topsporters overnachten.

De Russische regering hielp op Hollywood-achtige wijze met het vervalsen van urinemonsters. Kon u stiekem ook een beetje lachen om de schaal van deze monsterfraude?
Helemaal niet. Dit is een zeer ernstige vorm van fraude die de sport veel schade heeft toegebracht. Daar kan ik niet om lachen.

Het is wel een goed verhaal, toch?
Laat ik het zo zeggen: ik heb er hoogstens professionele bewondering voor. We dachten dat het systeem waterdicht was, met onafhankelijke toezichthouders en minimaal drie dopinglabdirecteuren. Dit is uitermate professioneel uitgevoerd. Maar ik word er niet blij van.

Wordt er in Rio weer volop doping gebruikt?
Zeker. Tijdens alle zomerspelen spelen er altijd wel vijf tot tien dopingzaken. Dat weten we van tevoren.

Want we kunnen het dopingprobleem niet oplossen?
Die strijd is niet te winnen. Het krankzinnige is dat men van ons als dopingautoriteit verwacht dat we dit probleem wel even tackelen. Maar niemand loopt een politiebureau binnen en zegt: wanneer is het nou eens klaar met diefstal?
We proberen het dopingprobleem te beheersen, maar we kunnen het nooit honderd procent uitbannen. Dat is een volstrekt kromme, irrealistische gedachte. Er is geen enkele sport die kan claimen dat doping geen zin heeft, en geen enkele sport die kan claimen dat die dopingvrij is.  Zelfs al sporen we het niet op, dan nog kunnen we niet uitsluiten dat het gebeurt. Er blijft genoeg werk te doen.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: