US

The VICE Channels

Foto: EPA Images/Mast Irham
Friday, 24 June, 2016

Waarom Oekraïne, het slechtste land van het EK, niet in zijn hempie staat

Ik keek met frisse tegenzin de wedstrijd van Oekraïne tegen Polen in mijn buurtcafé, samen met de barman en met een vriend van me. Het café was verder volledig leeg. Op straat reden er geen auto’s. We bestelden een biertje en keken naar de eerste minuten van de wedstrijd.

‘Potverdorie, zeg,’ verzuchtte de barman.

‘Nou hè,’ antwoordde ik. Weer zwegen we.

‘Zal ik het geluid uitzetten?’

‘Misschien maar wel hè.’

‘Misschien is dat inderdaad voor iedereen maar beter,’ vulde mijn vriend aan.

Zo keken we de wedstrijd uit. Oekraïne tegen Polen. Het allerslechtste voetbalteam van dit toernooi. Zonder commentator, zonder muziek over de speakers. Zonder iets tegen elkaar te zeggen. Af en toe bestelden we een nieuw biertje. In de rust haalde de barman nog een keer diep adem en plukte een beetje aan zijn baard. Mijn kompaan aan de bar keek met zware ogen vragend naar onze barman. Hij raapte zijn moed bijeen en schraapte zijn keel.

‘Zal ik er een paar bitterballen in gooien?’

‘Nee. Doe maar niet.’

We wisten waar we naar keken. Dit had, bij wijze van spreken, onze plek op het EK kunnen zijn. Deze avond had het café oranje kunnen kleuren en tot de nok toe gevuld kunnen zijn met supporters met Memphishoedjes, Memphissjaals en verkeerd gespelde Jordy Clasie-tattoos. Het had zo mooi kunnen zijn. In dit totaal op mute gezette café werd het weer eens pijnlijk duidelijk.

Juichpetten en Memphishoedjes

Ik kan me een filmpje herinneren waarin een Oekraïense sportpresentatrice klaarstaat om haar verhaal voor de nationale televisie te doen, ten tijde van het EK in 2012. Met een lopende massa oranjesupporters achter haar, begint ze te praten over voetbal. Na een paar minuten komt er een geblondeerde vrouw op leeftijd met een doorrookt gezicht en een oranje shirt voorbij lopen. Ze kijkt recht in de camera en zwaait een keer, als ze het dichtst bij de presentatrice is. De presentatrice glimlacht een keer en begint opnieuw.

Een paar seconden later loopt er een poenige man met grijs haar en een shirt van het Nederlands Elftal aan op haar af. Hij duikt met zijn gezicht haast in haar niet eens overdreven decolleté en begint een loflied op haar borsten te schreeuwen, gevolgd door een volledig in het oranje verklede volwassen man die er nog een hommage overheen gooit. In de minuut die volgt, wordt de Oekraïense lastig gevallen door een man met een snor en een grote hup-hollandvlag, drie studenten in een oranje koeienoveral, een babyboomer met een oranje strandbal en een makelaar met een juichpet op en een halveliterblik bier in zijn handen. Nederland had twee jaar eerder de WK-finale gehaald, en nu zouden we deze beker ook wel even komen ophalen. En dat zouden ze weten, in Oekraïne. Steeds zenuwachtiger begon de presentatrice te lachen en met de minuut begon ze geïrriteerder uit haar ogen te kijken.

Ik vraag me af hoe het nu met haar gaat. En met de babyboomer met zijn juichpet. Ik stel me voor dat hij Manfred heet. Manfred Willebrords, en dat hij dit jaar een nieuwe Dolby surround-geluidsinstallatie heeft gekocht. Ik stel me voor dat Manfred op eBay een gesigneerd shirt van Marco van Basten heeft gekocht en dat dat shirt nu op zijn werkkamer ingelijst aan de muur hangt. Ik ben benieuwd of Manfred in zijn grote woonkamer met een peperduur en lelijk schilderij boven de bank ook met de televisie op mute zit te kijken naar het slechtste team van het EK. Of Manfred nog even terugdenkt aan zijn gebbetje met de Oekraïense presentatrice. Of Manfred nog eens denkt aan zijn juichpet, terwijl hij in alle leegte en allesverstikkende stilte kijkt naar de schlemiel van het toernooi.

Niet zo goddelijke kanaries

De selectie van Oekraïne spreekt tot de verbeelding. In de zin dat je een hoop verbeelding nodig hebt om er iets optimistisch over te kunnen zeggen. De Oekraïense competitie is vergelijkbaar met de Schotse. Een jaar lang spelen er clubs als Hoverla Oezjhorod, Metaloerh Zaporizja en Vorskla Poltava tegen elkaar, en uiteindelijk is Sjachtar Donetsk of Dynamo Kiev kampioen. De meeste clubs zouden niet misstaan in het rijtje HFC Haarlem, RBC Roosendaal en FC Twente: clubs zonder heden of clubs zonder toekomst.

Oekraïense internationals als Oleksandr Zintsjenko (die speelt bij het nooit te onderschatten FK Oefa) en Roman Zozoelja (van Dnipro Dnipropetrovsk) doen, zacht gezegd, nou ook niet meteen hele vrachtwagenladingen aan bellen rinkelen. Wat, zoals bij elk land, een klinkende zegetocht had moeten worden, werd een Oekraïense martelgang die een spoor van teleurstelling achter zich liet. Ook voormalig sterspeler Anriy Shevchenko kon daar niks aan veranderen als assistent-trainer. Waar Oekraïne in de kwalificatiereeks nog won van slapende voetbalreuzen als Wit-Rusland, Luxemburg en Macedonië, wist het in de eindstrijd geen enkel punt te pakken. Sterker nog: zelfs doelpunten bleven uit. Met een negatief doelsaldo van vijf en geen enkel punt op de eindteller, staat Oekraïne nu met lege handen. Of, zoals voetbalfilosoof Arno Vermeulen zou zeggen: ze vergaten zichzelf te belonen.

Alsof de ramp nog niet compleet was, besloot ook de bondscoach al tijdens het toernooi ermee op te houden. Michajlo Fomenko (maak je niet druk, ik heb het ook op moeten zoeken), vatte het in een dikbewolkte, donkergrijze persconferentie samen: ‘Wat voor zin heeft het nog om door te gaan nu we hebben gefaald op dit toernooi?’

Het existentialisme van Jean-Paul Sartre en Albert Camus (alles is zinloos en daar moeten we het maar gewoon mee doen) komt misschien wel nooit meer dichter in de buurt van professionele sport als in de woorden van de Oekraïense bondscoach.

Een van de eerste wedstrijden van dit toernooi was de wedstrijd Zwitserland – Albanië. Terwijl ik de wedstrijd bekeek, zat ik op Twitter. Wat moet een mens anders? “‘Albanië tegen Zwitserland, dat is nou echt de wedstrijd waar ik al weken naar uitkijk,’ aldus niemand.” Een Zwitserse journaliste wees me erop dat een zaadwedstrijd in een poulefase nog altijd beter is dan helemaal niet aan het EK meedoen. Ja, daar had ze natuurlijk ook wel weer een punt. Welbeschouwd zijn dus alle landen op het EK beter dan onze getemde leeuwen, die, aangevoerd door een iets te dikke Rafael van der Vaart, zuchtend en steunend in hun hempie staan en de boel vanaf de bank bekijken.

Want terwijl Raf met een kaassoufflétje in zijn linker- en rechterhand bij de frisdrankautomaat een lullig grapje maakt over de linksback van Oekraïne die bij Dynamo Ptrolsnzongojonvomskilul speelt, denk ik aan de Zwitserse journaliste die mijn honende grapje over slecht voetbal heel simpel weerlegde:

‘Altijd nog beter dan thuisblijven.’

En zo is het maar net. Hup Oekraïne, hup! Laat de net iets minder goddelijke kanarie niet in zijn hempie staan!