US

The VICE Channels

Foto via Lebemann
Thursday, 18 August, 2016

Waarom ik alleen goed gekleed voor mijn club vecht

Lebemann is een casual. Dat wil zeggen dat hij een knokpartijtje op zijn tijd niet schuwt, maar daarbij altijd kleding van merken als Stone Island of Lacoste draagt. In deze column legt hij uit hoe en waarom hij voor deze levensstijl koos.

Voetbalsupporters – en vooral degenen die niet vies zijn van een knokpartijtje op zijn tijd – worden door en voor het grote publiek vaak omschreven als ongeschoold, werkloos en alcoholistisch. Dank daarvoor! Ik kan die gedachte tot op zekere hoogte wel begrijpen, want als ik om me heen kijk in deze microkosmos van het voetbal, zie ik die types ook rondlopen.

Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet tegen asociaal gedrag. Integendeel, ik doe er zelf graag aan mee. Voor mij is er niets beter dan onopgemerkt een vreemde stad binnenvallen, om daar de verbaasde gezichten te zien van mensen die het beeld niet kunnen plaatsen van een groep goed geklede, maar stomdronken jongemannen. Niemand komt ook maar op het idee dat onze groep op weg is naar een voetbalwedstrijd. Want dat is wat ik en mijn vrienden zijn: aso, maar met stijl.

Toen ik een kleine jongen was werd ik elk weekend door mijn opa meegenomen naar het stadion. Mijn opa is een reus van een vent, met handen als kolenschoppen, en altijd goed gekleed. Een man uit de arbeidersklasse, die doordeweeks altijd een overall droeg. Voor hem waren de twee weekenddagen altijd een kans om zich goed te kleden. “Voor het voetbal en de kerk moet je er altijd onberispelijk uitzien,” hoor ik hem nog zo zeggen. Voetbal is voor veel mensen een religie, dus zo gek is deze gedachtegang niet.

Zelfs op school was ik de eerste die een overhemd onder een pullover droeg. Ik had al vroeg een gevoel voor stijl. Ik droeg vaak een spijkerbroek met daaronder twee spierwitte Lacoste-schoenen, en een blauwe pullover met daaronder een wit overhemd, aan de onderkant netjes in mijn broek gestopt. In die periode begon ik ook steeds vaker zonder begeleiding naar voetbalwedstrijden te gaan. Ik besteedde in het stadion meestal niet zoveel aandacht aan wat er op het veld gebeurde. Ik was meer bezig met het reilen en zeilen op de tribunes. Daar zag ik mensen in gewone kleding, shirts van de clubs, skinheads, en een klein aantal mensen dat zich onderscheidde van de rest. Ze droegen polo’s van Fred Perry of Lacoste in kleurrijke combinaties die meestal niks te maken hadden met de uniformele verplichting die je ziet bij ultra’s.

Ik kreeg vrij snel door wat voor jongens dit waren en raakte gefascineerd door de cultuur, maar ik had geen aanknopingspunt met deze gasten. Als zestienjarige besloot ik een taalcursus te gaan doen in Londen, wat op zich best positief uitpakte op dit gebied.

Een uitwisselingsjaar bij Millwall FC

Daar zat ik dan, in een vreemde stad en afgezien van mijn gastgezin zonder sociale contacten. Mijn gastvader bleek een groot van van Millwall FC en was waarschijnlijk een boefje. Ik zag hem nooit naar een normale baan gaan, maar geld was nooit een probleem. Omdat hij wist dat ik van voetbal hield, nam hij me mee naar een paar wedstrijden van The Lions. Ik stond strak van de adrenaline toen ik The Den, het beruchte stadion van Millwall, voor het eerst betrad. De sfeer was vijandig richting iedereen die niet voor The Lions was. Het stonk er naar gemorst bier en mijn voeten bleven plakken aan de modder op de houten tribunes. Hemel op aarde dus.

De weken en maanden vlogen voorbij. Ik leerde steeds meer “lads” kennen in het stadion en ging daardoor steeds vaker met mensen van mijn leeftijd naar het voetbal. De Britse stijl was wat anders dan ik gewend was. Stone Island domineerde de tribunes.

Casuals

Op een dag besloot ik te spijbelen van school om een beetje te dwalen door de winkelstraten van Londen. Er waren toen nog geen smartphones, dus je moest echt op zoek gaan naar de winkels met de juiste kleding. In een wereldstad als Londen is dat geen gemakkelijke klus. Op de een of andere manier lukte het me om een outfit bij elkaar te krijgen: een zwarte hoodie van Stone Island, een blauw-wit gestreepte trui van Lacoste, een donkerblauwe Levis’s 501 en een paar witte Reebok Classics. Ik zag er net zo uit als de andere jongens in het stadion. Mooi!

Bonjour Tristesse

Aan al wat mooi is komt een eind, of dat nou een affaire is met dat mooie meisje op kantoor die zo heerlijk kan pijpen, of een uitwisselingsjaar in Londen. Met de verhalen die ik daar heb opgedaan zou ik een boek kunnen vullen en misschien komt het ooit wel zo ver.

Van alle indrukken die ik heb opgedaan in Engeland, heeft de typisch Britse casual-stijl me het meest gegrepen. Een groot deel van mijn maandelijkse centen gingen naar kleding van bekende merken. Ik vroeg me toen wel af waarom de fascinatie voor een nette verschijning in het voetbalstadion nog niet zo leeft aan de andere kant van de Noordzee. Hier thuis trof ik weer ultra’s met bomberjacks, joggingbroeken en heuptasjes aan. Weerzinwekkend. Welkom thuis.

Ik ging dus maar door met mijn eigen ding. In eerste instantie werd ik belachelijk gemaakt. De rest kon de keuze voor mooie vrijetijdskleding maar niet plaatsen.

De reden

Dit hele casual-gebeuren maakt natuurlijk toevallig ook indruk op het vrouwelijke geslacht. Ik spreek uit ervaring. In het beste geval kan je, nadat je je zaterdagmiddag stuk hebt gedronken op de tribune, een paar uur later twee lijntjes coke wegsnuiven, om daarna fris en fruitig naar een wijnbar te gaan voor een date met een mooi meisje uit de middenklasse. Geen probleem.

Maar elk voordeel heb zijn nadeel. Sommige jasjes zijn door de jaren heen kapotgetrokken, zonnebrillen zijn verloren in Italiaanse taxi’s en shirts zijn beland in de vuilnisbak, omdat ik de bloedvlekken er niet meer uitgewassen kreeg. Zo gaan die dingen.

Het gaat om meer dan de kleren. Het gaat om de wedstrijden die je bezoekt en de jacht naar jassen en schoenen in de stad of op internet. Het gaat om de hele cultuur erachter. Het ontmoeten van gelijkgestemden om een goede tijd mee te hebben, nog los van voetbalgeweld. Wanneer, bijvoorbeeld bij een bruiloft in Genoa, mensen die op speeldagen tegenover elkaar staan met elkaar aan tafel zitten te drinken en lachen. Soms vraag ik me weleens af wie er nou echt asociaal zijn in deze hypocriete samenleving.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: