US

The VICE Channels

Foto via Jip Bartels
Monday, 23 May, 2016

Van Ajax-toptalent naar VU-superstudent: het bitterzoete verhaal van Jip Bartels

Jip Bartels (1993) was de spits uit de lichting van Ajax-aanvoerder Davy Klaassen, maar het eerste elftal van Ajax heeft hij nooit gehaald. Sommige voetballers hebben de pech dat ze een keer een kruisband scheuren. Een enkeling scheurt twee keer een kruisband. En dan heb je Bartels, die binnen drie jaar drie keer een kruisband scheurde. Profvoetbal zat er niet meer in, dus Bartels werd een prijswinnende superstudent met de ambitie om ooit directeur van Ajax te worden. Da’s logisch.

VICE Sports ontmoette Bartels in een lunchroom in Amsterdam. Dit is zijn verhaal.

________________

“Toen ik acht was, speelde ik met mijn Utrechtse amateurteam van Kampong tegen een ander amateurteam. In de rust kwam mijn vader naar me toe. ‘Jip, je krijgt in de tweede helft van mij per goal tien gulden,’ zei hij. Ik was piepjong, dus ik vond dat super veel geld. Ik maakte vier goals na de pauze, was dolblij en zei: ‘Pap, kom maar op met dat geld.’ Hij zei: ‘Dat komt goed, maar je bent gescout door Feyenoord, dat is nog veel mooier!’ Ik wist niet wat Feyenoord was, of scouten. Ik wist wel wat Ajax was, de grote club waar iedereen voor wil spelen. Voor de rest had ik geen idee. Er is een oud filmpje waarin ik een jaar of vijf ben. Dan zit ik in bad en vraagt mijn moeder wat ik later wil worden. ‘Voetballer op Ajax’, zeg ik dan.

De ouders van Wesley Sneijder hebben vroeger bij mijn familie thuis schoongemaakt, totdat Wesley in het eerste van Ajax speelde. Ik kreeg Ajax thuis met de paplepel ingegoten, maar nadat ik was gescout door Feyenoord, werd ik daar lid van de kidsclub. Ik heb op de Open Dag van Feyenoord naast Lee Towers gestaan toen hij stond te zingen in De Kuip. Ik had geen idee van rivaliteit. Voetbal was voor mij toen nog kinderspel, puur plezier. Misschien dat het daarom niet lukte bij Feyenoord. Ik was niet goed genoeg en moest al snel terug naar Kampong. Daar werd ik opgepikt door FC Utrecht, waar ik een paar jaar in de jeugd heb gespeeld. Ik scoorde er op los in de spits. Toen ik veertien was stonden Ajax, Feyenoord en PSV op de stoep. Het werd Ajax, natuurlijk. Al waren ze daar bij FC Utrecht niet zo blij mee.

Bij Ajax kwam ik in een super talentvolle lichting terecht met Davy Klaassen, Stefano Denswil, Fabian Sporkslede en Ouasim Bouy. Later kwamen Viktor Fischer en Mitchell Dijks erbij. Dat zijn allemaal jongens die het profvoetbal hebben gehaald. We wonnen alles in de jeugd en ik scoorde veel. Ons team won van Ajax B1, Feyenoord B1 en PSV B1. We waren de eerste B2 ooit die de beker voor B-junioren won en we zaten met zijn allen in de jeugdelftallen van de KNVB. Dat waren hoogtijdagen om te voetballen. Clubs als Arsenal en AC Milan stonden voor mij en de andere jongens op de stoep, maar in de B1, toen we zestien waren, kregen we allemaal een contract bij Ajax. Dat was best wel vet. Nog nooit had de club een lichting zo kort na hun zestiende verjaardag een contract gegeven. Het echte werk kon beginnen.

Net toen ik, met mijn contract op zak, veel begon te scoren in Ajax B1, ging het helemaal mis op de training. Ik wilde wegdraaien met de bal en op dat moment tacklede Stefano me. Het was een normale tackle, maar precies op het moment dat ik vast stond en weg draaide. Dat ging niet. Je kon het horen knappen. Ik wist meteen dat het fout zat. De kruisband van mijn linkerknie was gescheurd. Ik was nog nooit geblesseerd geweest, maar moest nu negen maanden revalideren. Eerst op krukken, daarna dagen van negen tot vijf keihard werken met de medische staf van Ajax, terwijl mijn teamgenoten buiten lekker aan het voetballen waren. Dat was geen pretje. Mijn ouders gingen in die periode ook scheiden. Allemaal klote, maar ik ben een positieve jongen. Ik dacht dat het wel goed zou komen.

Ik heb de revalidatie in mijn eentje doorlopen, negen maanden lang, tot ik aan mocht sluiten bij Ajax A2 om weer speeltijd op te doen. Het was lastig dat ik wat achterop was geraakt op mijn teamgenoten, maar na die lange revalidatie voelde het goed om weer op het veld te staan. Lang heb ik niet van dat gevoel kunnen genieten. Precies een jaar nadat ik mijn eerste kruisbandblessure op had gelopen, ging het weer helemaal mis. Weer gebeurde het op de training, weer een tackle, weer dezelfde knie. Een maand later scheurde Joël Veltman ook zijn kruisband. Ik baalde natuurlijk voor Joël, maar het was voor mij wel fijn om dit keer een maatje te hebben tijdens de revalidatie. Joël is ook nog tweeënhalf jaar het vriendje van een van mijn zusjes geweest, dus we waren in die tijd praktisch familie.

Door de aanwezigheid van Joël vloog de tweede revalidatie voorbij. Het was gezellig, we hadden veel steun aan elkaar. Na die tweede revalidatie heb ik nog wedstrijden in Ajax A2, Ajax A1 en Jong Ajax gespeeld. Ajax bedoelde het goed. Ik speelde in verschillende elftallen om aan zo veel mogelijk speelminuten te komen, maar ik kon mijn oude niveau niet meer halen. Na twee jaar blessureleed had ik regelmaat nodig om weer ritme te krijgen. Ik besloot toen dat ik er mee zou kappen als ik een derde keer een kruisband zou scheuren. Ik wilde niet halfslachtig in de eerste divisie gaan voetballen. Daar had ik nooit van gedroomd. Of ik deed het goed, of ik deed het niet. Ik kon definitief doorstromen naar Jong Ajax, maar dan zou ik vierde of vijfde spits worden. Ik moest aan spelen toekomen, dus ik besloot Ajax te verlaten.

Bij Jong FC Utrecht kon ik voor seizoen 2012/2013 eerste spits worden en de voorbereiding meedoen met het eerste elftal. Dat leek me wel wat, dus ik ging terug naar Utrecht. Al mijn vrienden uit Utrecht verhuisden die zomer juist net naar Amsterdam om daar te gaan studeren. Die gingen een heel ander leven leiden, dacht ik. Ik had me wel ingeschreven bij de Vrije Universiteit Amsterdam, om een paar vakken te halen naast het voetbal. Jong FC Utrecht begon de beloftencompetitie in augustus tegen Jong Feyenoord, waar talentvolle jongens als Tonny Vilhena en Jerson Cabral toen speelden. We verloren met 5-1 van Jong Feyenoord, maar ik had wel gescoord en heel goed gespeeld. Ik had het gevoel dat het wel wat ging worden dat jaar.

Een week na de wedstrijd tegen Jong Feyenoord speelden we met Jong FC Utrecht een oefenwedstrijd uit tegen De Meern. Op een dinsdagavond, helemaal kut. Bij een profclub heeft niemand er zin in als je tegen een amateurteam moet oefenen. Na drie minuten spelen, draaide ik weg. Mijn voet stond vast en ik kreeg een tackle tegen, dit keer op mijn rechterknie. Ik hoorde weer dat knakkende geluid en viel neer. Mijn moeder was die wedstrijd komen kijken en zag het gebeuren. Ze keek me aan over een meter of veertig. Haar blik was alleszeggend. Ik zat er helemaal doorheen. Mijn vrienden zijn nog dezelfde avond vanuit Amsterdam naar Utrecht gekomen om me op te vrolijken. Dat was heel lief van ze. Dat moment heb ik wel gevoeld. Ik dacht: dit was het dan, Jippie gaat studeren.

Na de zomer ben ik op mijn krukken naar de eerste colleges van de bachelor Bestuurs- en Organisatieweteschappen gegaan. Dat was een enorme stap. Binnen een paar maanden was mijn leven verplaatst van Ajax, via FC Utrecht naar de Vrije Universiteit. Toen ik een huis zocht in Amsterdam, heb ik mijn Ajax-verleden natuurlijk wel als wapen gebruikt. Ik ging hospiteren bij een grachtenpand waar honderd man op af waren gekomen. Die gasten waren allemaal voor Ajax en ik kwam daar net vandaan, dus ik kon er niet omheen om mijn verhaal te vertellen. Ik kwam door de eerste rondes heen en voor de laatste ronde moest je een cadeau meenemen. Ik heb toen een poster van Ajax, gesigneerd door alle spelers, geregeld via mijn oude revalidatiemaatje Joël. Toen was die kamer van mij. Zijn die kruisbanden toch nog ergens goed voor geweest.

Ik zie studeren als een noodzakelijk kwaad, maar ik ga er vol voor. Tijdens mijn bachelor heb ik het Honoursprogramma erbij gedaan en in wat commissies gezeten. Vorig jaar, toen ik mijn bachelor had gehaald, heeft de Vrije Universiteit me een prijs gegeven als student van het jaar. Ze waren vergeten me een mailtje te sturen dat ik genomineerd was. Kreeg ik opeens een mailtje dat ik gewonnen had. Die prijs voelde als een mijlpaal, een officiële bevestiging dat ik wat anders was gaan doen na het voetbal. Ik heb het heel erg naar mijn zin in het leven dat ik nu leid. Ik zie allemaal kansen die ik anders nooit had kunnen pakken. Ik kan nu stappen met vrienden, het veel te laat maken, zonder gedoe door de stad lopen met mijn familie en elke dag zelf mijn tijd indelen. Ik geniet van die vrijheden, maar ik maak er geen misbruik van. Vrijheid geeft verantwoordelijkheid en maakt dat je prioriteiten moet stellen. Oftewel: stappen zal nooit ten koste gaan van mijn studie of voetbal.

De prijsuitreiking voor student van het jaar bij de VU.

De diversiteit van het studentenleven maakt mij als persoon, denk ik, breder dan als ik was blijven voetballen. Als voetballer zit je toch in een cocon, met presteren, voetbal en rust pakken. Onbewust wordt er veel vrijheid van je afgenomen. Maar je krijgt er natuurlijk enorm veel voor terug en als je het aan me vraagt, zou ik nu het liefst profvoetballer bij Ajax zijn. Als ik Ajax zie op televisie, ben ik trots op die jongens en blij voor ze dat zij het wel hebben gehaald. Nu voetbal ik op amateurbasis bij TEC in de tweede divisie, toch het hoogste amateurniveau van Nederland en volgend seizoen te zien op Fox Sports. Kom ik toch nog op tv. Ik loop voor mijn studie stage bij Ajax. Bij de Ajax Coaching Academy werk ik met Corné Groenendijk en Casimir Westerveld aan de samenwerkingsverbanden van Ajax met amateurclubs en buitenlandse clubs. Wat ik daar later mee ga doen, weet ik nog niet, maar voor nu vind ik het gewoon leerzaam. Ik heb wel de ambitie om later in de sportwereld te werken. Directeur van Ajax of NOC*NSF, dat lijkt me wel wat.

Mijn tijd in het profvoetbal heeft me veel gegeven, tijdloze herinneringen die me trots maken en me een basis hebben gegeven voor vertrouwen in mezelf. Ik heb geleerd dat hard werken loont, dat het mooi is om dingen op te offeren om iets te bereiken. Dat heeft me een enorme discipline en zelfkennis gegeven. Ik heb nog een mooie prijzenkast in mijn studentenkamer, met posters en vaantjes. Daar kijk ik met een glimlach naar. Als je iets mis bent gelopen, moet je kijken naar de andere positieve dingen. Ik heb altijd alles gegeven bij Ajax, dus ik kan mezelf niks kwalijk nemen. Als ik domme keuzes had gemaakt voor drank, vrouwen of uitgaan, dan was het anders geweest. Maar niks van dat. Ik heb mijn eerste biertje gedronken toen ik negentien was. Ik leefde vol voor de sport. Dat geeft mij de rust om het af te sluiten.”

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: