US

The VICE Channels

Nick Roeten
Friday, 29 July, 2016

Nick Roeten leerde zes verschillende sporten om een van de beste Nederlandse stuntmannen te worden

Om professioneel stuntman te worden moet je een topatleet zijn. De ene dag word je onder een auto gesmeten, de andere dag vecht je tegen een leger zombies. Nick Roeten (28) is een van de beste stuntmannen van Nederland. De kans is groot dat je al iets van zijn werk hebt gezien. Hij deed stunts in grote Nederlandse films als New Kids, Sonny Boy en Nova Zembla.

Sinds kort is Roeten ook op internationaal vlak flink aan de weg aan het timmeren. Hij knokte zich in het strenge stuntregister van Engeland, waar op dit moment maar een stuk of 150 actieve stuntmannen in zitten. Om in dat register te komen, moest Roeten zes sporten op hoog niveau onder de knie krijgen: duiken, trampolinespringen, turnen, bergbeklimmen, karate en schoonspringen. Twee jaar lang werkte hij aan die droom, en het lukte. Sindsdien heeft hij gewerkt aan enorme films, zoals Wonder Woman van DC Comics, of Fantastic Beasts and Where to Find Them, de nieuwste film uit het Harry Potter-universum.

Laatst maakte hij nog de Amsterdamse grachten onveilig met stunts voor opnames van de grote Amerikaanse actiefilm The Hitman’s Bodyguard, om daarna te werken aan Dunkirk, de nieuwe film van regisseur Christopher Nolan. Roeten heeft hard moeten werken om zijn plekje in internationale blockbusters te veroveren. Dit is zijn verhaal.

___________

“Op de basisschool kwam ik er tijdens gym achter dat ik het leuk vond om van dingen af te springen en saltos te maken. Een grote jongen in de klas hielp me vaak een handje om achterwaartse saltos te maken. Later kwam ik er tijdens een potje voetbal achter dat ik zelf ook saltos kon maken, zonder hulp. Daar ben ik toen op gaan oefenen. Ik had nog geen idee dat dat het begin van mijn carrière was.

Toen ik zestien was, woonde ik in Zoetermeer en leerde ik een aantal jongens kennen met dezelfde interesse. Als groepje trainden we samen op saltos, zonder begeleiding. Filmpjes op internet waren ons voorbeeld. We regelden een zaaltje en oefenden daar heel intensief. Iedereen kende wel weer iemand die mee wilde doen, dus het werd vrij populair en het zaaltje werd een soort buurthuis. Op sommige avonden renden en sprongen er twintig jongens rond. We hielden elkaar in de gaten en pushten elkaar om te kijken wat we eruit konden halen.

Een jongen die veel meetrainde las in de krant een advertentie van Leen Duchienne, een oude stuntman die stuntles ging geven in Rotterdam. Bij Duchienne heb ik vervolgens op de oldschoolwijze geleerd hoe je een stuntman moet zijn. Hard klappen, hard vallen en als het mis gaat: niet huilen, gewoon doorgaan. Geweldig. Na een paar jaar bij Duchienne kreeg ik de kans om met het beste stuntteam van Nederland, stuntteam Hammy de Beukelaer, mee te gaan op trainingsdag. Aan het einde van de dag riepen de grote stuntmannen me bij zich. “Nick, ben jij volgende week beschikbaar?”, vroegen ze. Dat was ontzettend spannend. Ze wilden me inzetten voor een televisieshow, Te Leuk om Waar te Zijn. Dat was mijn eerste opdracht.

Twee panels moesten vier filmpjes kijken waar iets helemaal mis ging. Drie filmpjes waren echt, eentje hadden wij gemaakt. Ik moet bijvoorbeeld tussen twee boten in vallen en met mijn gezicht op de rand van de boot klappen of met een fiets van een berg gaan en voorover over de kop gaan. De juryleden van het programma konden gelukkig niet raden welke filmpjes ik had gemaakt, dus het ging goed. Daarna kreeg ik meer klusjes als stuntman. Ik studeerde ondertussen nog International Business Management Studies, maar dat stagneerde, want daar vond ik echt geen zak aan. Ik werkte ook parttime bij T-Mobile. Als ik geen vrij kon krijgen voor een stuntklus, meldde ik me altijd ziek.

Ik ben bijvoorbeeld zombiepiet geweest in De Sint, een film van Dick Maas. Daarna heb ik gewerkt aan Sonny Boy, De Eetclub en New Kids. Bij die laatste film was ik de dubbel van Tim Haars. Dat ben ik vandaag de dag nog steeds. We zijn met een nieuwe film bezig, supervet. Het personage van Tim Haars in New Kids zei altijd: “Kijk mij!” Dan deed hij een salto achterover en klapte hij vol op zijn bek. Dat heb ik altijd gedaan. In New Kids was ik ook de dubbel van Lars Boekhorst, de jongen met het syndroom van Down. Stond ik achterop een auto, met twee geweren in mijn handen, te schieten op een opazombie. Ik verzin het niet. Al die klussen kreeg ik via stuntteam Hammy de Beukelaer.

Veel van mijn collega’s uit stuntteam Hammy de Beukelaer hadden hun stunts geleerd in Movie Park Germany, waar stuntmannen elke dag shows doen. Dat ben ik in 2013 ook een seizoen gaan doen. In die periode kwam ik erachter dat er een stuntregister is in Engeland, waar ik toen als een gek voor ben gaan sparen. Ik heb dat seizoen bij Movie Park Germany elke maand geprobeerd duizend euro weg te leggen en leefde van tien euro per dag, bizar. Ik moest bijvoorbeeld mijn duikbrevet halen, dat is niet goedkoop.

Eind 2013 ben ik naar Thailand gegaan met het geld dat ik had gespaard. Daar ben ik een paar maanden op Koh Tao geweest om mijn duikbrevet te halen. Ik had een appartementje, een scootertje en mocht elke dag duiken in het paradijs. Voor de andere vijf sportdisciplines van het stuntregister ben ik naar Engeland gegaan. Londen is ontzettend duur dus ik heb daar als een halve zwerver geleefd. Al mijn geld ging naar de training voor de sporten die ik moest beheersen: trampolinespringen, turnen, bergbeklimmen, karate en schoonspringen. Elke dag trainde ik drie of vier verschillende sporten. Dat werd anderhalf jaar lang mijn wekelijkse routine.

Het trampolinespringen heb ik gelukkig in een keer gehaald. Over het turnen deed ik wat langer. Daarvoor moest ik bijvoorbeeld op de dubbele balk een handstand vast kunnen houden. Voor het bergbeklimmen ben ik naar Cornwall gegaan, in het Zuidwesten van Engeland. Dat was heel vet, maar ook ontzettend zwaar. Ik wist echt niets van bergbeklimmen, maar hing opeens twintig meter in de lucht aan een berg mijn eigen zekeringen vast te maken. Als je hoogtevrees hebt, moet je dat niet doen. Maar je moet dat wel kunnen als stuntman, voor als je bijvoorbeeld aan een klif hangt voor een film.

Omdat ik vroeger karate had gedaan, wilde ik dat ook af laten toetsen als vechtsport. Maar toen ik in Engeland bij een karateschool aankwam, moest ik met een witte band beginnen. Na een tijdje vroeg ik wanneer ik de bruine band kon halen, want die had ik nodig voor het stuntregister. “Over twee of drie jaar,” zeiden ze. Daar had ik natuurlijk geen tijd voor, dus ik raakte lichtelijk in paniek. Via mijn oude Nederlandse karateleraar ben ik toen in contact gekomen met een Engelsman bij wie ik verder kon trainen. Na een paar maanden kreeg ik van hem de bruine band karate. Die man ben ik enorm veel verschuldigd.

Het schoonspringen was doodeng. Er zijn een aantal dingen die ik nooit meer ga doen, zoals een achterwaartse duik vanaf een schoonspringplank van tien meter hoog. Ik trainde met professionele schoonspringers die zeiden dat zij zulke sprongen niet eens doen. Ik weet het moment nog goed waarop ik het schoonspringen eindelijk had gehaald. Toen ik na mijn laatste duik weer boven water kwam, schreeuwde ik heel hard: “Fuck!”. Iedereen in het zwembad keek me verbaasd aan, dus ik schaamde me wel een beetje, maar ik was zo blij dat ik het had gehaald. Dat is, denk ik, de grootste prestatie die ik heb behaald in sport, omdat het zo’n ver-van-mijn-bed-show was toen ik aan het schoonspringen begon.

Een andere eis voor het stuntregister is dat je minimaal zestig dagen op een Engelse set moet staan als acteur of figurant. Ik ben geen acteur, dus ik ben gaan figureren. Ik had me bij zes castingbureaus aangesloten en moest overal maar op reageren, hoe vervelend het ook was. Het zorgde er wel voor dat ik op mooie sets kwam, van Tarzan bijvoorbeeld, of Now You See Mee 2. Bij die laatste film was ik de figurantendubbel van Dave Franco en kreeg ik een eigen trailer. Als figurant in Engeland verdien je zo’n honderd pond per dag, dus met het geld dat ik verdiende, ging ik weer trainen, zodat ik sporten af kon toetsen voor het stuntregister. Die zestig figurantendagen heb ik uiteindelijk bij elkaar gesprokkeld.

Als je alle zes sportdisciplines eindelijk hebt afgetoetst en al je figurantendagen hebt gedraaid, moet je je papieren inleveren bij de vakbond van de Engelse filmwereld. Daar geeft een commissie een positief of negatief advies voor toelating tot het stuntregister. Op 5 juni 2015 ging de commissie in vergadering over mijn papieren. Ik zat de hele dag vol zenuwen te wachten, totdat ik het verlossende belletje kreeg: ik was aangenomen.

Ik had alleen geen idee wat ik toen moest gaan doen. Ik besloot alle stuncoördinators van Engeland te mailen in de hoop ergens een klus te krijgen. In november van vorig jaar werd ik uitgenodigd door de filmcoördinator van de nieuwe Harry Potter-film: Fantastic Beasts and Where to Find Them. De set is de grootste niet-permanente set ter wereld. Ze hebben een hele straat uit de periode 1920-1940 nagebouwd, met tramrails erop. Dat is bizar. In december ging ik ook nog een paar dagen aan de slag voor Wonder Woman. Kennelijk deed ik het goed, want ik mocht er tot april blijven. Voor Wonder Woman zijn we ook ruim twee weken in Italië wezen filmen. Dat was vet: overal helicopters, nepvliegtuigen, explosies en hele stranden die werden afgehuurd. Ongelofelijk. Helaas mag ik niet zoveel zeggen over wat ik in deze films doe, want ze moeten nog uitkomen.

Als stuntman sta je elke dag in compleet andere situaties. Daarom moet je zo breed geschoold zijn op sportief gebied en die zes disciplines in de sport halen. Je moet soepel kunnen vechten, maar ook aan een klif kunnen hangen, rijdende auto’s ontwijken of van grote hoogte in het water kunnen vallen. Per productie verschilt het hoe vaak stunts over moeten. Bij de productie van Wonder Woman heb ik dingen vijftien tot twintig keer over gedaan. Daar draaiden we met een slowmotion camera, waarbij alles heel precies moest zijn. Laatst heb ik voor de nieuwe film van Tim Haars een shot geschoten waarin ik door een raam werd gegooid door een aap. Dat hadden we in een take voor elkaar.

Ik mag niet klagen dat ik meteen twee grote internationale producties heb gedraaid nadat ik in het Engelse stuntregister kwam. Stuntmannen krijgen goed betaald. Dat vind ik ook normaal, gezien de risico’s die we lopen. Er zijn jongens die ernstig gewond of verlamd raken. Je moet niet de held uithangen en altijd aangeven wat je wel en niet kan. Kan je iets niet, dan moet je om tijd vragen om het te leren. Het is topsport. Alle topstuntmannen zijn in topconditie. Alleen dan kan je er komen.

Van het groepje waarmee ik vroeger trainde in Zoetermeer is iedereen zijn eigen weg gegaan. De een zit in de verslavingszorg, de ander werkt ergens als creative director en weer een ander is psycholoog geworden. Ik ben als enige blijven stunten. Studeren werkte niet voor mij, maar nu leef ik toch mijn droom. Ik ben 28 jaar en fulltime stuntman. Het is zwaar, maar ik heb de mooiste baan die ik me kan bedenken.”

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: