US

The VICE Channels

Illustratie door Pierre Thys
Friday, 1 July, 2016

Laten we het eens hebben over homofobie in Frans voetbal

De schijnwerpers van het Stade Louis Lumière in het oosten van Parijs verlichten de regen, tegen het eind van november 2015. Het matige weer weerhoudt zo’n twintig voetballers er niet van aan om aan hun training te beginnen. We lopen over het veld terwijl een paar spelers zich uitrekken in de buurt van de kleedkamers. Anderen zijn al begonnen aan de warming-up, zodat ze snel aan de slag kunnen. We praten een beetje over voetbal en maken grapjes.

Een eind verderop kijken Alexandre en Bertrand langs de zijlijn toe hoe hun team zich opwarmt. Dit is het duo achter Panamboyz United, een club die zich voor veel verschillende doelen inzet. Het team werd opgezet als een initiatief om allerlei soorten discriminatie tegen te gaan: racisme en seksisme, maar vooral homofobie. Zo’n veertig procent van de spelers in de club is homo. Samen vechten ze voor acceptatie. “Soms, als je speelt bij een ‘heteroseksuele’ club, pas je er gewoon niet tussen,” legt Alexandre uit. “Een van onze jongens uit Châlons-en-Champagne [een stadje zo’n 150 kilometer ten oosten van het stadion], komt elke week helemaal hierheen voor wedstrijden en trainingen. Het is best gebruikelijk dat je binnen je voetbalteam vrienden hebt, waar je dan wat mee gaat drinken. Iedereen neemt dan zijn vriendin mee. Wij denken dan altijd: wat nou als ik mijn vriend meeneem? Dat is nog altijd lastig, want voetbal is nog steeds best wel een machosport.”

Of het nou gaat om profs of amateurs, voetbal is allesbehalve gay. Tenminste, zo lijkt het op het eerste gezicht. Er zijn immers maar twee professionele voetbalspelers die uit te kast kwamen. Justin Fashanu was de eerste in 1990 en hij was zijn tijd ver vooruit. Zijn carrière is nooit hersteld nadat hij uit de kast kwam. Hij werd met de nek aangekeken bij Nottingham Forest, had problemen met zijn manager en kon niet terecht bij de zwarte Britse gemeenschap. Hij pleegde zelfmoord in 1998.


Justin Fashanu, de eerste profvoetballer die uit de kast kwam, pleegde zelfmoord in 1998. Foto door Reuters

We moesten 23 jaar wachten voordat een andere prof publiekelijk bekendmaakte dat hij homo was. Het was Robbie Rogers, een Amerikaan, die in 2013 uit de kast kwam. Andere profvoetballers, als de Duitse middenvelder Thomas Hitzlsperger en de Franse spits Olivier Rouyer, kwamen pas uit de kast nadat ze met pensioen gingen.

In november 2011 raadde Damiano Tommasi – hoofd van de Italiaanse voetbalbond – in een televisie-interview homo’s af om uit de kast te komen. De voormalige aanvoerder van Roma zei dat “vooral in voetbal er een intieme band tussen teamgenoten is, die anders is dan bij andere beroepen. Het is bij andere banen al moeilijk genoeg om te praten over je seksuele geaardheid, maar dit is nog moeilijker voor een voetballer die een kleedkamer en zijn privéleven met teamgenoten deelt. In onze wereld is dat al snel ongemakkelijk.”

Datzelfde jaar gaf de Duitser Philipp Lahm in een interview met Bunte een vergelijkbaar commentaar. Hij waarschuwde dat voetballers die uit te kast komen zich daarmee openstellen voor kritiek en beledigingen.

Voor amateurvoetballers is het niet veel beter. Yoann Lemaire is een van de weinigen die uit de kast kwam, in 2003. “Ik vertelde het met een beetje humor en het werd goed ontvangen, maar alleen op korte termijn. Toen kwamen er nieuwe jongens in het team en die gingen er grappen over maken. De media-aandacht hielp ook niet en mensen werden jaloers,” zegt hij. In 2010 ontsloeg zijn dorpclub hem via een persbericht.

Een onderzoek van Anthony Mette, de Parijse amateurclub Paris Foot Gay en onderzoeksinstituut Randstad uit 2013 wees erop dat 41 procent van de professionele voetballers zich “vijandig” zouden opstellen tegenover homoseksuele voetballers. Gemiddeld genomen bij andere sporten is dat 8 procent. Homofobie is veruit de grootste vorm van discriminatie in voetbal.

Volgens Alexandre, de voorzitter van de Panamboyz, vind je een groot deel van het probleem niet alleen op het veld of in de kleedkamers, maar op de tribune. Bij veel wedstrijden hoor je homofobe leuzen. “Iedereen houdt van voetbal en in het publiek vind je ook alle lagen van de samenleving. Maar er is geen enkele reden op homoseksualiteit aan te vallen.”

Leuzen als “Alle [vul nationaliteit of supportersgroep in] zijn homo” zijn een vast onderdeel van het repertoire van veel voetbalfans. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen niet steeds homofobe dingen schreeuwen als ze naar deze sport zitten te kijken?

“Vooralsnog is er weinig gebeurd,” zegt Bertrand. “De initiatieven moeten van de grote, professionele organisaties komen, niet alleen van kleine clubs zoals die van ons. Zonder de hulp van professionele clubs en organisaties zal er niks veranderen.”


Panamboyz tijdens hun training. Foto door de auteurs

Helaas is de Franse voetbalbond behoorlijk stil als het op dit onderwerp aankomt. “Een speler kan de manager van PSG rustig een flikker noemen, zonder enige consequenties,” zegt socioloog Philippe Liotard. “Je ziet het ook veel op social media, vooral na een slecht resultaat van de club.”

Clubs en voorzitters zijn net zo schuldig aan de stilte. Er zijn nog altijd incidenten met homofoob taalgebruik door belangrijke figuren (de directeur van Montpellier, Louis Nicollin, noemde ex-Auxerre speler Benoît Pedretti een “kleine flikker” na een nederlaag in 2009), maar de clubs praten niet over het probleem. Canal+ probeerde een documentaire te maken over homoseksualiteit in voetbal, maar Rheims was de enige Franse club die mee wilde werken.

Volgens Yoann Lemaire, een van de enige Franse speler die uit de kast is, wordt er in de voetbalbond niet genoeg rekening gehouden met de LGBT-gemeenschap en wordt er dus niks ondernomen. Het is en blijf een moeilijk en gevoelig onderwerp, dus wordt het door grote clubs en organisaties doodgezwegen. “Managers zijn geneigd gewoon niet over homofobie te praten, dus wordt er niks doorgezet,” legt Lemaire uit. “Grote figuren spreken er niet over en dus blijft het een gevoelig onderwerp. Maar het raakt hen niet persoonlijk, dus het boeit ze gewoon niet.”

Als je bijvoorbeeld op de website kijkt van de Fondaction Du Football, een organisatie die door de Franse voetbalbond is opgezet om discriminatie tegen te gaan, kom je het woord homofobie niet eens tegen. Volgens sportpsycholoog Anthony Mette begint deze mix van “het boeit me niet” en de onderliggende homofobie al op jonge leeftijd. Bij zijn onderzoek keek hij naar de factoren die bijdragen aan een negatief beeld van homoseksualiteit in voetbal.

“Bij voetbal worden spelers als op jonge leeftijd naar trainingskampen gestuurd en er is veel onderlinge concurrentie,” legt hij uit. “Mannelijke eigenschappen zijn belangrijk: jongens die sterk, gespierd, competitief of roekeloos zijn en weinig emotie tonen worden gewaardeerd. Alles wat niet bij dat mannelijke plaatje hoort, past niet. Homoseksualiteit dus ook niet.”

Als je voetballers uit deze drukkende omgeving haalt, lijkt de homofobie ook af te nemen. “We merkten dat sommige voetballers anders over homoseksualiteit dachten als we ze in een andere omgeving interviewden. Thuis bijvoorbeeld,” legt Anthony Mette uit. “Toen waren hun ideeën veel gebalanceerder en minder bevooroordeeld.”

Amateurclubs en kleine verenigingen als Panamboyz doen hun best om de homofobie tegen te gaan. In oktober 2014 organiseerden ze de Regenboogvetercampagne in de Franse liga. Spelers in de eerste divisie droegen een weekend lang veters met een regenboogmotief. Het resultaat was niet optimaal.

“De boodschap was niet helemaal goed,” zegt Alexandre. “Dit jaar richten we ons veel meer op homofobie. De boodschap is duidelijker en specifieker dan racisme en seksisme.”

De voetbalbond bracht een video uit om de actie te promoten, maar het was niet geheel verrassend dat homofobie weer geen enkele keer wordt genoemd. Op de website staat zelfs dat “de regenboogvlag niet alleen van de LGBT gemeenschap is”. Nou, eigenlijk wel.

Tegen Canal+ zei verdediger Serge Aurier van PSG dat hij dacht dat de vetercampagne een onderdeel was van de strijd tegen racisme.

Op 28 februari wisselden de aanvoerders van Manchester United en Arsenal de regenboogveters uit en kondigden hun volledige steun aan de campagne tegen homofobie aan. Inmiddels is het een internationale campagne geworden, met volgers in België, Australië en andere landen. Sommige politieagenten en brandweermannen in Engeland lopen zelfs met de veters rond. De Duitse voetbalbond heeft gezegd homo’s te steunen en moedigt ze aan uit de kast te komen. Tot nu toe is er niemand die dat heeft gedaan.

In de VS besloot Robbie Rogers om tijdens een borrel in het Witte Huis uit de kast te komen en Obama reageerde dat hij “trots” was en hem als “een bron van inspiratie” voor andere spelers in dezelfde situatie zag.


Robbie Rodgers was gestopt met voetbal maar kwam terug om bij LA Galaxy te tekenen in 2013. Foto door Reuters

In Frankrijk is het nog niet zo ver. “Wat wel positief is, is dat we voor het eerst bewustzijnsworkshops hebben georganiseerd voor jonge mensen,” zegt Bertrand. “Op de bijeenkomsten werd heel openlijk gepraat en er werden veel vragen gesteld. Aan het eind wilde iedereen de regenboogveters dragen.”

Philippe Liotard heeft goede moed, maar er is nog veel te doen. “Ik heb vertrouwen in deze jonge mensen en denk dat ze veel begrip hebben voor wat er speelt. Maar het hangt er allemaal wel vanaf of een grotere organisatie er iets aan wil doen.”

Op regionaal niveau worden er nu ook acties georganiseerd. Eerst voor Normandië en later voor het hele land. Dat is een bemoedigend idee, maar het nog niet genoeg.

“Voor mij is volgende stap dat een bekende voetballer uit de kast durft te komen. Als ze realiseren dat het niemand boeit, dan is er geen probleem. In alle  sportteams in de VS vind je homo’s. Ik denk dat Europa wat dat betreft echt achterloopt. Frankrijk staat wat dat betreft, zoals gewoonlijk, helemaal achteraan.”