US

The VICE Channels

Alle foto's: PA Images
Tuesday, 29 November, 2016

De schadelijke invloed van technologie op een wedstrijdervaring

Het was iets voor vijven op zaterdag 6 februari 2016. Om het verhaal goed te vertellen moet ik waarschijnlijk beschrijven wat voor weer het was, maar dat ben ik vergeten. Laten we het op koud en grijs houden; zoals de winter in Engeland altijd is. Ik was aan het kijken bij, als ik erop terugkijk, het begin van het einde van Birmingham City’s play-off-ambities – en waarschijnlijk bij het einde van mijn geloof in het moderne voetbal.

The Blues waren op voorsprong gekomen in de thuiswedstrijd tegen Sheffield Wednesday, maar stonden nu 1-2 achter. Terwijl ze wanhopig op zoek waren naar een late gelijkmaker, werd ik afgeleid door een lul die een paar rijen voor mij stond. Hij had besloten om zijn iPad te pakken en rugby te kijken. Ik ben een vreedzame man, maar ook ik heb mijn grenzen.

Deze man was fysiek aanwezig bij een echte wedstrijd – een spannende wedstrijd met nog een paar minuten op de klok – maar hij besloot dat hij liever iets anders keek op een klein scherm. Het was bizar. Het hele idee sloeg nergens op. Hij negeerde de live-ervaring, waar hij waarschijnlijk voor had betaald, en besloot te kijken naar een emotieloze representatie van dertig veel te grote mannen die elkaar de pleuris in beuken.

De wedstrijd had in de eerste helft tien minuten vertraging opgelopen door een blessure van de keeper van Sheffield. Meneer iPad (niet zijn echte naam, voor zover ik weet) ging er waarschijnlijk vanuit dat de wedstrijd al voorbij zou zijn en al in de dichtstbijzijnde pub had kunnen zitten om Schotland en Engeland te zien strijden om een willekeurige schaal.

Maar dat is geen excuus.

Gelukkig was ik In een staat van ongelooflijke zen en kreeg ik het voor elkaar om hem niet op zijn hoofd te rossen en in zijn stomme gezicht te schreeuwen wat voor verschrikkelijk persoon hij was, hoe hij fundamenteel het fenomeen sport verkeerd begreep en dat hij het niet verdiende om daar te zijn. Ik heb spijt van die beslissing tot op de dag van vandaag. Hij gaf me in ieder geval wel het meest overduidelijke voorbeeld van iets dat me al langer stoorde: de manier waarop technologie het kijken naar sport aantast.

telefoon2

De stadioncultuur is grondig veranderd met de uitvinding van smartphones en tablets. Tegenwoordig blijft het niet bij een wedstrijd kijken met je vrienden en zo af en toe de tegenstander, de scheidsrechter of je eigen team uitfoeteren als het wat minder gaat. De meeste bezoekers kijken een onacceptabele hoeveelheid van hun tijd in een stadion met het staren naar kleine schermpjes.

Ik snap niet wat dat soort mensen nog motiveert om een live-evenement bij te wonen – vooral een evenement dat zo duur en intens is als een voetbalwedstrijd. Twitteren, sms’en, foto’s maken, andere uitslagen opzoeken, gokken op wedstrijden – alles lijkt prioriteit te hebben voor een verrassend groot aantal supporters.  

Hetzelfde gebeurt in pubs, als mensen met hun vrienden wat gaan drinken en samen de wedstrijd kijken. Een ogenschijnlijk sociale gebeurtenis waarbij uiteindelijk iedereen op hun telefoon in stilte zit te duimen. Ik herken die neiging soms bij mijzelf, maar het is er een die ik graag negeer.

Misschien geeft het een fijn geestdodend gevoel om al deze informatie zo toegankelijk te hebben. Toch blijft het een beperkt bereik en doe je erg weinig met al die informatie. Het gebruikelijk arrangement is een scan van berichtjes, mails, Facebook en Twitter, niet meer dan dat.

Dat gebeurde eerder niet. Zelfs tien jaar geleden voelde het nog alsof voetbal in een soort vacuüm zat. Als je bij de wedstrijd was, wist je de andere scores niet totdat deze bij rust werden aangekondigd, tenzij het de laatste dag van het seizoen was en het lot van je team afhing van een andere wedstrijd. Tegenwoordig zijn er Fantasy Football-punten om uit te rekenen en onbelangrijke statistieken om in de gaten te houden. Het is moeilijk om nog in isolatie van een wedstrijd te genieten.

Een wedstrijd bijwonen is een veel passievere ervaring geworden. Eerst waren het alleen de eendagsfans en voetbaltoeristen, maar nu lijkt iedereen continu foto’s en video’s te maken. Het is niet genoeg om gewoon aanwezig te zijn: er moet bewijs zijn dat jij er was. Dit verlangen naar bevestiging en erkenning van aanwezigheid is er altijd wel in een bepaalde vorm geweest – ticketverzamelaars bewijzen dat – maar dit is veel doordringender en problematischer dan eerst.

telefoon3

Denk er eens aan hoeveel fans belangrijke goals missen omdat ze te druk bezig zijn met het immortaliseren van hun ervaringen op social media. Een soort van telefoonpardon zou ons weer laten genieten van de simpele schoonheid (en lelijkheid) van de sport.

Bij een NBA-wedstrijd in 2015 ontdekte een vrouw wat de gevolgen kunnen zijn van al die digitale afleiding. Ze zat niet op te letten door haar telefoon en een mislukte pass kwam vol in haar gezicht terecht. Het is misschien wat hard om te zeggen dat ze dat had verdiend, maar ik vond het wel treffend. Ze verloor in ieder geval haar waardigheid.

Terwijl veel fans naar het stadion blijven komen uit onbreekbare loyaliteit of een gevoel van verplichting, is het voor anderen een manier om hun drukke sociale  leven te demonstreren. We zijn hier allemaal tot in zekere mate schuldig aan, duidelijk op zoek naar de erkenning en bevestiging van anderen. Maar het is dezelfde impuls als ongecontroleerd een albumhoeveelheid foto’s op Facebook zetten van een avondje uit. “We waren er. We hadden het leuk,” staat er altijd in de beschrijving. Dat is precies wat de oneindige snapchats van away-days ook proberen te zeggen.

Dat we nu meer sociaal verbonden met elkaar zijn, is duidelijk, maar op een rare manier werkt het ook vervreemdend. Live-vermaak is, meer dan alleen de sport, erdoor veranderd. Tribunes worden gedomineerd door mensen die hun telefoon in de lucht houden bij een doelpunt, waardoor ze het genot van het daadwerkelijke moment minimaliseren voor een slecht gefilmde opname van het moment.

Er was heel even een kleine terugslag voor het effect dat deze schermobsessie heeft. De supporters van Manchester City die Aguero’s penalty tegen PSG op hun telefoon keken kregen dat hard te horen op social media. Ondertussen claimt Gary Neville dat het beeld van Liverpoolfans die Jose Mourinho verwelkomen op Anfield ‘angstaanjagend voor voetbal’ was. Een paar jaar geleden protesteerden de PSV-supporters tegen de introductie van wifi in het Philips Stadion. Het spandoek dat ze lieten zien, liet horen dat de supporters dachten dat wifi slecht zou zijn voor de sfeer bij de wedstrijden.

telefoon4

Ook de kleedkamercultuur lijkt te veranderen. Verschillende trainers hebben recentelijk technologieverslavingen genoemd als een factor die de teammoraal aantast, omdat het de connectie tussen spelers veel afstandelijker en minder belangrijk zou maken. Het is niet slechts een ouderwets standpunt wat ik hier presenteer: progressieve figuren als Pep Guardiola en Ronald Koeman hebben hetzelfde idee.

Maar in het grote plaatje zijn dit machteloze pogingen om iets te doen aan een overweldigend probleem. Overal, voornamelijk op de tribune, groeit de trend zonder tegenwind. In maart kondigde de Football League aan dat het haar leden gratis wifi zou aanbieden. Zo konden er officiële apps worden gelanceerd met nieuws, commentaar, highlights en toto. De service zou supporters een  “volledige, digitale wedstrijddagervaring” geven.

Ik pas. Ik heb voorlopig ruim genoeg aan de analoge versie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: