US

The VICE Channels

Foto: Wikimedia
Wednesday, 22 June, 2016

Ik ging Senegalees worstelen in een beruchte achterbuurt van Dakar

Wat doet Jean-Claude van Damme in Afrika? Nee, dit is niet het begin van een mop: de Belg is in de ban geraakt van het Senegalees worstelen. Hij maakt deze zomer zelfs een film over de eeuwenoude vechtkunst, met hoofdrollen voor de kampioenen van het land. Imposant zijn ze zeker, deze krachtpatsers van 140 kilo. Eenmaal in de ring dragen ze geen handschoenen, geen helm en haast geen kleren. De reuzen vechten blootsvoets, gekleed in een lendendoek van leeuwenhuid. Hun huid glimt omdat ze worden ingesmeerd met een mengsel van hyenahaar, gazellemelk en geneeskrachtige kruiden. Deze lotion moet hen beschermen tegen de magische krachten van tegenstanders.

De regels zijn simpel: je wint door het vloeren of KO slaan van je tegenstander. Deze vorm van vrij worstelen ontstond in de middeleeuwse toernooigevechten tussen vissersdorpen in West-Afrika. Tijdens de Franse kolonisatie van Senegal hielden dorpsbewoners deze wedstrijden stiekem in de mangrovewouden, buiten het zicht van de bezetter. Met de onafhankelijkheid kreeg de sport een professioneel karakter. Trappen, bijten en krabben mocht niet meer, en in 2010 werden ook kopstoten verboden. Er is inmiddels een worstelvariant zonder stoten, die vooral populair is in Niger, Ivoorkust en Burkina Faso. Maar de Senegalezen houden het op de harde stijl die bij de Franstaligen bekendstaat als lutte avec frappe, lamb onder de Wolof-sprekers, of bêre in straattaal. En de straat, daar zijn we nu. Ik ben in Senegal om een vriend te bezoeken, maar ook omdat ik, als amateurworstelaar, het Senegalese worstelen wil meemaken.

Stokbroodje met uienmodder

Helemaal verdwaald in een van Dakars beruchte achterbuurten: Guédiawaye, een open riool omgeven door woestijn. In deze krottenwijk, bezaaid met golfplaten, autobanden en dierenresten, proberen jongemannen met worstelen te ontsnappen aan de ellende. Bedragen van 150.000 euro per wedstrijd zijn weggelegd voor de degenen die het redden tot de top. Een van hen is Omar Sakho, beter bekend onder zijn vechtersnaam Balla Gaye 2. Hij is de buurtheld, le lion de Guédiawaye, en de nummer één van Senegal.

Een bezoek aan zijn sportschool is een helse opgave. De hitte maakt ademhalen moeilijk, terwijl de schaduwkoelte vergezeld gaat met de stank van brandend plastic en rottende dieren. De krottenwijk nodigt niet uit voor een wandeling. Kinderen trekken aan je kleren, motoren en paarden denderen je omver.

Lirou Diané, de sparringspartner van Balla Gaye 2, krijgt instructies voor een gevecht.

Gelukkig krijg ik begeleiding van Lirou Diané, de sparringpartner van Balla Gaye 2. Ook Lirou is een buurtkampioen. Iedereen kent hem. Jongens krijgen van hem een klauw, imams een kus op de hand, dames een klap op het achterwerk. Als we de hoofdstraat oversteken, passeren we een nomadentent. Hij trekt het gordijn opzij, duwt mij naar binnen en ploft neer op de houten bank. Vlak voor ons roert een vrouw in een zwartgeblakerde pan. Ze is gekleed in vodden, haar borsten zijn ontbloot, vliegen zitten om haar mond. Lirou slaat op mijn schouder, en zegt: “Voordat we trainen, gaan we eten!” Ik crepeer van de buikkrampen en ik heb weinig zin in het nationale ontbijt: chemische koffie en stokbrood met uienmodder. Ik krijg beide. Terwijl ik naar mijn broodje staar, schalt een imam uit de luidsprekers van een passerende auto. Lirou vindt het wel amusant. Hij bestelt nog een broodje en maakt foto’s van mijn lijden.

Strijddans

Nadat ik mijn ontbijt heb weggelegd, vervolgen we de mars en belanden we bij de sportschool. Het ziet er gehavend uit. De muren staan op instorten, het toegangshekje is vernield en het oefenterrein zit onder het zand. Tussen tientallen voetballende jongetjes staan enkele jongemannen. Hun bouw is indrukwekkend: sterke armen, enorme borstspieren, vierkante hoofden. Zodra ze ons in de gaten krijgen, schieten ze op ons af. Een van hen, een krachtpatser met een boosaardige blik, draait zijn vuisten in roterende bewegingen boven zijn hoofd. Het lijkt op een uitnodiging tot een polonaise, maar het is een uitdaging tot een gevecht. “Rustig,” bromt Lirou. “Hij moet het nog leren.” De man grijnst en voegt zich weer bij de groep. Meteen verschijnt een andere worstelaar voor mijn neus. Hij heeft zijn shirt uitgedaan en toont zijn gespierde torso. Ook hij wil vechten. Lirou komt er weer tussen en maant ons tot de warming-up.

Lirou Diané wordt overgoten met een mengsel van hyenahaar, gazellemelk en geneeskrachtige kruiden.

Na acht rondjes rennen om het zandveld, krijgt de opwarmsessie swing: we gooien de knieën omhoog, klappen in de handen, versnellen de pas, zakken door de heupen en kikkeren achteruit. Het lijkt op een dans, en dat is het ook. De strijddans, of bakkou lutte, is een essentieel onderdeel van het gevecht. Op het ritme van snelle trommelslagen dansen de worstelaars hun weg naar de ring. Met deze ceremonie weren ze boze geesten en behagen ze het publiek. Populaire worstelaars als Balla Gaye 2 zijn behalve ijzersterk ook uitmuntende dansers.

Moslimtovenaars

De bakkou lutte is afmattend, zeker in de Afrikaanse zon. Schoppend en hurkend beweeg ik me door het zand, tot vermaak van de voetballertjes die met open mond mijn bewegingen volgen. De sfeer krijgt opeens een gespannen lading, als de spierkolos met ontbloot bovenlijf op mij afloopt. Zijn rechterwijsvinger is onophoudelijk op mij gericht. Lirou leunt achterover. We hebben genoeg gedanst, tijd voor actie.

Ik open met een serie stoten, die de worstelaar handig ontwijkt. Daarna duiken we in de bêre-houding: de koppen naast elkaar, de armen om elkaars middel, de benen diep in het zand. Opgetogen springen de mannen in een kring om ons heen. Dit is voor hen een mbapatt, ofwel een worstelwedstrijd voor amateurs. In deze partijen doen vechters ervaring op, verbreden ze hun fanschare en maken ze aanspraak op grote beloningen. Zo gaan de winnaars naar huis met een flink geldbedrag, een koe of een Renault sette place. Net als bij profwedstrijden worden de amateurs begeleid door getrouwen – thimoukay – die hen besprenkelen met magische lotion. Professionals roepen, voor duizenden euro’s, de hulp in van sjamanenteams die hen beschermen tegen banvloeken. Sommige islamitische worstelaars baden zelfs in varkensbloed, om de bezweringen van vijandige moslimtovenaars tegen te gaan.

Sportief

Voor een dergelijke voorbereiding hebben we vandaag geen tijd. De worstelaar duikt naar mijn rug voor een achterwaartse worp. Als ik zijn been wil wegtrekken, grijpt hij mijn armen vast en lanceert hij mij in de lucht. Al vliegend tackle ik zijn been en trek hem mee in het zand. Omdat we bijna gelijktijdig neerploffen, brandt er discussie los onder de toeschouwers. Wie heeft er gewonnen? Een vraag die in Senegal regelmatig leidt tot ongeregeldheden. Zo liep het titelgevecht in juni 2015 tussen Balla Gaye 2 en Yékini volledig uit de hand. In de aanloop naar de partij maakten de tegenstanders elkaar belachelijk in de media. Analisten gooiden olie op het vuur met ferme uitspraken. Balla Gaye 2 was ‘verstandelijk beperkt’, Yékini ‘oud en versleten’. Bij de weging in het luxe Radisson Blu Hotel in Dakar deelden de kemphanen rake klappen uit, gevolgd door een vechtpartij tussen hun entourages. De vonk sloeg over naar rivaliserende supportersgroepen die, buiten het hotel, op elkaar in beukten tot de oproeppolitie met traangas een einde maakte aan het geweld. Al met al een onaangename toestand voor sponsoren die zich afvroegen of ze wel geassocieerd wilden worden met dergelijke taferelen. Overigens begroef Balla Gaye 2 de strijdbijl na het gevecht. Hij eerde de overwonnen Yékini met een koran en een djellaba.

Ook mijn tegenstander is sportief. Lachend tilt de worstelaar me overeind en begeleidt mij naar een kop thee. Eenmaal op straat belanden we in de verkeerschaos en tussen het afval worstelende jongetjes. Wanneer we een rijzige imam passeren, maken we tijd voor een beleefd praatje. De geestelijke informeert naar de reden van mijn komst, terwijl hij nadenkend door zijn grijze baard strijkt. Bij het horen van het woord bêre, schiet hij naar voren, omklemt mijn benen en gooit me door de lucht. Jong geleerd, oud gedaan.