US

The VICE Channels

Foto's Koch Productions
Tuesday, 21 June, 2016

Hoe Minerva-corpsbal Floris Gerts een veelbelovende profwielrenner werd

Er zijn sporters die van jongs af aan werken aan het realiseren van een jongensdroom. Er zijn ook sporters die er op latere leeftijd achter komen dat ze een bijzondere kwaliteit hebben. Dit is het geval bij Floris Gerts. Hij kwam er als negentienjarige student en corpsbal pas achter wat hij in zich had. Zijn kwaliteit? Heel hard fietsen en als andere renners stuk zitten, nóg harder fietsen.

VICE Sports sprak Floris Gerts (1992) in zijn woonplaats Leiden over de merkwaardige weg die hij heeft afgelegd om profwielrenner te worden. Dit is zijn verhaal.

___

Mijn vader heeft vroeger altijd geschaatst, daarom ben ik als kind ook gaan schaatsen. Toen ik fanatieker werd, ging ik hiervoor als training in de zomer wielrennen. Ik sloot me aan bij een wielervereniging en reed heel sporadisch wedstrijden tot ik junior af was. Ik heb op hoog niveau geschaatst, maar de top is ontzettend smal en de schaatsers die daar net onder zitten, moeten ontzettend veel offers brengen. Daar komt bij dat ik tijdens mijn studie lid wilde worden van LSV Minerva. Ik dacht het schaatsen en het corps niet te kunnen combineren. Achteraf heb ik er ook helemaal geen spijt van dat ik ben gestopt. Ik heb op hoog niveau geschaatst en het sociale leven er niet onder laten lijden. Uiteindelijk ben ik in 2011 opgehouden met schaatsen.

Hierna ben ik pas echt wielerwedstrijden gaan rijden. Ik ben helemaal onderaan begonnen. Eerst bij een amateurploeg waar ik twee jaar heb gereden. Daarna kon ik me aansluiten bij een sponsorploeg met een supermooi amateurprogramma. In de zomer van 2011 ben ik met Daan Olivier, die bij het Rabobank Continental Team reed, een week naar de Alpen gegaan om te trainen. Ik heb die hele week jankend in zijn wiel gezeten. Ik zag hoe serieus hij met de sport bezig was en dacht: wow, zo moet dat dus. Daarna ben ik veel serieuzer gaan leven voor het wielrennen en dit wierp zijn vruchten af. Ik begon steeds sterker te rijden en won wedstrijden. Ik won zelfs van renners bij Continentale ploegen. Toen heb ik zelf de telefoon gepakt om de Continentale ploegen te bellen. Croford was de eerste ploeg die met me in zee ging. Daarna heb ik een jaar voor Rabobank Continental gereden en weer een jaar later voor BMC Development. Dat jaar mocht ik stage lopen bij de Amerikaans-Zwitserse Worldtour ploeg BMC Racing Team, waarna ik voor 2016 en 2017 een profcontract kreeg.

Floris komt als eerste over de finish in de Dorpenomloop Rucphen. Foto: Marcel Koch

In 2010, toen ik 18 jaar was, ben ik geneeskunde gaan studeren. Daarvoor heb ik uiteindelijk mijn bachelordiploma gehaald. Ik moest en zou mijn diploma halen. Al lijkt het steeds verder weg, ik zou de studie graag willen afmaken. Het jaar nadat ik was begonnen met geneeskunde, heb ik gedaan wat ik altijd al graag wilde en ben ik lid geworden bij LSV Minerva en in een studentenhuis met tien jongens gaan wonen. Mijn opa had altijd mooie verhalen over het corps en was zelf in het speciale jaar ’45 lid geworden bij Minerva. Tijdens een reünie op LSV Minerva heb ik nog biertjes voor hem staan tappen op de sociëteit. Dat was wel écht bijzonder.

Twee maanden terug kreeg ik een filmpje van mijn broers opgestuurd waarin ik door de commentatoren van de NOS als de corpsbal van het peloton werd betiteld. Ik vind het prima, ook al zijn er mensen die minder positief tegen het lidmaatschap aankijken. Ik wil er ook niet voor weglopen. Ik heb het wel voor elkaar gekregen om prof te worden op deze manier. De perschef merkt ook dat ik hierdoor meer aandacht van journalisten krijg. Er zijn journalisten bij die mij bellen en op zoek gaan naar smeuïge verhalen, maar vraag aan een willekeurige student wat hij heeft gedaan en het zal vast veel gekker zijn. Ik vertel er ook nooit zo veel over, zeker niet toen ik net bij de BMC ploeg kwam. Verder is het binnen mijn ploeg lastig om aan de buitenlanders uit te leggen. Als ik eens vertel dat ik lid ben van het corps, reageren ploeggenoten verbaasd en begrijpen ze dat ze met een andere persoon te maken hebben dan ze in eerste instantie dachten. Het feit dat ik heb gestudeerd, is al anders.

Mensen vinden het grappig dat ik zelf de Continentale ploegen heb benaderd, maar voor mij is dit vanzelfsprekend. Initiatief tonen zit in mij en bij LSV Minerva wordt dit er ook wel een beetje ingeramd. Als je initiatief toont, ben je meer betrokken bij de vereniging en prominenter aanwezig, daardoor heb je een leukere studententijd. In die zin ben ik in het profpeloton een sterke persoonlijkheid. Er zijn zoveel momenten geweest dat ik het fietsen kon laten lopen, maar dan gaf ik juist extra gas. Als het dan strandt, heb ik het op zijn minst geprobeerd en kan ik geen spijt hebben, no regrets. Soms kijk ik terug en vind ik dat ik wel veel heb opgegegeven voor het wielrennen. Dat is jammer. Af en toe koos ik ervoor om minder uit de studententijd te halen en meer uit de sport. Aan de andere kant heb ik zoiets van: ik heb ziek veel mooie dingen meegemaakt en wat ik nu doe, is een bewuste keuze geweest. Ik zie ook studenten om mij heen die helemaal klaar zijn met het feesten, omdat ze het tot vervelens toe hebben gedaan. Ik heb dat niet en vind het nog steeds leuk om naar een feest of de kroeg te gaan. Het is op die manier voor mij leuk gebleven.

Floris is op zijn best tijdens races met slechte weersomstandigheden. Foto: Marcel Koch

In het begin moest ik wel wennen bij de ploeg. Er is een groot verschil tussen de gesprekken aan tafel in mijn oude studentenhuis of aan tafel met mijn ploeggenoten van BMC nu. Dat verschil komt mede doordat je elkaar in een studentenhuis uitkiest op basis van persoonlijkheid, terwijl het fietsen je onderling bindt in een wielerteam. Fietsen op zich zegt niet veel over de persoon zelf. Verder is iedereen in een studentenhuis wel redelijk gebekt, zeker in Leiden en in een Minervahuis al helemaal. Soms denk ik dan, kunnen we het niet over dit of dat onderwerp hebben. Met sommige teamgenoten heb je ook meer een collegiale band. Alhoewel die collegiale band vaak snel over gaat naar vriendschappelijk. Ik denk niet dat iemand het echt ziet als alleen maar werk. In mijn ogen kom je als ploeg tot de beste prestaties als je het leuk hebt met elkaar. Ik mag dan ook van geluk spreken dat ik doe wat ik leuk vind als ‘werk’. Zeker omdat ik al die jaren hiervoor veel stress had zowel van mijn studie als van het fietsen. Het was onzeker of ik wel door mocht met mijn studie en hetzelfde gold bij het Rabobank Development Team. Ik wist dat ik het fietsen moest laten gaan als het me niet lukte de studie te halen. Bij BMC ging het eigenlijk vanaf het begin goed en won ik gelijk mijn tweede wedstrijd. Dan is het alleen maar genieten. Nu voelt het eigenlijk alsof ik permanent vakantie heb, ondanks dat ik nog steeds keihard train.

De wedstrijden die ik heb gewonnen zijn voornamelijk ritten onder moeilijke omstandigheden geweest, aan het einde van een zware koers of een rit met veel regen en wind. Dat ligt mij goed. Dat merkte ik bij de amateurs, wanneer andere renners stuk zitten, heb ik aan het einde nog een punch. Bij de profs zie ik dit gelukkig ook terug. Eind juni fiets ik het Nederlands Kampioenschap, dus laten we hopen op regen en wind. Op deze manier heb ik ook mijn mooiste zege behaald: Omloop Het Nieuwsblad in mijn stageperiode bij BMC. Ik ben toen op veertien kilometer voor de finish ontsnapt. Mijn ploegleider en ik hadden beiden zoiets van: dit is veel te enthousiast. Er zijn drie man volle bak achter mij aan gaan rijden, maar ze konden mij niet meer terughalen. Ja, dat was echt heel vet. Mijn vader was trouwens bij deze overwinning en dat maakte het extra bijzonder. Mijn familieleden zijn er niet altijd maar ze steunen mij wel dus dan is het speciaal als ze er zijn. Zij zien van dichtbij hoe hard ik ervoor werk en een overwinning wordt uiteraard nog veel mooier als je hem kan delen met iemand.

Floris omhelst zijn vader na winst in de Dorpenomloop Rucphen. Naast hem ook zijn moeder. Foto: Marcel Koch

Ik snap het trouwens wel als mensen het wielrennen niet interessant vinden om naar te kijken. Ik dacht vroeger zelf ook: waarom kijken mensen naar allemaal zwetende gasten die met z’n allen omhoog fietsen? Ik snapte er geen reet van. Maar nu weet ik dat het eigenlijk pas leuk wordt als je het verhaal achter de koers en de renners kent. Op televisie valt de snelheid weg, maar als je het peloton in het echt ziet en de hele happening eromheen, dan is dat echt indrukwekkend. Dus ik raad deze mensen aan eens naar de koers te komen. Dat werkte in ieder geval goed bij de mensen om mij heen, zoals mijn familie. Zij hadden niets met het wielrennen maar toen ze naar de koers waren geweest, werden ze enthousiast.

Als ik tot slot iets zou kunnen meegeven aan mensen, dan zou ik willen zeggen: niets is onbereikbaar. Bij het zien van sporters op televisie denk je vaak: dat is zo ver weg, dat is onmogelijk. Maar ik heb gezien dat het loont om hard te werken. Dit lukte voornamelijk omdat ik altijd heb gedacht in kleine stapjes en als je heel veel kleine stapjes bij elkaar maakt, maak je natuurlijk grote stappen. Die instelling kan je ver brengen. Als het niet in fietsen is, dan heeft dit me wel ver gebracht in mijn studie. Verder moet je kunnen afzien om uiteindelijk iets moois te bereiken, dan is dat wat je bereikt ook veel dierbaarder, omdat het een mooie persoonlijke overwinning is.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: