US

The VICE Channels

Illustratie door Matthijs van der Geest
Wednesday, 9 November, 2016

Hoe ik mijn plek verdiende in de hiërarchie van een Nederlandse hooligangroep

Nick Hay* was tien jaar lang als casual actief in Nederland. Dat wil zeggen dat hij stad en land afreisde voor zijn voetbalclub, maar ook een knokpartij op zijn tijd niet schuwde. In deze column legt hij uit hoe hij zijn plek verdiende in de hiërarchie van zijn hooligangroep.

Ergens rond 2000 bezocht ik tijdens een plaatselijke derby een groep waar we goed bevriend mee waren. Dat zie je wel vaker, ‘hooligan-uitjes’, op bezoek bij collega’s. Voor een biertje, een potje voetbal en met een beetje geluk kun je nog wat ‘hand en spandiensten’ verlenen. Na de wedstrijd stond ik, leunend tegen de bar, naast een iel jochie dat duidelijk al zijn moed bij elkaar geraapt had om te vragen wat hij al jaren wilde vragen. Deze heerlijke oldschool groep had een supportersvereniging rond zijn harde kern opgericht. Je kon dus daadwerkelijk lid worden. Daar stond het ventje dan, zenuwachtig aan zijn vlassnorretje te friemelen. ‘Mag ik lid worden?’, vroeg hij aan een van de kopmannen. Na wat invulwerk leken alle formaliteiten achter de rug, hij hoefde het pasje alleen nog maar even op te halen.

Dit bleek de laatste horde en meteen ook de moeilijkste. Snorretje moest daarvoor namelijk naar de eindbaas van de kroeg. De kopman van de groep – bonkige schouders, meer dan degelijke mat en een legergroen bomberjack – zou hoogstpersoonlijk bepalen of hij uit het juiste hout gesneden was. Snorretje wist direct wie hij voor zich had. Deze man was een legende. ‘Ik wil één ding duidelijk maken, als ik je bij de eerstvolgende rel weg zie rennen, krijg je met mij te maken. Weet je wie ik ben?’ Trots trok hij zijn pasje uit zijn broekzak. Pasnummer 001. Voor Snorretje was alles kraakhelder. Hij had nog een lange weg te gaan.

De Engelsen noemen het ’t verschil tussen ‘a boy’ en ‘a face’. Ben je een volger of een leider? Binnen een groep kijkt iedereen altijd naar iemand die de eerste stap zet, het voortouw neemt. Wie zetten de lijnen uit, wie deelt de eerste peun uit? Wie corrigeert de groep of het individu als het nodig is? Er is binnen een groep altijd een deel dat invloed op de rest uitoefent. De hiërarchie binnen de groep hing van ongeschreven regels aan elkaar. Je mept geen opa met een sjaaltje op zijn muil. Je laat elkaar nooit in de steek. En je bent er als het moet. Op die manier weet je exact waar je staat in de pikorde. Zonder deze ongeschreven grondregels dondert de hele groep uit elkaar. Maar waar baseren we die rangorde op?

Ik moet een jaar of 15 geweest zijn. Het was de eerste keer dat ik al het lef bij elkaar had geraapt en ‘de kroeg’ binnen durfde te gaan. Ik had er al het hele seizoen stiekem in het voorbijlopen naar gekeken. Die luidruchtige gasten met hun zwarte mutsen en jasjes bij de deur werden een fascinatie. Doodeng, maar toch onweerstaanbaar. Tegen het einde van het seizoen had ik alle moed bij elkaar geraapt om bij ‘de kroeg’ naar binnen te gaan. Mans stapte ik door de deuropening en knikte semi-zelfverzekerd naar de man met de muts, alsof ik hier iedere week al kwam. Ik bestelde een biertje en ging stilletje in het raamkozijn zitten. Met een oorverdovende hardcoredreun op de achtergrond liet ik alles op mij inwerken. Ik was nog helemaal niemand, maar toch voelde ik mij onderdeel van de groep. Zo kwam ik tijdens wedstrijden seizoenen lang vaker in ‘de kroeg’. Langzaam begonnen de mannen bij de deur mij te herkennen en uiteindelijk knikten ze terug. Het zijn de kleine stapjes en de ongeschreven regels die de groep en de hiërarchie maken.

Voor het vormen van een hiërarchie moet een groep een doel hebben. Je moet namelijk iets goed of beter doen om te stijgen in de rangorde. Het gaat hierbij om twee zaken; respect en onvoorwaardelijkheid. Dit zijn de salestargets van een hooligan. Je hebt respect voor je ‘meerderen’ en de groep. En je bent er, je blijft er en je laat elkaar nooit in de steek. Het kan gaan om een zomerse zondagmiddag op de tribune, maar ook om een duister achterafstraatje op een dinsdagavond na de wedstrijd.

Eens in de zoveel tijd sluit er een nieuwe lichting jongeren aan. Vol bravoure, klaar om zichzelf te bewijzen. Ik herinner me een seizoen waarin een stuk of acht ventjes uit een plaatselijke achterbuurt zich aansloten. Op een zondagochtend speelden we onze derby. In een achterafstraatje vlak naast het stadion wisten wij ‘de vijand’ te onderscheppen. Na de eerste regen van bierflesjes en stenen, beukten de voorste linies met vuist, riem en paraplu op elkaar in. We manoeuvreerden onze ‘nieuwe lichting’ vrienden vooraan. Zo zagen we direct wat voor vlees we in de kuip hadden. De volgende wedstrijd waren het er nog maar vier. Maar zij hadden wel de eerste test doorstaan.

De man met de zwarte jas en muts stond altijd voor de deur. De ongeschreven regel las dat hij de uitsmijter van de groep was. ‘Hier geen vreemden’. Het droeg bij aan ons gevoel van eenheid. ‘Kapitein zwartmuts’ was zoals de Engelsen het noemen ‘a face’, een bepalende factor in de groep. Langzaam groeiden we naar elkaar toe en kon ik hem tot één van mijn vrienden rekenen. Maar nooit zou ik het in mijn hoofd halen het respect voor hem te verliezen. Hij zou altijd en eeuwig een plekje boven mij in de rangorde staan. Gebaseerd op onvoorwaardelijkheid en dienstjaren. Wanneer hij sprak, dan had jij te luisteren.

Het onderlinge respect dat de groep bij elkaar houdt, had niets te maken met je achtergrond. Je moest er zijn en blijven als je onder druk stond. Wanneer je aan die doodsimpele voorwaarden voldoet, behaal je ieder seizoen netjes je doelstelling. En misschien word je, na jarenlange trouwe dienst, vanzelf ‘a face’. Net als kapitein zwartmuts.

*Nick Hay is een gefingeerde naam. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: