US

The VICE Channels

Foto via Twitter
Tuesday, 4 October, 2016

Het verhaal van Carlos Henrique Raposo: de grootste oplichter uit de voetbalgeschiedenis

Op twintigjarige leeftijd keek Carlos Henrique Raposo zichzelf aan in de spiegel. Hij kon het niet verteren dat zijn carrière al voorbij was voordat die ook maar was begonnen. Zijn vrienden wisten, net als hijzelf, dat zijn voeten hem nooit een leven als profvoetballer zouden geven. Maar toen hij beter keek, zag Carlos dat hij wel het lichaam van een voetbalkampioen had: slank en atletisch.

Als semi-prof had Carlos de bijnaam “Kaiser”, omdat zijn lichaamsbouw deed denken aan Franz Beckenbauer. Carlos dacht dat dat wel genoeg te zijn om het leven van een profvoetballer op te eisen. Blijkbaar had hij gelijk.

Raposo ging vaak naar bars waar spelers als Ricardo Rocha, Renato Gaucho, Romario en Edmundo rondhingen. Hij stak zich altijd in mooie kleren, die hij geleend had van vrienden. Zo raakte Raposo als nobody in het voetbalwereldje bevriend met een paar van de grootste spelers van zijn generatie. Raposo deelde veel drank uit en was soepel met de vrouwen; hij was een populaire jongen in de Braziliaanse spelerskringen. Dat is hoe hij uiteindelijk onder contract kwam te staan bij een paar van de grootste clubs uit Brazilië. Wat mooie praatjes hier en daar, een paar vrienden die goed over hem spraken en opeens kreeg Kaiser een kans bij Botafogo onder 20.

raposoRaposo, met zijn lange haren, dromend van een doelpunt. (Foto via Twitter)

“Het enige probleem van Carlos was de bal,” vertelt de Braziliaanse verdediger Ricardo Rocha lachend. Rocha speelde 67 wedstrijden voor Real Madrid en kent Raposo goed uit hun gezamenlijke tijd in Brazilië. “Carlos zei dat hij een aanvaller was, maar hij heeft nooit een goal of assist geleverd. Hij zei altijd dat hij geblesseerd was. Als de bal naar links ging, ging Carlos naar rechts, en andersom. Hij kon er niks van, had geen talent, maar hij was echt een leuke gozer. Iedereen hield veel van hem, bij elke club waar hij kwam.”

Raposo bedong bij elke club een contract voor zes maanden, met een mooi salaris. De tactiek was altijd hetzelfde: hij zei dat hij niet fit was en nog een paar weken individueel moest trainen met een personal trainer die hij zelf aandroeg. Die personal trainer wist natuurlijk dat het nergens over ging. Als de trainers er genoeg van hadden en Raposo aan het werk wilden zien in een wedstrijd, deed hij altijd of hij net een blessure had opgelopen. Raposo kocht stelselmatig clubartsen om voor een vrijbrief.

“Ik zei bijvoorbeeld dat ik last had van mijn bilspieren, waardoor ik twintig dagen in de ziekenboeg moest zitten”, vertelt Raposo. “Als dat moeilijker werd, regelde ik via een bevriende tandarts een doktersbrief waarop stond dat ik een ander fysiek probleem had. Zo ging het maar door.”

Het kon allemaal in de jaren tachtig. Een MRI-scan bestond nog niet en het profvoetbal was lang niet zo professioneel als nu. Radio, pers en mond-tot-mond waren de enige drie manieren waarmee je als club op de hoogte was van goede spelers om je team mee te versterken. Soms was een goed woordje van een paar vrienden uit het voetbalwereldje genoeg voor een transfer. Dat spelletje beheerste Kaiser als geen ander.

Raposo speelde nooit mee, maar als zogenaamd geblesseerde speler wist wel hoe hij in de smaak moest vallen bij zijn ploeggenoten. “Als een team waarin ik zat voor een uitwedstrijd moest verzamelen in een hotel, zorgde ik dat ik daar een paar dagen eerder was. Dan regelde ik tien vrouwen op de verdieping onder ons. ‘s Nachts hoefde niemand dan het hotel uit te sluipen, we hoefden alleen de trap af.”

raposo3Raposo wist media zo ver te krijgen dat ze de mooiste stukken over hem schreven.

Na zijn eerste contract begon het geld te rollen, zijn contactenkring groeide flink en zijn vriendschappen met bekende voetballers werden steeds sterker. In die tijd gold: wie feesten organiseerde en voor entertainment zorgde, werd de lieveling van de spelersgroep. Raposo genoot van het leven dat hij deelde met zijn medespelers. Maar het ging niet altijd soepeltjes. Renato Gaucho, de beroemde spits van Palmeiras, werd bijvoorbeeld eens geweigerd bij een nachtclub. “Renato Gaucho is al binnen,” zei de portier tegen Renato Gaucho. Binnen zat Raposo, die zich naar binnen had geluld door te zeggen dat hij Renato Gaucho was.

Na Botafogo was Flamengo de tweede club die ten prooi viel aan de smoesjes van Raposo. De nepvoetballer kwam binnen via een tip van zijn goede maat, de hierboven genoemde Renato Gaucho. Bovendien zei Kaiser dat hij zich “sowieso kon bewijzen”. Raposo zei dat hij niet had kunnen spelen bij Botafogo vanwege een blessure die hij direct na zijn aankomst daar had opgelopen. Bij Flamengo zou hij het wel even laten zien, aldus Raposo. Na wat goede woorden van bevriende journalisten en een aantal aanbevelingen van bevriende voetballers, was de charlatan opeens speler van Flamengo.

Het resultaat: nul minuten speeltijd, nul doelpunten.

***

Je zou zeggen dat zo’n debacle het einde van de carrière van Raposo zou betekenen, maar niets is minder waar. Na zijn vertrek bij Flamengo kon hij aan de slag bij andere clubs, dankzij de warme aanbevelingen die hij overal en nergens vandaan wist te toveren. Raposo keek zelfs over de grenzen en tekende bij FC Puebla in Mexico. Zijn statistieken waren altijd hetzelfde: geen minuut speeltijd, geen goals. Altijd geblesseerd, ziek, zwak of misselijk.

“Raposo deed altijd alsof hij Engels kon praten. Dan zei hij allerlei verzonnen woorden in zijn mobiele telefoon, wat trouwens een krankzinnig duur apparaat was in die tijd,” zegt Ronaldo Torres, de huidige fysiotherapeut van Fluminense. Hij speelde samen met Raposo bij Botafogo. “Op een dag vroeg ik hem: ‘Met wie praat je?’ Raposo begon toen keihard te lachen, met die telefoon in zijn hand. Hij was een klootzak, maar wel een goede klootzak. We hielden allemaal erg veel van hem.”

raposo4De route van Raposo. (Graphics door Kevin Domínguez, Kaiser Magazine)

Na zijn tijd in Mexico keerde Raposo in 1989 terug naar Brazilië, waar hij tekende bij Bangu uit Rio de Janeiro. Daar ging het verhaal dat hij een veelscorende spits was. In de pers noemde een journalist hem zelfs “Pelé van Bangu”. Toch liep hij hier bijna tegen de lamp, toen Bangu een thuiswedstrijd met 2-0 aan het verliezen was.

De eigenaar van de club, de beruchte Castor de Andrade, was woest en schreeuwde vanaf de tribune om de entree van de Kaiser die hij kort daarvoor had gecontracteerd. Bangu had een spits nodig en het was tijd dat de “Pelé van Bangu” fit zou worden. Hij wilde de spits meteen inzetten, dus hij belde de trainer via een walkie-talkie vanaf de tribune – zo ging dat toen nog – om de entree van Raposo te forceren.

Zonder aanleiding begon Raposo tijdens de warming-up een willekeurige speler van de tegenpartij uit te schelden. Er ontstond een opstootje, dat uitmondde in een enorme vechtpartij. De chaos werd zo groot dat Raposo van het veld werd gestuurd, zonder ook maar een minuut gespeeld te hebben.

Na de wedstrijd stormde Castor de Andrade boos naar de kleedkamer toe, waar hij Raposo op zijn donder wilde geven. Maar tot zijn verbazing trof hij daar een huilende Raposo aan. “Voordat je losbarst, moet ik je iets vertellen,” zei Raposo. “God gaf me een vader, die hij later wegnam. Daarna gaf hij me jou, mijn tweede vader. Ik wil niet dat mijn vaders elftal nu ook van me wordt afgenomen.” Castor de Andrade vergaf Raposo alles.

Zijn contract werd zelfs met zes maanden verlengd, zonder dat Raposo ook maar een minuut had gespeeld.

Een ander obscuur gedeelte van de carrière van Raposo was zijn hypothetische lidmaatschap van de club Independiente, dat in 1984 de Copa Libertadores won. Raposo beweerde dat hij er in slaagde een contract voor zes maanden te tekenen via een vriend die hij gemeen had met Jorge Burruchaga, die in 1986 wereldkampioen werd met Maradonna. Volgens Raposo speelde hij daar ook geen minuut.

Independiente ontkent dit. Volgens Raposo is het bewijs een teamfoto waarop een langharige speler te zien is met de naam Carlos Enrique Raposo. Dat is echter een Carlos Enrique, terwijl de echte naam van “Kaiser” Carlos Henrique Raposo is, met een H erbij. De speler op de foto is een Argentijnse linksback die niks te maken heeft met de oplichter uit Brazilië.

***

Als een Braziliaan in de jaren tachtig in Europa speelde, was hij per definitie succesvol. Kaiser wilde dat dus ook wel ervaren. Hij vertrok naar Europa en regelde daar een contract bij het Franse Ajaccio. Daar wist hij zich ook snel geliefd te maken. “Het stadion was klein, maar zat propvol supporters”, vertelt Raposo. “Ik dacht dat ik alleen naar de supporters hoefde te zwaaien, maar er lagen allemaal ballen op het veld. We zouden dus echt gaan trainen. Ik werd er nerveus van. Straks zouden ze op de eerste dag al ontdekken dat ik niet kon voetballen.”

Wat doe je als je in een stadion vol supporters staat, die hun nieuwe idool een balletje willen zien trappen, terwijl je helemaal geen balletje kan trappen?

raposo2Raposo in de club. (Foto via Twitter)

“Ik liep het veld op en schoot alle ballen het publiek in. Ik zwaaide naar de supporters en kuste tussendoor steeds het embleem van de club. De supporters werden helemaal gek en uiteindelijk waren er geen ballen meer om mee te trainen,” vertelt Raposo. Omdat alle ballen op waren, zat er niks anders op dan een fysieke training. Daar had Kaiser natuurlijk geen problemen mee.

Carlos Henrique Raposo hing zijn ongebruikte voetbalschoenen op 39-jarige leeftijd aan de wilgen. Zelfs vandaag de dag is het moeilijk te geloven dat hij bij een hele rits profclubs onder contract heeft gestaan, zonder ook maar een minuut te spelen. De carrière van Kaiser zou vandaag de dag onmogelijk zijn, het voetbal is nu immers veel professioneler.

“Ik ga me nergens voor excuseren. In die tijd maakten de clubs nog misbruik van spelers, en dat gebeurt vandaag de dag nog steeds. Ze verdienden het om zelf ook eens op hun plek gezet te worden”, aldus Raposo. Misschien is hij op zijn eigen manier een held, maar Carlos Henrique Raposo is hoe dan ook de grootste oplichter uit de geschiedenis van het voetbal.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: