US

The VICE Channels

Foto: Pro Shots
Wednesday, 23 November, 2016

Het is tijd om langebaanschaatsen in te ruilen voor shorttrack

Jorien ter Mors stond vorige week donderdag in tranen voor de camera van NOS. Twaalf jaar lang had ze zich ontwikkeld tot een van de beste shorttrackers die we ooit in Nederland hebben gezien. Jorien was in tranen omdat ze het had uitgemaakt. Niet met haar vriend, maar met shorttrack. In het tranentrekkende interview beschreef ze waarom ze niet meer verliefd was op de sport en na een relatie van twaalf jaar het heel moeilijk vond om vaarwel te zeggen. Ze gaat haar geluk zoeken in het langebaanschaatsen, waar ze ook al enkele olympische medailles mee heeft gehaald.

Maar het is heel jammer dat ze deze stap maakt. Ze stapt over naar een minder interessante sport, die toch al door Nederlanders wordt gedomineerd en om een of andere reden een beetje onze tweede volkssport is geworden. De stap van Jorien betekent dat we nog meer langebaanschaatsen op tv krijgen in plaats van shorttrack. Inderdaad, ik ben geen fan de tijdrit en kijk veel liever naar shorttrack.

Als trotse kaaskop denk je misschien: hoe kan shorttrack nou leuker zijn dan dat oer-Hollandse langebaanschaatsen? Gelukkig is dat is heel simpel. Langebaanschaatsen heeft haar beste tijd gehad. Het is een passieve competitie. Als je de race wint, betekent dat bijvoorbeeld niet dat je ook de wedstrijd wint. In principe zit je vooral naar tijdbalkjes te kijken, hoe ze schaatsen is niet echt relevant. Ze schaatsen hard of ze schaatsen niet hard; er komt onderling weinig tactische strijd bij kijken. Daarom is de sport ook prima via een app te volgen, terwijl je ondertussen iets leukers doet – shorttrack kijken bijvoorbeeld.

Langebaanschaatsen heeft zoveel mogelijkheden, maar er wordt geen initiatief genomen om de sport te verbeteren. Er is geen honderd meter sprint, geen head-to-head wedstrijd. Als je zes schaatsers drie rondjes laat schaatsen, met een soort massasprint op het einde, dan zou ik de sport veel liever volgen. Of een sprint zoals dat bij het baanwielrennen wordt gedaan. Dan krijgt de sport nog een psychologisch componentje. Maar helaas, het blijft voor mij een sport waarin niks speciaals kan gebeuren.

En eerlijk is eerlijk, we kijken het echt alleen omdat Nederland er zo goed in is. Bij de tien kilometer van Sven Kramer in Sotsji staarden er 4,5 miljoen Nederlanders naar de tijdbalkjes onder in beeld. Dat was 87,8 procent van alle kijkers. We zijn echt het enige volk dat deze sport zó het kijken waard vindt.

Mocht je je nu van schrik even verslikken in je stroopwafel omdat je bang bent bij shorttrack die Nederlandse superioriteit te missen; geen zorgen. Shorttrack is ook een sport die ‘wij’ kunnen. Vroeger was shorttrack een heel-holland-bakt-er-niks-van-festijn, maar Nederland is ondertussen al een aantal jaar aan het uitblinken op het hoogste podium. Maar dat is niet de enige reden waarom de sport zo geweldig is. Ik heb nog even voor jullie op een rijtje gezet waarom shorttrack fantastisch is en stukken leuker dan het eeuwige langebaanschaatsen.

Steven Bradbury
Tenenkrommend zal je in je oranje shirt naar de tv schreeuwen als shorttrackfan, want de sport is tergend spannend. Bij de individuele afstanden is het simpel: je gaat met een handjevol schaatsers een bepaalde afstand afleggen over de kleine rondjes. De eerste die over de finish komt, wint. Eigenlijk is shorttrack de enige sport waar de schaatser van niks naar alles kan gaan in twee seconden, dus je blijft altijd tot het einde kijken.

Dat het spannend kan blijven tot de laatste bocht bewees de Australiër Steven Bradbury. Zoals je een Duitser bent als je in het voetbal in de laatste minuut scoort, ben je bij shorttrack een Bradbury als je in de laatste bocht iedereen inhaalt. Hij won op deze wijze goud op de Olympische Winterspelen in 2002:

Sjinkie Knegt
Om de sport meer een volkssport te maken, hebben we natuurlijk een volksheld nodig. En die hebben we. Misschien was u het al vergeten, maar Sjinkie Knegt was sportman van het jaar in 2015. Inderdaad, op sportgebied mogen we 2015 wel uit ons geheugen schrappen – het was vooral het jaar dat Nederland zich vergat te kwalificeren voor het EK voetbal – maar Sjinkie Knegt is een lichtpuntje in de oranje duisternis.

Sjinkie is niet alleen een held dankzij zijn 50 podiumplekken op EK’s, WK’s, Olympische Spelen en in de wereldbeker. Ook niet alleen door zijn recente wereldrecord op de 1500 meter, of omdat Sjinkie Sjinkie heet, of doordat hij bekend staat als de Schicht uit Bantega. Nee, Sjinkie is vooral een held door zijn nuchtere Friesheid.

Sjinkie klust in zijn vrije tijd in de garage in Bantega graag aan zijn auto of zijn slijpblokken. Ook is hij liever in Friesland dan ergens anders op de wereld. Na de Nederlandse relay-overwinning op het WK gingen de drie teamgenoten van Sjinkie het vieren met een vakantie in New York. Sjinkie ging niet mee, dat was niks voor hem. Hij ging liever naar Bantega, “lekker rustig”.

Mario Kart
Shorttrack lijkt verbazend veel op Mario Kart. Je weet wel, dat spel waarbij je geconfronteerd wordt met je gebrek aan hand-oog-coördinatie, en dat je bijzonder slecht tegen je verlies kunt als je bij dat rainbow road-level voor de dertigste keer van de baan flikkert.

Shorttrack lijkt hier heel erg op. Je rijdt heel hard rondjes, frustraties lopen hoog op, bochten zijn scherper dan je eigenlijk aankan, fouten zijn altijd iemand anders zijn schuld en als je valt, kan je nooit meer winnen. Omdat het zo dicht bij elkaar zit, kan je het lot, karma, het ijs, of een willekeurige hogere macht de schuld geven van jouw falen – zoals het bij Mario Kart altijd de schuld is van de batterijen in de Wii-controller. Het is dus gewoon net Mario Kart, maar dan op olympische niveau. Wat wil je nog meer?

Relay
De relay, of estafette, is het interessantste van alle spektakels bij shorttrack. Bij de relay heb je namelijk teams van vier schaatsers die allemaal op de baan zijn gepropt om omstebeurt anderhalf rondje schaatsen totdat er een bepaalde afstand is afgelegd. Dit klinkt nog simpel, totdat je bedenkt dat het structureel best lastig is om op zo’n kleine baan met zestien mensen elke twintig seconden de juiste persoon voor de neus van de ander te zetten, zonder dat je iemand in de weg zit.

Dat kan soepel gaan, maar als iemand een wissel mist, moet dat weer worden goedgemaakt op andere momenten dan dat de rest wisselt. Tegelijkertijd moet je ook de rest verslaan en het hardste schaatsen. Kortom, het is pure chaos. Maar met een cameraman die wel snapt wat er gebeurt, is het te volgen. Het is dan een beetje alsof je voor het eerst een kapsalon eet – je weet niet waarom, hoe of wat, maar je vindt het geweldig.

Reality-show
Ja, ik ga het nog een keer Sjinkie Knegt hebben, gewoon voor de onderstaande prachtige foto. De sport is zo frustrerend dat hij ooit een deur intrapte bij een NK. Deze foto kostte hem een podiumplek op het EK. Gelukkig heeft hij zijn les geleerd. “Volgende keer wacht ik tien minuten en maken we korte metten van de kleedkamer.”

Omdat de schaatsers tijdens de wedstrijd kleine duwtjes of vervelende bewegingen kunnen maken, lopen de frustraties zo hoog op dat sommigen reageren alsof ze in een realityserie zitten. Zo werd het Amerikaanse team bij de wereldkampioenschappen in 2011 als team uitgeschakeld, nog voor de finales. De coach nam dit zo persoonlijk dat hij de schaatsers instrueerde om te saboteren. De schaatsers gingen het Canadese team irriteren door bijvoorbeeld per ongeluk soep over ze heen te gooien, maar het ging verder. De Amerikaan Simon Cho pakte de schaatsen van Canadees Olivier Jean en verboog ze stiekem een klein beetje. Leuker wordt het niet, en bovendien vinden sportfans het altijd heerlijk om complottheorieën te bedenken die nog waar kunnen zijn ook.

Nu denk je misschien: waarom kan ik niet allebei kijken, zowel langebaan als shorttrack? Nou, dat kan natuurlijk. Bovendien mag je doen wat je wil. Maar op het moment dat je ondergedompeld wordt in de wereld van de korte rondjes wil je waarschijnlijk niet meer terug. Voor je het weet ben je een shorttrack-expert, kijk je analyses, ken je alle schaatsers, koop je een Sjinkie-shirt en ga je op vakantie naar Bantega.

Mocht je nu nog steeds je twijfels hebben, zal dit filmpje van het WK in 2014 je overtuigen:

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: