US

The VICE Channels

Foto: Imago/Sven Simon
Wednesday, 23 November, 2016

Het probleem van doodgezwegen verslavingen in het voetbal

Bijna tien jaar speelde Uli Borowka voor SV Werder Bremen. Hij was verdediger en publiekslieveling. In zijn boek Volle Pullen: mijn leven als voetbalprof en alcoholist maakte hij veel bekend over zijn alcoholverslaving tijdens zijn carrière. Op het hoogtepunt dronk hij een krat bier, een fles wodka en een fles whiskey per dag. Tegenwoordig is hij helemaal nuchter en heeft hij een stichting voor verslavingshulp opgericht. Verslavingen komen namelijk steeds vaker voor onder profvoetballers. Veel spelers zoeken hem op om van hun verslaving af te komen. We spraken met hem over verslavingsproblemen in het voetbal.

VICE Sports: Hoi Uli, je hebt je hele profcarrière gedronken. Wanneer ging het mis?
Uli Borowka: Ja, het begon toen ik vijftien was. Ik zat nog op school en daar dronk je gewoon na school een biertje. Tegelijk was ik aan het voetballen, en met die jongens ging ik ook ‘s avonds naar een café. Ik was zestien jaar lang voetbalprof, maar ook zestien jaar lang alcoholist.

Vijftien jaar, dat is ongelooflijk jong om echt te beginnen met drinken.
Het probleem was dat ik niet na twee glazen kon stoppen. Ik moest altijd meer dan alle anderen drinken. Ik had het vanaf het begin niet onder controle. Bovendien voel je je buitengesloten als je niet meedrinkt, zeker als je nog zo jong bent en overal bij wilt horen.

Hoeveel dronk je dagelijks?
In mijn slechtste tijd dronk ik een krat bier, een fles wodka en een fles whiskey per dag. Dat was heel normaal voor mij.

Had je dan niet een chronische kater?
Nee, op een of andere manier kon ik het allemaal trekken. Je kan me veel verwijten, maar mijn prestaties hebben nooit onder mijn alcoholconsumptie geleden. De toewijding, overgave en prestaties voor de vereniging hadden bij mij de hoogste prioriteit. Bovendien was ik ook nog veertien jaar verslaafd aan medicijnen.

Vertel eens.
Ik nam meerdere malen per dag pijnstillers. Met de zware wedstrijden en lange trainingen ging het niet anders. Die medicijnen hielpen dan ook om de katers te verminderen.

Hoor je ook veel over medicijnverslaving in de topsport?
Zeker. De jongens strijden tegen verschrikkelijk veel soorten verslaving. De alcoholverslaving is maar één probleem. Veel vaker hebben voetballers last van gok- en medicijnverslavingen. Een studie liet zien dat negentien procent van de profs ergens aan verslaafd is. Reken maar uit hoeveel dat er zijn, dan weet je wat er mis is.

bierdrinken1Borowka bij de overwinning van de DFB-Pokal 1994 (Foto: Imago).

Wat was het moment dat je dacht: zo kan ik niet langer leven?
Zo direct ging het niet. In 2000 ben ik een keer wakker geworden op een ondergekotst matras. Iedere keer dacht ik: bij mij gaat het niet fout. Ik ben opgestaan, heb een paar restjes schnaps opgedronken. Vervolgens ben ik met Christian Hofstätter koffie gaan drinken. Twee jaar na mijn Bundesliga-vertrek ben ik naar een afkickkliniek gegaan, dat was veel te laat. En ook daar wilde ik me in het begin niet laten helpen.  

Hoe ging je toenmalige team daarmee om?
Die hebben me beschermd. Ze wisten alles van mijn verslaving, want ik ben vaak dronken en soms helemaal niet naar training gekomen. Mijn trainer riep mij dan in zijn kantoor en bood me meerdere verklaringen voor de pers aan. Daarna mocht ik de sauna in en kreeg ik een massage. Op zaterdag mocht ik dan weer in de basis staan. Ik was de beste speler, het team was afhankelijk van mij. Daardoor kwam ik  met heel veel weg.

Dus je teamgenoten wilden je wel helpen?
Ja. Günther Hermann, een goede vriend van mij, kwam op me af en wilde iets doen omdat hij merkte dat mijn verslaving uit de klauwen liep. Maar ik schreeuwde naar hem dat hij mij met rust moest laten. De volgende dag was ik agressief en trapte ik tijdens de training enkele vrienden en collega’s. Zo erg was ik eraan toe. Er was ook veel spanning tussen mij en Willi Lemke, de trainer van Werder Bremen.

Waarom?
Ik ben een type dat altijd zijn mening laat horen en niets verbergt. Daar kon hij niet mee omgaan. Ik werd ontslagen bij Werder Bremen. Bij mijn laatste wedstrijd had hij ervoor gezorgd dat ik geen afscheid kon nemen van mijn fans. Normaal gebeurt dat voor een wedstrijd, maar bij mij zou het na de wedstrijd gebeuren. Lemke nam zo wraak voor alle eerlijke en kritische uitspraken van mij, en natuurlijk voor de problemen die ik met mijn verslaving had gecreëerd.

Na het laatste fluitsignaal was het stadion al half leeg. Ik kreeg alleen een bos bloemen. Dat was me teveel. Ik ben met tranen in mijn ogen en zonder een woord te zeggen de catacombe ingelopen. Na al die jaren bij Werder Bremen deed dat pijn. Lemke is een slecht mens, ik het geen enkel respect voor hem.

Hoe is je verslaving openbaar geworden?
Na mijn carrière is er een bericht van mijn kliniek via via openbaar geworden. Toch interesseerde het mensen weinig. Mensen waren pas geschokt toen ik in mijn eerste boek heel openlijk over mijn verslaving sprak.

Hoe werd daarop gereageerd?
De reacties waren verbazingwekkend positief. Veel mensen hebben me verteld dat ze veel kracht haalden uit mijn eerlijkheid. Normaal is alcohol een taboe. Dit taboe heb ik nu gebroken. Sinds 2012 ben ik bezig er iets aan te doen. Ik houd nu lezingen bij klinieken, universiteiten, gevangenissen en bedrijven – eigenlijk overal. Mensen willen met het thema kunnen omgaan. Toch waren de reacties niet allemaal positief. Sinds mijn boek praat mijn voormalige trainer Otto Rehagel niet meer met mij.

Waarom?
Ik heb hem in het boek als mede-verantwoordelijk beschreven. Hij praatte het altijd goed voor mij. Hij was er afhankelijk van dat ik ondanks mijn verslaving de club bleef helpen. Dat betekent niet dat ik hem ergens van beschuldig, zeker niet. Toch heeft hij het heel persoonlijk genomen. Ik heb vaker geprobeerd mijn excuses aan te bieden, maar hij wil niks meer van mij weten.

Je hebt nu een stichting opgericht, de Uli Borowka Verslavingspreventie en Verslavingshulp. Hoe kwam je daarbij?
Ik wilde mensen met verslavingsproblemen hulp bieden, maar vooral een plek waar ze terecht kunnen. Ik heb nog geprobeerd bij de Duitse voetbalbond ondersteuning te krijgen voor de vereniging, maar ze behandelen me als een vieze alcoholist.  

Hoe reageerde je daarop?
Oh, helemaal niet. Daar ga ik geen energie meer in steken. Ondertussen is het zo goed als bewezen dat de voorzitter, Niesbach, heel corrupt bezig was. Hij is de laatste die het recht heeft om mij zo te behandelen.

Hoeveel spelers melden zich nu bij jou met verslavingsproblemen?
Eigenlijk te veel, maar ik wil geen precies getal noemen. Het aantal profspelers met ernstige verslavingsproblemen is ongelooflijk. Maar ik zou in mijn eigen vingers snijden als ik namen ga noemen. De jongens die bellen, weten ook dat ze anoniem blijven hier. Als ze hulp zoeken bij hun club zal het ontslag en het persbericht twee minuten later volgen. Zo gaat dat in de voetbalwereld.

Hoe help je de jongeren die naar je toe komen?
Als ze zich bij mij melden, zorg ik ervoor dat ze tot zekere mate professionele hulp krijgen. Ik ben zelf niet de vakman, maar ik kan me heel goed inleven in hun situatie. Het doet ze goed om met lotgenoten te praten. Ik weet waar ik het over heb. De stap om naar de telefoon te grijpen kost enorm veel moed. Om dan een begripvol iemand aan jouw kant te hebben is veel waard.

Wat moet er in het voetbal veranderen om het probleem op te lossen?
Het zal de komende tijd weinig veranderen. Mensen zijn nog niet zo ver. Maar als aanspreekpunt voor slachtoffers hebben wij in ieder geval een begin gemaakt. Men vergeet te snel dat het hier om mensen gaat, niet om voetbal.

Maakt de immense aandacht en druk de jongens kapot?
In veel gevallen wel. De druk wordt steeds groter, ze staan de hele tijd in de schijnwerpers en de media wacht gewoon op een domme fout. In mijn tijd bij Bremen kwamen er maar een paar journalisten naar de training. Als we dan gingen feesten, gingen zij mee feesten. Zo konden ze niks slechts schrijven. Tegenwoordig is dat onvoorstelbaar.

Moet het probleem harder worden aangepakt?
Zeker. Max Kruse is een goed voorbeeld. Die jongen was in oktober 75.000 euro in een taxi in Berlijn vergeten. Bovendien heeft hij een woning in Las Vegas. Veel duidelijker dan dat kan het niet worden. Het is een schreeuw om hulp. Toch doet niemand er wat aan. Het enige wat eruit voortkomt zijn pestende krantenkoppen.

Je hebt zelf kinderen. Zou je hen aanraden professioneel voetballer te worden ondanks dat de druk zo groot is?
Ja want voetbal is prachtig. En in mijn zestien jaar als prof heb ik ook onbetaalbare momenten meegemaakt. Niet iedereen komt op het verkeerde pad en ik zal mijn kinderen zeker ondersteunen en in de gaten houden. Toch moet ik zeggen: elke dag dat ik nuchter ben, is waardevoller dan alle titels uit mijn carrière bij elkaar.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: