US

The VICE Channels

Foto: Wikimedia
Tuesday, 14 June, 2016

Giorgio Chiellini: de botste van de botteriken

In een land dat overspoeld wordt door fans van de Rode Duivels, en waar de oranjegekte langzaam maar zeker rood begint te kleuren, is de eerste wedstrijd van onze Zuiderburen natuurlijk meteen een om van te smullen. Ik niet. Ik juich stilletjes voor de Italianen. En daar is voornamelijk één hele grote reden voor. Giorgio Chiellini.

Nederland loopt vol met Belgische vlaggen en rodeduivelskoorts. Cafés proberen de misgelopen massawinst die met een Oranje-EK gepaard gaat nog een beetje recht te trekken met het aanwakkeren van loyaliteit voor de Belgen. Zo ook in mijn buurtkroeg. Het café is versierd, er is een frietkar voorgereden en iedereen heeft zich geschminkt. Belgisch speciaalbier kost allemaal drie euro, en als je zegt dat je een pintje wilt, in plaats van een biertje, ben je helemaal het mannetje. De barman draagt een Nainggolanpruik. Met een briefje van vijf in mijn hand probeer ik zachtjes te bestellen, maar ik word overstemd door de supporters in de rest van het café.

‘Mag ik een biertje?’

‘Een pintje?’

‘Nee, een biertje.’

‘Maar we zijn voor België, Neg!’

‘Ik ben voor Italië.’

‘Oh.’

Een klein beetje teleurgesteld tapt de barman een biertje voor me. Ik reken af en vraag hem of het oké is, dat ik voor Italië ben. De barman frunnikt even aan het kale stuk van zijn Nainggolanpruik.

‘Nee, ja, iedereen is welkom, natuurlijk,’ antwoordt hij beteuterd. Hij wordt onderbroken door iemand in een jupilershirt die met een zak Vlaamse friet in zijn handen het café binnenstapt.

‘Allez la Belgique! Allez la Belgique!’

Gejuich alom. Ik neem een slok van mijn bier. Naast me slaat een man me op de schouders. ‘Juichen, Neg, Juichen!’ Maar ik juich niet voor België. Ik juich voor Italië. Niet omdat ik ook een beetje Italiaan ben, niet omdat Italië ons buurland is en zeker niet omdat ik zo vloeiend Italiaans spreek. Ik juich voor Italië vanwege de BBBC-combinatie. Buffon, Bonucci, Barzagli, Chiellini. En dan met name die laatste. Bij afwezigheid van Andrea ‘L’architetto’ Pirlo is de grootste geweldenaar van la squadra azzurra eens een keer geen middenvelder, linksbuiten of centrumspits. De grootste gigant uit het Italiaans voetbal luistert naar de bijna literair klinkende naam van de genadeloze sterverdediger van Juventus: Giorgio Chiellini. Il dottore.

De lieveling
In 1984 werd de toen nog kleine Giorgio geboren in Pisa, maar hij groeide op in het naburige stadje Livorno. Zoals elke verdediger was hij aanvankelijk middenvelder, maar hij werd al snel richting de achterste linie gedirigeerd. Hij speelde voor Livorno Calcio, een jaartje voor Fiorentina, maar kwam uiteindelijk terecht bij de tegenwoordig allergrootste Italiaanse voetbalclub, in een droomhuwelijk tussen de doctorandus en de oude dame.

Chiellini is een knoestharde verdediger met een gevoel voor leiding op het veld en af en toe een flinke rush naar voren. De Italiaanse handen gaan op elkaar als hij aan de bal is, en in de dorpjes rond Livorno wordt haast liefkozend over hem gesproken, in de cafétjes en de koffiebarretjes. Het is niet heel normaal in Nederland om fan te zijn van verdedigers. Ik begrijp dat. De afgelopen jaren zijn we niet verwend, met mindere goden als Joris Mathijsen, Johnny Heitinga, Khalid Boularouz en Joël Veltman. Dan is het op zich logisch dat we nationaal en masse uitwijken naar spelers als Robben, Van Persie, Sneijder – ach kom, hoe heet-ie ook alweer? Ik kom er zo wel weer op. O ja, Rafael van der Vaart.

In een land waar verdedigen tot kunst verheven is, en er in achtertuinen in Milaan, Turijn, Rome en Florence borstbeelden staan van spelers als Paolo Maldini, Alessandro Nesta, Gianluca Zambrotta en Franco Baresi, is het niet gek dat Italië uitloopt voor deze gigant uit Pisa. De trots van Livorno. Ook al is-ie dan laatste man: Met 1-0 krijg je de punten ook mee naar huis.

Jekyll & Hyde
Hoe genadelozer de verdediger, hoor ik u denken, hoe kleiner de hersenpan. Hoewel dat in veel gevallen op lijkt te gaan, is het hier toch echt een ander verhaal. Niet alleen heeft hij dus zijn Master gehaald aan de universiteit, de sloper uit Livorno blijkt ook nog eens een sympathieke vogel te zijn die niet wekelijks in legerkleurige Cadillacs door de straten rijdt en in clubs champagne van Italiaanse dames aflikt. Integendeel: hij is getrouwd met zijn jeugdvriendin uit Livorno, met wie hij af en toe een hapje gaat eten, ‘s avonds.

Maar, anderzijds, op het veld is niets onmenselijks de beul van België vreemd en de legendes zijn niet van de lucht. Er wordt gefluisterd dat hij drie man tegelijk kan dekken, dat de noppen onder zijn schoenen eigenlijk uit zijn voeten groeien, en dat de kicksen er maar voor de sier onder zitten. Er wordt gefluisterd dat Luis Suarez, sinds hij Chiellini in zijn schouder beet, met een kunstgebit rondloopt.

In de kwalificatiereeks van het Nederlands elftal werd er vaak geklaagd dat Nederland wel eens een nieuwe Jaap Stam kon gebruiken, achterin. Italië heeft een drietal Japen Stam en die wonen bij elkaar samen in de linker- en rechtervoet van Giorgio Chiellini. Ik herinner me een wedstrijd van Juventus tegen AS Roma. De sfeer was gespannen, en dat werd niet minder naarmate de wedstrijd vorderde. Roma zet een aanval op, voor het doel van Gianluigi Buffon. Er wordt rondgespeeld, ze verhogen het tempo en Gervinho komt aan de bal. Gervinho speelt één man uit en loopt door op goal. Heel Rome gaat op het puntje van haar stoel zitten. Tot Il Dottore het beeld in komt. Zonder enige gêne glijdt hij onder de neus van de scheidsrechter op de bal af. Hij speelt de bal uit de voeten van Gervinho, over de achterlijn, en neemt de buitenspeler mee als collateral damage. Midden in het strafschoppengebied. 2-2, tachtigste minuut. Gervinho eindigt tegen de boarding, Roma krijgt een corner. Chiellini staat op, geeft Gervinho lachend een hand en kijkt even met een schuin oog naar de scheidsrechter. Je ziet hem kijken naar de Roma-aanvaller: dat gaan we dus niet meer doen hè, grote vriend. Juventus wint met 3-2, volledig volgens de hypothese van Il Dottore. Geen verdere aanbevelingen.

Het EK wordt een prachtig toernooi. Met het oersterke Frankrijk, het prachtige spel van Duitsland en Spanje en hét team met de gun-factor, België. Maar uiteindelijk zou het ook zomaar kunnen dat Chiellini en zijn vrienden de beker in ontvangst nemen. En ik sluit niet uit dat de 2-0 tegen België de grootste overwinning is gebleken.

Ik zou het zo mooi vinden: Italië als nieuwe Europese kampioen. Het land dat na Nederland, Schotland en Denemarken de volgende in de rij is om af te haken in de macht van het grote geld. Het land dat zo veel grote voetballers voorbracht. Het land dat nog niet eens zo heel lang geleden spelers in het elftal had als Alessandro Del Piero, Andrea Pirlo en Francesco Totti. Waar een veteraan als Gianluigi Buffon de aanvoerdersband draagt en waar Il Dottore Giorgio Chiellini, de botterik onder de botteriken, het volkslied het hardst meezingt, om daarna glimlachend de messen te slijpen.

Voor wat voetbalromantiek waard is: hier ligt-ie, als een uitgespreid bedje voor ons, neutrale kijkers. Chiellini wordt Europees kampioen. En daarna bedenkt hij in zijn vakantie de oplossing voor de economische crisis.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: