US

The VICE Channels

Foto: pixabay
Tuesday, 11 October, 2016

Frankrijk laat zien dat Oranje wel wat minder hard mag gaan brullen

Elke week schrijft Martijn Neggers een sportcolumn voor VICE Sports over het theater achter het Nederlands voetbal. Rolt er een traan? Sneuvelt er een krat bidons? Laat iemand tijdens het juichen een tattoo voor zijn overleden cavia zien? Neggers staat erbij en kijkt ernaar.

De stemming na de wedstrijd tegen Frankrijk was gematigd optimistisch. Veel mensen vonden dat het in elk geval een mooie wedstrijd was. Een paar mensen zeiden dat het spel veel hoop bood voor de toekomst. Anderen zeiden dat de weg omhoog ingeslagen is. Iemand stuurde me zelfs een sms’je naderhand: “Op zich kun je natuurlijk gewoon met 0-1 van Frankrijk verliezen”. En vooruit, misschien klopt dat allemaal. Maar toch werd ik doodongelukkig van de wedstrijd van gisteren.

In het stadion hing een spandoek met een hele grote geschilderde leeuw erop. “Wij zijn op jacht”, stond eronder geschreven. De leeuw keek gevaarlijk het beeld in en deed me denken aan de gouden jaren van weleer, waarin het Nederlands elftal daadwerkelijk op jacht ging naar bekers. Toen kwamen we nog weg met spandoeken waar de overmoed van elke vierkante centimeter brulde. De jaren waarin we dachten: hoe is het mogelijk dat je met de beste spelers van de wereld uiteindelijk toch steeds net die prijzen niet wint? Nu denken we: hoe is het mogelijk dat je je met toch heel redelijke spelers bij best wel redelijke clubs in Europa niet kwalificeert voor een eindtoernooi? In het licht van de huidige staat van het Nederlands elftal ziet een brullende leeuw die op jacht gaat er eerder treurig uit dan imposant.

Net voor de wedstrijd begonnen de volksliederen te spelen. Even, héél even kreeg ik een brok in mijn keel. La Marseillaise, dacht ik, wat is dat toch ook een wonderschoon volkslied. En, verdomme, dat Wilhelmus. Daar is toch eigenlijk ook helemaal niets mis mee. Terwijl ik Daley Blind hoorde zingen dat de prins van Oranje vrij en onverveerd is, drong het ineens tot me door hoe mooi en hoopvol de tekst van het Wilhelmus is.

De Amsterdam Arena zong het Nederlands volkslied heel behoorlijk mee. Niet per se uit volle borst, maar wel heel behoorlijk. Daarna schalde het Europese volkslied door de speakers: ‘Ode an die Freude’, van Beethoven. Misschien is het wel het mooiste volkslied ter wereld. Het volledige stadion praatte er gezellig doorheen of bestelde nog snel even een biertje. Pas toen er ergens iemand in het stadion een gebrand cd’tje opzette met daarop  ‘Bloed, zweet en tranen’ van André Hazes, zong het stadion écht uit volle borst mee. Een prima lied hoor, en ik begrijp ook best dat het langzaam maar zeker traditie is geworden, maar jongens: kom op.

Soms denk ik wel eens: we krijgen ook gewoon precies het succes dat we verdienen.

Alles wat er zich in en om de wedstrijd afspeelde, voelde op de een of andere manier net zo knullig en onnozel aan als die twee momenten ervoor. Alle papieren vliegtuigjes op het veld, het spel van Jeffrey Bruma en Memphis Depay of de absurde wissel van Danny Blind, die liever linksback Jetro Willems rechtsbuiten ziet spelen dan Jens Toornstra. Het voelde onsamenhangend, unheimisch. Alsof ik naar een Europese wedstrijd van een Nederlandse voetbalclub zat te kijken: af en toe deed Nederland, het grote Nederland, heel aardig mee, maar het overgrote deel van de tijd leek het helemaal nergens op. En dan hou ik het veld in de Arena en het commentaar van Frank Snoeks voor deze ene keer maar even buiten beschouwing.

Natuurlijk, tegen Frankrijk kun je best een keer met 0-1 verliezen. En als je een beetje door je wimpers gekeken hebt, kun je zelfs nog denken: goh, eigenlijk heeft Nederland niet eens zo slecht weerstand geboden. Maar waarom stond alles aan deze wedstrijd me dan zo ongelofelijk tegen? Meteen na de wedstrijd besefte ik het. Het was de eerste wedstrijd sinds jaren waarop de volledige ‘grote vier’, de laatste echte supersterren, er geen van allen bij waren. Gisteren kregen we een voorproefje op de komende jaren. En dat voorproefje smaakte bitter, wat mij betreft.

Robin van Persie was eenentwintig toen hij aantrad bij Arsenal, met een UEFA Cup op zak. Wesley Sneijder werd op zijn drieëntwintigste kampioen van Spanje met Real Madrid. Arjen Robben vulde op zijn eenentwintigste zijn prijzenkast bij Chelsea. Tegenwoordig wordt er over jongens van rond de twintig gezegd dat ze nog zo jong zijn, dat ze rustig gebracht moeten worden, dat ze een tussenstapje moeten maken of dat ze het eerst maar eens bij Watford of Newcastle moeten proberen. Nu zijn we blij als het Nederlands elftal niet afgeslacht wordt door Frankrijk en zijn we door het dolle als we eindelijk eens winnen van Wit-Rusland.

Het huidige elftal van Oranje bestaat niet uit de supersterren van gisteren en eergisteren. En aangezien de KNVB zo hard op zoek is naar de winnaars van morgen, lijkt het erop dat we vandaag met de gebakken peren zitten. Misschien moeten we maar eens gaan oefenen met bescheidenheid. Misschien moeten we proberen om ook het Europese volkslied eens voorzichtig mee te neuriën en een net wat minder zelfingenomen spandoek te verzinnen.

Misschien moeten we proberen een beetje te wennen aan een plek in de marge van het voetbal. Want zoals het er nu naar uitziet, zitten we daar voorlopig nog wel even.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: