US

The VICE Channels

Wikimedia
Tuesday, 5 July, 2016

Een verslag van Wimbledon door de ogen van een voetbalfan

Ik woon al meer dan tien jaar in Londen. Ik ben een groot fan van een van de voetbalclubs hier (nee, ik zeg niet welke) en ik ben in alle stadions van de Premier League geweest. Ik ben zelfs in bijna alle stadions en op de velden van kleinere teams geweest die buiten de league vallen, als Witham Town of Dulwich Hamlet’s Champion.

Je zou me fanatiek kunnen noemen. Een sportfan zelfs. Maar tot vorige week was ik nog nooit op Wimbledon geweest. Niet bij de tennisvelden in elk geval. Ik heb AFC Wimbledon een paar seizoenen geleden nog met 0-3 zien verliezen tegen Rochdale, maar dat was niet in Wimbledon.

Tijd voor mijn Wimbledon-ontmaagding. Op de heetste dag van het jaar trok ik naar het zuidwesten van Londen om wat potjes tennis te kijken.

DE REIS

Als doorgewinterd voetbaltoerist ben ik gewend om me in een volle trein te proppen tussen dronken, zwetende en zingende supporters. Dat heeft wel wat. Maar als je één groep 37-jarige mannen met halve liters en seksistische opmerkingen hebt gezien, heb je ze allemaal wel gezien. Toch is de reis voor een supporter altijd een belangrijk onderdeel van de hele voetbalervaring. Elke week dezelfde trein met dezelfde vrienden, uitstappen bij dezelfde pub voor bier voordat hetzelfde team je weer in de steek laat. Elke week opnieuw.

De tenniservaring is anders. De trein is opmerkelijk rustig. Naast me zit een Amerikaanse familie in matchende kleding: korte broek, heuptas, T-shirt en een petje. De kinderen vervelen zich monsterlijk en de ouders kijken naar een metrokaart alsof ze hiëroglyfen ontcijferen. Ergens verderop hoor ik een schrille (Amerikaanse) stem iemand vragen waarom Wimbledon niet in Wimbledon is, waarop haar partner zegt: “Het is verdomme allemaal onzin.” Dat klopt.

DE RIJ

De rij bij Wimbledon is al een spektakel op zich. Het zou me niet verbazen als mensen alleen voor de rij naar Wimbledon komen – Britten natuurlijk, niet de Amerikanen, die duidelijk alweer klaar zijn met het lange wachten. De rij kronkelt over een veld ten grootte van meerdere voetbalvelden. Hier en daar staat een foodtruck, die er bijna allemaal dicht uitzien. Het lijkt op een verlaten pretpark uit een aflevering van Scooby-Doo.

De rij in al haar glorie | Foto door de auteur

De rij is zo’n belangrijk onderdeel, dat er een handboek voor wordt uitgedeeld terwijl je staat te wachten. Ze verwijzen naar ‘de rij’ alsof het een levend organisme is. Alles is uitgedacht. Ik ga zitten en maak een praatje met een Japanse vrouw, die me vertelt dat het haar zevende keer is. Ik raak vreselijk in de war als ze vervolgens acht vingers ophoudt. De beveiliging, die de rij in de gaten houdt, bestaat uit zeven of acht vrouwen tussen de vijftig en zestig. Ze hebben allemaal een schrille stem.

De hele ervaring is vervreemdend maar ook wel plezierig. Het lijkt in de verste verte niet op een voetbalrij. Ik word niet geduwd, uitgescholden en ik ruik geen alcohol of zweet. Tegelijkertijd is dat ook precies wat hier mist. Het is meer een avondje thuis op de bank met een flesje rood dan een avond in de kroeg met je vrienden.

DE DRANK

Dit is waar Wimbledon haar klasse laat zien. Game, set en match. Een ace. Al die tennisclichés.

Bij voetbalwedstrijden wordt alcohol die niet in het stadion gekocht is, behandeld als een sporttas vol anthrax op een schoolplein. Het is dus best logisch dat voetbalfans zich in nabijgelegen pubs bezatten voordat ze het stadion betreden.

Maar bij Wimbledon is alles anders. Je mag (met mate) drinken in de rij. En omdat mensen ervan uitgaan dat het er hier verantwoordelijk aan toegaat, gaat het er hier best verantwoordelijk aan toe. Als je mensen als volwassenen behandelt, zullen ze zich ernaar gaan gedragen. Voetbalfans worden als dieren behandeld, dus wat dat betreft is hun gedrag ook helemaal niet zo gek.

Maar dit is waar het echt leuk wordt: je mag een kleine hoeveelheid drank (nog best veel) mee naar binnen nemen bij Wimbledon. Ja, serieus. “Twee halve liters in je rugzak? Ja joh, loop maar door.”

Dat scheelt toch al gauw vijftien euro. Bovendien zou je in een voetbalstadion voor dat geld dood, lauw bier in plastic bekertjes krijgen waarvan je de helft kwijt bent tegen de tijd dat je je door de rij weer naar buiten hebt gevochten. Die twee halve liters waren het hoogtepunt van mijn dag.

DE BALLENJONGENS EN -MEISJES

Goed, laten we het dan maar eens over tennis hebben. Eenmaal op het terrein, in de zon en met het eerste biertje achter de kiezen, begint de eerste wedstrijd.

Het eerste wat me opvalt zijn de ballenjongens en -meisjes. Ik schrok er echt een beetje van. Op televisie zien ze er al uit als de droom van iedere elfjarige pestkop, met hun paarse outfits en petjes. Maar in het echt zijn ze zo mogelijk nog veel mechanischer. Vergeleken met deze jongens en meisjes is zelfs Djokovic ineens menselijk.

Dit is een persfoto. Het is niet onze bedoeling deze drie specifiek aan te vallen. Echt niet. | Foto door PA Images

Dit is weer een groot verschil met voetbal, waar de ballenjongens (en soms -meisjes) vaak vervelende opdondertjes zijn. Dat hoort er allemaal bij. Ze houden soms de bal bij je weg en gooien hem dan ineens in je kruis. Weet je nog toen Eden Hazard die ballenjongen van Swansea schopte? Dat was fantastisch.

Bij Wimbledon is het natuurlijk allemaal anders. De ballenjongens en -meisjes zijn een soort robots uit de toekomst. Het lijkt of hun ledematen vanuit een skybox boven het veld worden bestuurd. De armen bewegen snel en gooien met extreme precisie ballen naar de spelers, zonder specifiek op hun kruis of gezicht te richten. Ze zijn gewoon niet menselijk. En als er één ding is wat sport altijd zou moeten zijn, dan is het menselijk.

DE WEDSTRIJD

De toeschouwers bij Wimbledon hebben de vreemde neiging om de grote namen te supporten, in plaats van de underdog. Ik keek bijvoorbeeld naar een wedstrijd tussen de Amerikaanse Bethanie Mattek-Sands, de nummer 158 van de wereld, die het opnam tegen Ana Ivanovic, de nummer 6. Dit komt bij voetbal meestal niet voor, maar een vergelijking komt neer op een wedstrijd tussen een Premier League-team en een team uit de rechterrij van de FA Cup.

Mattek-Sands is duidelijk het meest dominant. Ze speelt met veel energie en breekt de service van Ivanovic. Ze is veel hongeriger dan Ivanovic, die een beetje ongeïnteresseerd overkomt. Mattek-Sands is een veteraan die tot nu toe nooit echt veel bereikte in de Slams. Een goeie kans dus, dacht ik.

Mattek-Sands heeft zelfs bloemen op haar onderarm getatoeëerd. Wat wil je nog meer van een speler? | Foto door PA Images

Toch is de meerderheid van het publiek voor Ivanovic, waarschijnlijk alleen omdat ze haar naam kennen. Ze haalde eerder al de halve finale van Wimbledon en won de French Open. Mattek-Sands kwam nooit verder dan de vierde ronde bij een Grand Slam en dit is pas de tweede keer dat ze verder dan de eerste ronde komt bij Wimbledon. Zij is de underdog. Het is dus logisch om haar te supporten. Dat zie je ook vaak op televisie. Ik vind Rafael Nadal goed, maar toen Dustin Brown hem de hoeken van het veld liet zien, stond ik absoluut achter de underdog met dreadlocks. Waarom? Het is gewoon een beter verhaal.

DE UITKOMST

Het is duidelijk dat de tennis- en voetbalwereld enorm verschillen, maar ze kunnen best wat van elkaar leren.

Het gaat waarschijnlijk niet lukken om voetbalstadions zo ver te krijgen dat je je eigen drank mee mag nemen, maar een iets menselijkere behandeling zou geen kwaad kunnen. Misschien dat voetbalfans zich dan ook wat normaler gaan gedragen.

Wimbledonfans kunnen zich ook wat normaler opstellen en een keer de underdog supporten. Sport draait tenslotte om goede verhalen – strijdende sporters die alles geven voor de glorie van het verslaan van de kampioen – niet om de eindeloze herhaling van overwinningen van gevestigde namen. Ja, ik heb het over jou, Novak Djokovic.

Bij Wimbledon ontbreekt de menselijkheid, waarschijnlijk omdat het merendeel van het publiek blank is, en uit de middenklasse komt. Toch zou ik best vaker naar Wimbledon willen gaan. Het is best leuk, ondanks die hele rijke-Britse-middenklasse-vibe. Op een paar diehards na zijn de bezoekers er vooral om lekker in de zon wat tennis te zien en het maakt ze allemaal niet bijzonder veel uit. Voetbal is juist heel serieus en daardoor vaak deprimerend. Volwassen mannen met rood aangelopen hoofden die scheldwoorden naar hun team schreeuwen met hun tienjarig kind op de schouders. Het voelde goed om een dagje nergens om te geven en lekker sport te kijken, onder het genot van twee halve liters bier.