US

The VICE Channels

Foto's door Ivan Minić
Wednesday, 2 November, 2016

Dit is het allesomvattende interview met Marko Pantelic

Marko Pantelic is altijd een bijzondere voetballer geweest, van zijn jonge dagen in Griekenland, tot zijn transfer naar Paris Saint-Germain en een pauze van twee jaar, voordat hij als een Fenix uit zijn eigen as herrees. Zijn naam werd gezongen in Belgrado, Berlijn, Amsterdam en Athene.

Een maatje van mij noemde Hertha BSC altijd “Pantha BSC” toen Pantelic er speelde. Bij Ajax noemden sommigen hem Pantelaar, een verbastering van Pantelic en topscorer Huntelaar. Over de mythes en legendes rondom Pantelic in Servië hoeven we het niet eens te hebben.

We spraken Marko Pantelic in zijn restaurant in het centrum van Belgrado over praktisch alles wat je van hem zou willen weten. Van zijn transfer naar Parc des Princes als kind, tot zijn droom die uitkwam toen hij voor Rode Ster Belgrado debuteerde en zijn band met de harde kern van Ajax.

Dames en heren: Marko Pantelic.

poslednji-kultni-heroj-vice-u-gostima-kod-marka-pantelica-body-image-1473776923-size_1000

***

VICE Sports: Marko, jouw carrière begon bij Rode Ster. Hoe herinner je die tijd?
Marko Pantelic: Ik werd als achtjarige gescout door Rode Ster en doorliep de jeugdopleiding. Toen ik een jaar of veertien was, kreeg ik dubbele diensten. Dan speelde ik op zaterdag met de jongere elftallen en op zondagen met de oudere teams. Ik debuteerde op mijn vijftiende in Onder 18 en keek daarna nooit meer achterom. Ik weet nog dat we tegen de aartsrivalen van Partizan Belgrado speelden en dik wonnen.

In 1994 vertrok je hele familie naar Griekenland. Waarom?
Mijn vader kreeg er werk aangeboden. Je weet hoe het in die tijd ging in Servië. Er was oorlog, we kregen sancties opgelegd van de Verenigde Naties, dat soort dingen. Mijn vader kreeg een oproep om in Thessaloniki te werken, dus we pakten die kans om te vertrekken. Ik verruilde Rode Ster voor Iraklis.

Hoe was het om naar Griekenland te vertrekken?
Nou, Griekenland was toen nog niet echt een groot voetballand, maar de competitie was aardig. Olympiakos, Panathinaikos, AEK, PAOK, Aris en zelfs Iraklis waren prima teams. Ik had een contract bij Iraklis, dat me meteen verhuurde aan Kilkisiacos, een club op het derde niveau van Griekenland. Daar scoorde ik vijftien goals in acht maanden, terwijl ik pas zestien was. Maar ik was nog te jong en mijn lichaam kon de fysieke last niet aan. Ik liep een blessure op, moest geopereerd worden en keerde terug naar Iraklis. Daar scoorde ik veel, maar die blessure kwam ook terug.

Veel Servische voetballers die in de jaren negentig naar Griekenland vertrokken hebben de Griekse nationaliteit aangenomen. Stond jij onder druk om hetzelfde te doen?
Ja, ze wilden ook dat ik voor het Griekse nationale elftal uit zou komen. Maar daar had ik geen zin in, dus uiteindelijk kwamen we overeen dat ik alleen een Grieks paspoort nam, zodat de clubs me niet als buitenlandse speler hoefden te registreren. Ze wilden me de naam Markos Pantelics geven. Ik hoefde de papieren alleen maar te tekenen in een restaurant van de voorzitter van Iraklis. Maar toen kwam ik daar aan met mijn vader en zag ik dat paspoort liggen. “Ik wil dit niet tekenen, ook als dat betekent dat ik nooit meer mag voetballen,” zei ik. Ik begon te huilen en rende het restaurant uit. Ik heb daarna nooit meer een stap in dat restaurant gezet. Ik heb het paspoort nooit aangenomen.

Waarom moest je huilen?
Ik hou van Griekenland, heb daar veel vrienden en mooie herinneringen, maar ik ben blij dat ik zelfs als jongen besefte wie ik ben en wat ik vertegenwoordig. Ik ben een Serviër. Iets anders kan ik niet accepteren. Ik ben mijn familie dankbaar dat ik mijn eigen keuze mocht maken. Ik denk dat dat mij een sterker en beter individu heeft gemaakt. Mannen die hun eigen lot niet bepalen, die hun vaders en ooms hun beslissingen laten nemen… vroeg of laat komen zij erachter dat ze de verkeerde manier van leven hebben gekozen.

poslednji-kultni-heroj-vice-u-gostima-kod-marka-pantelica-body-image-1473776859-size_1000

Na een paar jaar bij Iraklis vertrok je naar Paris Saint-German. Bepaalde je dat ook zelf?
Ik herinner me die dag nog goed. Het was in de zomer van 1996 en ik werd bij Iraklis van de training geroepen, omdat mijn vader de club had opgebeld. Hij zei dat ik meteen naar huis moest komen. Ik dacht eerlijk gezegd dat er iets helemaal mis was. Maar nee, toen ik thuis kwam, zei mijn vader: “Zoon, Paris Saint-Germain heeft gebeld en wil je op proef.” Man, een belletje van Paris Saint-Germain in die tijd was…

Zoals het zou zijn om vandaag de dag door PSG gebeld te worden!
Nee man, toen was het nog mooier dan vandaag! PSG had dat jaar de Cup Winners’ Cup gewonnen door Rapid Wien te verslaan in Brussel. Ik kon daar samenspelen met Rai, Patrice Loco, Bruno N’Gotty, Leonardo, Paul Le Guen… Milan Radovanović had me er getipt. Hij was in die tijd een belangrijke man in het Franse voetbal. Bij mijn eerste oefenwedstrijd voor PSG stond hij me langs de kant te roepen. “Marko! Marko! Marko.” Toen het spel even stil lag, liep ik naar hem toe om te vragen wat er aan de hand was. “Jongen, ik zit nu al dertig jaar in het vak, maar ik heb nog nooit iemand zien doen wat jij nu doet,” zei hij. Ik zei dat ik gewoon aan het voetballen was. Twee weken later tekende ik mijn contract bij PSG.

Maar toen moest je tien maanden wachten.
Ja, ik had een speelverbod van tien maanden, omdat Paris en Iraklis ruzie hadden over mijn rechten. Het Bosman-arrest was toen net nieuw. De gevolgen ervan waren nog niet helemaal duidelijk. Na een tijdje mocht ik voor het tweede elftal van PSG spelen, waar ik veel scoorde. In die tijd kwamen er op elke training van PSG tweeduizend man af. Op een gegeven moment hing er een enorm spandoek met de tekst “Bevrijd Pantelic”. Ze vonden me echt tof. Maar alleen de mensen die me toen hebben zien spelen, kunnen je vertellen hoe goed ik toen was. Er zijn geen beelden van.

Je brak helaas niet door bij PSG. Wat gebeurde er daarna?
Dat is een bizar verhaal. Ik zou PSG eigenlijk verruilen voor FC Porto. Ze hadden al een contract voor me klaar liggen in Portugal, met eerst een jaar verhuur aan Rio Ave. Ik was al bij Rio Ave om de club te bekijken, toen Dejan Stankovic belde. Hij zei dat ik naar Belgrado moest gaan, omdat Rode Ster me wilde hebben. Rode Ster was nog steeds mijn droomclub. Dejan en ik zijn goede vrienden, we waren getuigen bij elkaars huwelijken, dus ik geloofde hem meteen.

En toen?
Ik pakte midden in de nacht mijn spullen en kwam om 6 uur ‘s ochtends bij het vliegveld aan. Er waren geen tickets van Portugal naar Belgrado meer, dus ik smeekte het vliegtuigpersoneel en de piloot om me mee te nemen. “Alsjeblieft, de club van mijn dromen wil me hebben,” zei ik. Maar toen ik eenmaal in Belgrado aankwam, werd ik vernederd. Bij Rode Ster zeiden ze dat ze me helemaal niet nodig hadden. Ik heb er nog steeds geen woorden voor. Dejan voelde zich ook klote, omdat ze hem gebruikt hadden om mij te lokken.

Waarom hadden ze je niet nodig?
De coaches wilden me hebben, de spelers ook, maar een iemand uit de directie zag het niet zitten. Ze zeiden bij Rode Ster dat het ze speet en dat ze me aan een club zouden helpen, maar ik sloeg de deur achter me dicht en vertrok. Ik kan niet in woorden uitdrukken hoe teleurgesteld ik was. Ik heb FC Porto dus te kakken gezet voor een afwijzing in Belgrado.

Wow, heftig. Daarna pakte je de draad op bij Lausanne Sport. Hoe kwam je daar terecht?
Ik zat in de herfst van 1998 in Belgrado en had al drie maanden niet getraind door het hele fiasco met Rode Ster. Ik dacht dat mijn carrière er al op zat, dat ik het verkloot had. Maar mijn vader pushte me. Hij zei dat ik door moest gaan. Ik kreeg in Belgrado een aanbieding van de Zwitserse club Sion. Maar toen ik aankwam in Sion, stelde de club opeens wat anders voor dan de aanbieding die ze me eerder hadden gedaan. Daar hou ik niet van. Afspraak is afspraak. Dus ik stond op en vertrok maar weer naar het vliegveld. Onderweg belde de toenmalig eigenaar van Lausanne Sport, Waldemar Kita, of ik alsjeblieft een stukje om wilde rijden. Hij had me in Parijs zien voetballen en wilde dat ik voor Lausanne Sport zou tekenen. Ik had daarna een goed jaar in Lausanne, speelde twintig wedstrijden, scoorde veertien keer en we wonnen de beker.

poslednji-kultni-heroj-vice-u-gostima-kod-marka-pantelica-body-image-1473776453-size_1000

De volgende stop was Celta de Vigo. Wat ging daar mis?
Na dat jaar bij Lausanne Sport streden veel clubs voor mijn handtekening. Ik koos voor Celta de Vigo, maar dat was een grote fout. Ze hadden veel grote spelers en na de voorbereiding bleek ik niet de juiste papieren te hebben om in de Primera División te mogen spelen. Ik nam dus weer een pauze van het voetbal, keerde terug naar huis en bracht wat tijd door aan de kust. Eind augustus werd ik gebeld door Sturm Graz, of ik daar op huurbasis voor wilde spelen. Maar dat liep ook niet goed, dus mijn huurcontract werd verscheurd en Celta ontbond mijn contract.

Zo zat je op je 21ste al voor de derde keer zonder club.
Dat klopt. Na oudjaarsavond van 2000 besloot ik dat het tijd was om voorgoed te stoppen. Ik wilde niet meer voetballen. Ik had er geen plezier meer aan, dus ik stopte ermee. Ik dacht dat dat voor de rest van mijn leven zou zijn, maar het duurde maar een jaar of twee.

Wat deed je in die twee jaar?
Ik woonde thuis, in Belgrado, en speelde veel zaalvoetbal. Gewoon, voor de lol. Het werd steeds populairder in die tijd. Ik won toen veel toernooien en medailles.

Waarom keerde je terug in het profvoetbal?
Ik bezocht een wedstrijd van FK Obilić en toen gebeurde er iets. Ik kan het niet goed uitleggen, maar het was alsof ik wakker werd. Ik beloofde mezelf toen dat ik de beste speler en topscorer van het land zou worden. Ik wilde Servië niet verlaten totdat ik alles had gewonnen wat er te winnen viel. Ik begon mee te trainen bij Obilić en stapte al snel over naar Smederevo. Ik scoorde er veel, met als bekendste goal de winnende tegen Rode Ster in de bekerfinale van 2003. In de verlenging zag ik een opening en haalde ik uit. Toen gold de golden goal regel nog, dus we hadden meteen gewonnen.

Je vierde dat doelpunt nogal wild en supporters van Rode Ster waren daar niet zo blij mee.
Nee. Nouja, je moet het zo zien: ik had al eens alles opgegeven voor Rode Ster, om als vuil behandeld te worden. Ik hou van die club, maar ik hou meer van mezelf, snap je? Uiteindelijk denk ik dat ik Rode Ster terugbetaald heb voor die goal. Al kan ik Rode Ster nooit alles terugbetalen wat de club mij heeft gegeven. Zonder Rode Ster zou ik niet zo gepassioneerd over voetbal zijn. Ik stond er jaren op de tribune. Daarom keerde ik er steeds terug.

In 2004 tekende je eindelijk een contract bij je droomclub.
Ik wees eerst nog een aanbieding van Malaga af. Ik kon daar tien keer zoveel verdienen als bij Rode Ster, maar ik wilde na al die jaren eindelijk voor de club van mijn dromen spelen. Het leven kan raar lopen en mijn begin bij Rode Ster was zo vreemd. Ik kwam over tijdens de winterstop en herstelde van een blessure, toen mijn concurrent Nikola Žigić geblesseerd raakte. Ik moest toen spelen. Iedereen die debuteert in Marakana, het stadion van Rode Ster, moet meteen indruk maken. Door mijn goal tegen Rode Ster in de bekerfinale was mijn onthaal niet zo warm. De wedstrijd bleef lang 0-0 en ik voelde de spanning toenemen. Sommige supporters begonnen zich op mij te richten. Ik was nog half geblesseerd, dus ik had moeite met de wedstrijd. Maar toen gebeurde er iets dat ik nooit zal vergeten. Ik kreeg een lange bal van een meter of dertig, over de verdediging heen. Ik nam hem aan en realiseerde me al snel dat ik de energie niet had om door te rennen en te scoren. Ik wist dat het publiek me zou gaan haten als ik deze kans zou missen. Ik stopte aan de rand van het strafschopgebied om op adem te komen. Een verdediger achterhaalde me. Ik kapte hem drie keer uit en schoot toen maar op goal. De bal vloog erin, we wonnen en de supporters omarmden me eindelijk.

Ik weet nog wat ik zei bij mijn presentatie bij Rode Ster. Ik zei: “Een groot deel van mijn droom is nu vervuld. De rest zal vervuld zijn als we de dubbel winnen en ik tegen Partizan scoor voor onze harde kern.” Ik zei ze ook dat ik een jongen was die het van de harde kern naar het veld had geschopt en zijn kans kreeg om te schitteren op het veld. Ik hield me aan mijn belofte – speelde elke minuut en elk moment als een supporter die het veld opstapte om zijn droom waar te maken.

Die goal voor de harde kern maakte je uiteindelijk ook.
Jazeker, in de halve finale van de beker. Ik geloof dat heel Servië zich die goal nog kan herinneren. Die goal vergeet je niet snel en voor mij persoonlijk was het de ultieme vervulling van mijn droom. We wonnen de dubbel, maar de club kwam daarna in zwaar weer terecht, misschien wel het zwaarste weer waarin het ooit had gezeten. We wisselden een paar keer van trainer. Ik werd aanvoerder in moeilijke tijden. We overleefden zelfs een poging om de unie van Servië-Montenegro te breken.

Wacht, wacht, een poging om Servië-Montenegro op te breken?
Ja, dat gebeurde tijdens een uitwedstrijd tegen Budućnost in Podgorica. Het begon al slecht – thuissupporters gooiden stenen naar onze spelersbus, de politie vuurde traangas af voor de wedstrijd, er braken enorme rellen uit – eerst op de tribunes, daarna ook op het veld. Een grote chaos. Het leek erop dat iemand ergens het bevel had gegeven dat de wedstrijd zo erg verstoord moest worden dat hij niet door kon gaan. Dat had het startsein voor de breuk tussen Servië en Montenegro moeten worden.

Hoe heb je dat dan voorkomen?
Ik was de aanvoerder en ik wachtte tot de scheidsrechter ons het veld op zou roepen. Ik was de enige in korte broek en voetbalschoenen, de rest was nog helemaal aangekleed. Niemand verwachtte dat de wedstrijd zou doorgaan, behalve ik. Na een tijdje wachten kregen we te horen dat de wedstrijd doorging en we het veld op moesten. Ik zette als eerste een stap uit de spelerstunnel en er rende meteen iemand uit het publiek naar de eerste rij. Diegene sloeg me vol in mijn gezicht met een natte rol wc-papier en rende daarna weg. Iedereen zag het gebeuren – ook de politie – maar niemand deed er wat aan. Ik liep door naar de middencirkel, waar de scheidsrechter me groette en zei: “Marko, ik denk dat we de boel niet door kunnen laten gaan.” Hij wou gewoon dat ik een knikje gaf, zodat de boel niet door ging.

Daar had jij geen zin in.
Nee man, ik zei: “Deze wedstrijd gaat door, want ik wil niet dat Rode Ster Belgrado verantwoordelijk is voor de breuk van Servië-Montenegro.” De scheids staarde me aan. “We zijn er klaar voor,” zei ik. We wonnen 3-1 in die hel en gingen met een schoon geweten terug naar Belgrado. We stelden de breuk tussen Servië en Montenegro uit – al was het maar even. Onze club was in ieder geval niet de aanleiding.

Wat een verhaal. Je hebt zo ontzettend veel passie voor Rode Ster. Daarom vind ik het best gek dat je de club ooit verlaten hebt.
Toen mijn eerste contract met Rode Ster na zes maanden afliep, tekende ik een blanco contract voor vier jaar. Je kan dat nagaan in de archieven van de club. Vier jaar, nul euro. Dat was mijn gunst aan Rode Ster als aanvoerder, zodat ze me uiteindelijk met winst door konden verkopen. Niet lang daarna, voor een UEFA Cup wedstrijd tegen Inter Zaprešić, stapte ik op de toenmalig voorzitter Dragan Stojković af. Ik zei dat ik een contract voor het leven wilde, zodat ik voor Rode Ster kon spelen totdat mijn benen het niet meer toelieten. Hij wees het af en zei dat ik gek was geworden.

poslednji-kultni-heroj-vice-u-gostima-kod-marka-pantelica-body-image-1473776554-size_1000

Het klinkt inderdaad een beetje alsof je gek was geworden.
Stojković zei dat ik moest wachten omdat er veel clubs geinteresseerd in mij waren. Ik zei dat ik daar niks om gaf, dat ik tot het einde van mijn carrière voor Rode Ster wilde spelen, of dat nou tot mijn 32ste, 34ste of 38ste zou zijn. Maar daarover waren we het niet eens. Hertha BSC klopte al snel op de deur om me voor een jaar te huren. Club Brugge wilde me meteen kopen, maar ik koos toch voor Berlijn.

In Berlijn brak je eindelijk echt door in Europa, bijna tien jaar na je tijd in Parijs.
Ik scoorde twee goals in mijn eerste vier wedstrijden, maar raakte daarna een paar keer geblesseerd. Desondanks scoorde ik elf keer in mijn eerste seizoen. Het tweede seizoen werden dat veertien goals. Mijn derde seizoen werden we elfde onder Lucien Favre, en het vierde seizoen werden we vierde. Dat was een groot succes. We streden tot het einde om de titel.

Na vier jaar in Berlijn tekende je als transfervrije speler voor Ajax. Dat deed je helemaal aan het einde van de transferperiode. Waarom wachtte je zo lang?
Man, ik kreeg toen geweldige contracten aangeboden. De top vijftien van Europa belde niet, maar voor de rest deed iedereen me aanbiedingen. Ik had al een mondeling akkoord met de mensen die AS Roma over zouden nemen. Die nieuwe eigenaren zouden mij en drie spelers van Real Madrid halen, maar het lukte ze uiteindelijk niet om AS Roma over te nemen. Ik wachtte en wachtte maar, en wees ondertussen clubs af als het Borussia Dortmund van Jurgen Klopp. Op 20 augustus gaf ik AS Roma op, wees ik twee clubs uit de Premier League af en koos ik voor Ajax.

Een dertigjarige buitenlander bij Ajax. Je was niet de meest voor de hand liggende versterking voor Ajax, hè?
Nee, maar ik werd met open armen ontvangen door de supporters – die ik heel hoog heb zitten – de technische staf, de directie en de spelers. Maar de media regen me meteen aan het spit. Ze hadden zeker een paar maanden de pik op me, tot de eerste Klassieker van het seizoen. We wonnen met 5-0 van Feyenoord. Ik bereidde drie doelpunten voor, raakte de paal en de lat voordat ik met een staande ovatie werd gewisseld in de 75ste minuut. Als je een staande ovatie krijgt in Amsterdam, weet je dat je het gemaakt hebt.

De wedstrijd daarna gingen we op bezoek bij Vitesse. We kwamen al snel met 1-0 achter, maar ik scoorde er voor de rust twee, waardoor we op voorsprong kwamen. Later prikte ik er nog een derde bij. Vanaf dat moment volgden zeven onvergetelijke maanden. Dat waren een paar van de mooiste maanden van mijn leven. We scoorden dat seizoen 106 doelpunten. Dat was pas een paar keer eerder gebeurd in de geschiedenis van Ajax. Voor mij persoonlijk was het een enorm succes om daar onderdeel van te mogen zijn.

Je was afgelopen seizoen ook bij het afscheid van Johan Cruijff. Hoe heb je dat ervaren?
Ik was erg vereerd toen ik de uitnodiging kreeg voor het afscheid van Johan Cruijff, de grootste Ajacied ooit. Weet je, Ajax is echt een onderschatte club in Servië. Er zijn maar drie clubs die alle prijzen hebben gewonnen die er te winnen zijn: Juventus, Bayern München en Ajax. Ajax is een betoverend grote club. Ik ging erheen om afscheid te nemen van een van de grootste voetballers ooit en toen zongen de supporters mijn naam… Nou, daar werd ik zo trots van, dat kan ik niet in woorden uitdrukken. Zoiets maak je maar een keer in je leven mee, als je geluk hebt. De Ajax-supporters en ik hadden een bijzondere band. Ik ben daar heel trots op.

poslednji-kultni-heroj-vice-u-gostima-kod-marka-pantelica-body-image-1473776409-size_1000

Na Ajax vertrok je weer naar Griekenland. De cirkel was rond.
Kijk, je weet nu wel dat ik nooit achter het geld aan ben gegaan. Ik ben altijd naar clubs en plekken gegaan waar ik dacht dat ik het best zou kunnen spelen, waar mijn familie en ik het goed zouden kunnen hebben. Na Ajax kreeg ik een dik contract aangeboden door Trabzonspor, maar dat wees ik af. Ik zag mezelf daar niet wonen. Dus in plaats van de kust van de Zwarte Zee koos ik voor de Griekse versie van Rode Ster: Olympiakos.

Als zestienjarige had ik al eens een uitwedstrijd tegen Olympiakos gespeeld in het oude Karaiskákis stadion. Ik werd vooraf al gewaarschuwd dat het gevaarlijk zou zijn en toen ik het veld op liep, werd ik bedolven onder munten vanuit het publiek. Het leek wel een tropische regenbui. Ik was nog maar een kind en dacht: what the fuck? Tien jaar later speelde ik met Hertha BSC een uitwedstrijd tegen Olympiakos in het nieuwe stadion. Ik herinner me nog dat ik na die wedstrijd in de teambus tegen mezelf zei: weet je Marko, misschien kom je hier over een paar jaar wel heen om die supporters van Olympiakos de laatste kracht van je carrière te geven, om daarna je carrière rustig af te sluiten.

Waarom keerde je niet terug naar Rode Ster?
Daar zit natuurlijk een verhaal achter. Na Ajax kreeg ik veel aanbiedingen, ook een van Rode Ster. Ik had er weer voor nul euro willen spelen, maar koos daar niet voor, omdat ik beter was dan een paar jonge talenten, zoals Luka Jovic die op mijn positie speelde bij Rode Ster. Het kwam er dus op neer dat Rode Ster de ontwikkeling van een paar talenten zou moeten pauzeren om mij een plek te geven. Dat wilde ik niet.

Heb je ergens spijt van? Ik zie hier in het restaurant veel Italiaanse invloeden. Had je niet ook in de Serie A moeten spelen?
Nou, misschien is het jammer dat ik toen niet voor AS Roma kon tekenen. Maar als dat wel door was gegaan, dan had ik niet voor Ajax en Olympiakos gespeeld. Je moet nergens spijt van hebben, maar vooruit kijken. Je kan je verleden niet veranderen, maar de toekomst ligt volledig in jouw handen.

Goed, dan nog een gekke vraag tot slot. In Nederland ging het gerucht dat je in de jaren negentig een talentenjacht won door het nummer “Don’t Stop Believing” van Journey te zingen. Is dat waar?
O man, dat is onzin. Zelfs Marcel Brands, de technisch directeur van PSV, heeft me die vraag gesteld. Hij zei: “Ik lees dit op het internet. Was je een soort van zanger?” Ik zei hem dat hij op moest rotten met zijn onzin. Brands moest daarna huilen van het lachen. Maar, en ik wil wel dat je dit opschrijft: ik ben geen slechte zanger.

Dit artikel verscheen eerder bij VICE Servië.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: