US

The VICE Channels

IOC Newsroom
Monday, 25 July, 2016

De wonderbaarlijke verhalen van vluchtelingen die meedoen aan de Olympische Spelen

Screen Shot 2016-08-01 at 14.40.24

Dit jaar is er op de Olympische Spelen voor het eerst een Olympic Refugee Team te bewonderen. Het IOC heeft besloten om deze zomer een team samen te stellen dat bestaat uit sporters die anders stateloos zouden zijn omdat ze hun thuisland zijn ontvlucht. Ze krijgen een eigen huis in het olympisch dorp en zullen de olympische vlag dragen. De verhalen van de vluchtelingen lopen uiteen, maar zijn zonder uitzondering ongelofelijk. De één vertrok vanwege een burgeroorlog en moest later wegens stelende en mishandelende coaches wederom vluchten, een ander verliet z’n thuisland om te voorkomen dat-ie als kindsoldaat gerekruteerd zou worden. Ze hebben allemaal een verschillend verhaal, maar de overeenkomst is dat ze hopen op een medaille en een betere toekomst.

Yolande Mabika en Popole Misenga. (Foto: IOC Newsroom)

Popole Misenga was pas negen jaar oud toen hij uit zijn geboortedorp in Congo vluchtte voor de burgeroorlog. Zijn moeder was al vermoord en zijn broer werd als vermist opgegeven. Na ruim een week door het regenwoud gezworven te hebben werd Popole gevonden en naar de hoofdstad Kinshasa gebracht. Hier zag hij de rest van zijn familie ook niet meer. Popole begon met judo in een centrum voor gevluchte kinderen, het werd zijn uitlaatklep.

Al gauw kwam men erachter dat de sterke Popole een groot talent was, hij werd dan ook professioneel judoka. De regels en discipline van het judo gaven hem de rust in zijn hoofd die hij nodig had na zijn jeugd in een door oorlog verscheurd land. Later bleek dat ook deze sport een donkere kant zou hebben. Als Popole won kreeg hij complimenten, maar als hij verloor wist hij wat de consequentie zou zijn. Geen straftraining of een flinke vermaning, nee, zijn coach sloot hem dagenlang op in een kast met te weinig eten en drinken. De angst en de mentale druk vraten aan de judoka en hij besefte dat dit zo niet verder kon. Toen hij in 2013 deelnam aan een toernooi in Brazilië en wederom mensonterend werd behandeld besloot hij om weer te vluchten. Ditmaal was hij niet alleen, Popole volgde namelijk de eveneens Congolese judoka Yolande Mabika.

Yolande werd geboren in 1987 in Bukavu, een stad die later zwaar zou worden getroffen door de Congolese Burgeroorlog. Kort na het begin van deze oorlog werd Yolande, net als Popole, van haar ouders gescheiden en vluchtte ze naar Kinshasa. Sindsdien heeft ze haar familie niet meer gezien en weet ze niet precies welke sporen de oorlog heeft achtergelaten. Ook Yolande werd een professioneel judoka en ging deelnemen aan toernooien. In 2013 lieten de officials van de Congolese bond Yolande en haar teamgenoten, waaronder Popole, achter in Brazilië. Ze namen hun geld, eten en paspoorten mee en keerden pas na drie dagen terug. Yolande vertelde later dat ze bang was dat ze zou sterven van de honger. Dit was voor haar het moment waarop ze besloot dat ze moest vluchten. Popole volgde haar niet veel later.

Zonder de taal te spreken of ook maar iemand in Brazilië te kennen gingen de twee Congolese judoka’s de straat op, waar ze op zoek gingen naar andere Afrikanen die hen konden helpen. Ze kwamen terecht bij Cinco Bocas, in het noorden van Rio de Janeiro, waar de grootste Congolese gemeenschap van het land zich heeft gevestigd.

Inmiddels krijgen ze allebei training bij de judoschool van Flavio Canto, een Braziliaan die zelf een bronzen medaille op de Olympische Spelen behaalde. Desondanks is het leven voor de twee judoka’s nog steeds niet makkelijk. Yolande heeft geen vaste baan of eigen huis, ze is afhankelijk van giften van vrienden. Ook Popole heeft geen vaste baan, al kan hij soms helpen om een dag lang grote dozen in trucks te laden. Op zo’n dag verdient hij omgerekend minder dan tien euro, wat niet voldoende is, aangezien hij zijn vrouw en vier kinderen zou willen onderhouden. Bovendien is hij veel tijd kwijt aan de trips naar zijn judotrainingen, de busreis duurt zo’n twee uur.

Toch zal je de Congolese topsporters niet veel horen klagen: alles beter dan de oorlog. Hun teamgenoot James Chiengjiek, atletiekspecialist op de 400 meter, zal dat beamen. In zijn geboorteland Sudan woedde jarenlang een burgeroorlog. James’ vader, die soldaat was, kwam hierbij om. James was toen pas elf jaar. Tijdens de burgeroorlog vielen verschillende militaire groepen dorpen binnen, waarbij ze vrouwen en kinderen meenamen die zich bij hen moesten aansluiten. Deze vrouwen en kinderen moesten werken voor de eenheden en werden vaak mishandeld, misbruikt en zelfs verkocht. Naar schatting zijn in totaal tot zo’n 200.000 inwoners van het zuiden van Sudan op deze manier tot slavernij gedwongen. Toen het erop leek dat James ook gekidnapt zou worden door rebellen, vluchtte hij uit zijn geboortedorp.

James Chiengjiek, trainend in Kenia. (Foto: IOC Newsroom)

James kwam terecht in Kenia, waar hij begon met het lopen van verschillende afstanden. Hoewel hij vaak de jongste was in de groep sporters waarmee hij trainde, stak hij ver boven de rest uit. De omstandigheden waren verre van ideaal, soms had hij niet eens schoenen en moest hij wedstrijden op blote voeten lopen, maar hij wist dat het altijd erger kon.

Voor ons, als Nederlanders die vaak niet eens hebben hoeven nadenken over oorlog, is het moeilijk voor te stellen wat de sporters van het Olympic Refugee Team hebben meegemaakt. Ze moesten allemaal vluchten, velen van hen hebben de dood in de ogen gekeken. Neem bijvoorbeeld de Syrische zwemmers Rami Anis en Yusra Mardini, die beiden met een gammel bootje over de wilde zee zijn gereisd om zo het Griekse vasteland te bereiken.

De Syrische zwemmer Rami Anis in voorbereiding op de Olympische Spelen. (Foto: IOC Newsroom)

Veel deelnemende vluchtelingen hebben iets vergelijkbaars meegemaakt. Het zijn nu al de grote winnaars van deze Olympische Spelen. Niet vanwege een recordtijd of een medaille, maar omdat ze overleefden. Hun doorzettingsvermogen werd beloond met een plek op het grootste sportevenement ter wereld. Er zullen tranen vloeien, niet meer van pijn maar van geluk. Hun leven zal namelijk nooit meer hetzelfde zijn. Yolande Mabika sprak bijvoorbeeld al uit dat ze een teken van leven aan haar ouders kan geven en weer met ze in contact kan komen als ze wereldwijd op televisie komt. Niet alleen voor de tien deelnemers, maar voor alle vluchtelingen ter wereld is dit een oppepper. De mannen en vrouwen van het Olympic Refugee Team hebben de unieke mogelijkheid om alle vluchtelingen mentale steun te geven en te laten zien dat alles mogelijk is. Of zoals Popole Misenga zelf zei: ”Ik vertegenwoordig iedereen. Ik ga een medaille halen voor alle vluchtelingen ter wereld.”

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: