US

The VICE Channels

Illustratie door Dan Evans
Friday, 17 June, 2016

De depressies en hoogtepunten van Fernando Torres

Voor het EK belicht VICE Sports een paar voetballers met een bijzondere internationale carrière. Dit keer de Spaanse spits Fernando Torres, die er dit EK niet meer bij is.

Ik fantaseer graag over voetballers. Daar moet je je niet al te veel bij voorstellen. In de privacy van mijn gedachten heb ik het recht om te fantaseren over wat ik wil. Jij ook.

In mijn fantasie werd Fernando Torres depressief na zijn transfer naar Chelsea. Daarom staat hij net achter Zinedine Zidane op mijn lijstje van lievelingsvoetballers. Ik ben zelf ook depressief geweest. Ik ben er overheen gekomen, met alleen nog af en toe een kleine terugval. Ik weet dus waar ik het over heb. Ik ken het gevoel dat je je stinkende best doet, maar diep vanbinnen weet dat je toneelspeelt. Je doet alsof je betrokken bent, op een manier die je niet helemaal begrijpt. Wat is het verschil tussen betrokken zijn en doen alsof je betrokken bent? Je komt er niet uit. Je weet niet meer hoe dingen eerst zo makkelijk gingen. De laatste man passeren, de bal langs de keeper laten glippen, hoe kon het ooit zo makkelijk zijn?

De vraag is: waarom werd Torres depressief van zijn transfer naar Chelsea? De vraag die ik altijd stel aan mensen die aan depressie lijden – als ze echt geloven dat ze eruit kunnen komen – is wat hun laatste daad was, voor de controle wegglipte. Want als je ooit grip had, kun je het ook weer terugkrijgen.

In mijn fantasie is het antwoord op deze vraag dat Torres graag ergens wilde zijn waar het goed was. Bij Atletico, bijvoorbeeld: een underdog die worstelt tegen de aristocraten van het meer prestigieuze team uit die stad. Of bij Liverpool: een magische club, wiens supporters zich onderdeel voelen van het elftal. Maar bij Chelsea heb je Roman Abramovich, de grote John Terry en Gary Cahill die lacht om de grapjes van Terry. Terry, die zijn vaders vrienden voor wat extra centen meeneemt voor rondleidingen op Stamford Bridge. Ashley Cole, die op een jonge stagiair schiet met een luchtbuks. De vrouw van Wayne Bridge. José Mourinho. En die man die de trein niet in mocht in Parijs.

Torres was extreem slecht bij Chelsea. Hij was net zo’n grote miskoop voor Chelsea als zijn vervanger Andy Carrol voor Liverpool. In mijn fantasie moet het gelukkigste moment van Torres bij Chelsea het laatste fluitsignaal zijn geweest van de halve finale in de Champions League tegen Atletico Madrid, in 2014. Na dat fluitsignaal wist hij dat zijn vroege goal tegen Atletico niet meer was dan een speldenprikje in de stormachtige ontwikkeling van de Madrileense club.

Ik heb geleerd dat fantaseren over het leven van voetballers een dom en gevaarlijk spelletje is. Maar dat maakt me niet uit. Fantaseren mag.

De prijzenkast van Fernando Torres is tragikomisch. In de kast staan twee van de mooiste prijzen die het voetbal te bieden heeft – een wereldbeker en een Champions League-trofee – maar zijn bijdrage aan de winst van beide prijzen was nihil. Bijna nihil, want de enige belangrijke goal die hij voor Chelsea maakte, was de goal tegen Barcelona die ze naar de finale van de Champions League bracht. Ik was waarschijnlijk blijer dan de meeste mensen toen Torres liet zien dat hij het nog in zich had om vijftig meter te sprinten en de keeper te passeren. Maar daarna werd hij gewisseld voor Ryan Bertrand, dus je kan moeilijk stellen dat Torres onmisbaar was.

Voorafgaand aan het WK van 2010 worstelde de technische staf van Spanje met de keuze of ze met Torres naar Zuid-Afrika moesten gaan. De spits was herstellende van een knieblessure, maar ze namen hem toch mee. Tijdens het toernooi manifesteerde Torres zich als een nutteloze sta-in-de-weg bij alles wat het Spaanse elftal deed. Dat beeld zou later zijn visitekaartje worden.

De Gouden Schoen die Torres kreeg als topscorer van het EK van 2012 stelde weinig voor. Hij scoorde twee keer tegen Ierland, het slechtste team van het toernooi, en een keer in de 82ste minuut van de finale, toen de Italianen het al op hadden gegeven en met hun hoofden in het vliegtuig terug naar Rome zaten.

Je kan dus onmogelijk zeggen dat Torres een goede staat van dienst heeft op grote toernooien. Maar hij heeft wel degelijk de belangrijkste goal in de geschiedenis van het Spaanse voetbal gemaakt.

Het hoogtepunt van Torres

Tijdens het EK van 2008 was Torres verre van een goaltjesdief, maar als het erom ging, stond hij er. Het is nu lastig voor te stellen, maar voor het EK van 2008 was Spanje op internationale toernooien nog een lachertje. Met grote spelers als Raúl, Luis Enrique, Etxeberria, Morientes en Medieta kregen ze het elke keer voor elkaar om er vroegtijdig uit geknikkerd te worden. Tijdens het EK van 2004 was een groep met Griekenland, Rusland en Portugal te veel voor ze. In 2008 gebruikte Spanje voor het eerst een stijl die ervoor zou zorgen dat ze zes jaar zouden domineren op eindrondes. Op den duur is deze stijl wat gezapig geworden, maar het EK van 2008 was esthetisch gezien het hoogtepunt. Toen was het Spaanse spel nog fris. Marcos Senna hield de boel uitstekend onder controle, Xavi had de regie, het vernuft kwam van Andrés Iniesta en David Silva, terwijl de goals werden verzorgd door David Villa.

In het tijdperk van Spaanse overheersing stond Spanje twee keer in de eindfase van een toernooi tegenover Duitsland. Twee keer hadden de Spanjaarden hetzelfde probleem: de tegenstanders waren Duits, ze geloofden in orde en raakten niet in paniek. Gasten als Jack Wilshere beginnen te vloeken als ze de bal twintig minuten niet hebben gezien, maar Duitsers doen daar niet aan. Duitsland blijft in formatie. Carles Puyol moest dus als een jumbojet in komen vliegen om de 1-0 binnen te knallen in de halve finale van het WK 2010. In 2008 had Spanje Torres nodig.

Torres speelde op de toppen van zijn kunnen in de EK-finale van 2008. Hij sprong gaten in de lucht om kopduels te winnen van reuzenverdedigers Per Mertesacker en Christoph Metzelder. Zijn timing was zo perfect dat de grotere Duitsers het af moesten leggen. Het winnende doelpunt dat hij maakte, het bewijs dat Spanje geen lachertje meer was, werd een symbool van superioriteit. Hij was eerder bij de bal dan Philipp Lahm, én sneller dan keeper Jens Lehman.

Tot slot de woorden van Fernando Torres over zijn jaren bij Chelsea: “Het voelde alsof ik zwom met mijn kleren aan. Nu weet ik wie ik ben en heb ik rust. Uiteindelijk verdwijnen de twijfels over je kwaliteiten.”

@tobysprigings

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: