US

The VICE Channels

Foto's door Matthew Yarbrough
Monday, 20 June, 2016

De alcoholstokende Muay Thai-burgemeester

De boksers stoppen met hun bezigheden en staren ons aan als we de auto uitstappen. Jonge, blonde westerlingen zijn zeldzaam op het platteland in het noordoosten van Thailand. De lokale burgemeester komt hoogstpersoonlijk naar buiten om ons welkom te heten. We begroeten hem met een wai, de Thaise groet. Hij doet hetzelfde en glimlacht. Tussen zijn lippen hangt een sigaret.

De sportschool van de burgemeester ziet er goed uit, zeker voor Isaan, op het platteland. Het lijkt meer op een sportschool in Bangkok. De ruimte is goed uitgerust met boksballen, matten op de grond, springtouwen en handschoenen. Naast de sportschool staat het huis van de familie en wat aanbouw voor de boksers. Het is een normale sportschool: nuttig, functioneel, niks bijzonders.

Dan zien we de stokerij aan de achterkant.

“De drank maken we van suiker, gist en rijst,” zegt burgemeester Brasert terwijl we in enorme vaten turen. Hij maakt Lao Khao. Witte alcohol, ook bekend als rijstwhisky.

“Mensen vergelijken dit spul met moonshine,” zegt Frances Watthanaya, onze vertaler. “Ik geloof niet dat het wordt gereguleerd.” Ze vertelt verder dat mensen in Thailand het gevaarlijk vinden. Mensen met aanzien drinken het niet. Het is verslavend, gaat in je aderen zitten en sloopt mannen. “Het is ook spotgoedkoop,” zegt ze. “Het wordt gemaakt voor de armen.” Het is populair en te koop in winkels door het hele land.

De burgemeester loopt door de stokerij, langs tafels vol amberkleurige flessen. De machines taan uit. Het brouwsel fermenteert in stilte. Het enige geluid in stokerij komt van de bokszakken en de ring een stukje verderop. Hij geeft ons een lege fles. We kijken naar het logo: een krans rond een abstract symbool. Het lijkt op het profiel van een vogelkop. Hij heeft het zelf ontworpen, zegt de burgemeester.

Als we weer buiten zijn, steekt burgemeester Brasert een verse sigaret op. Onderweg ondervraagt hij de boksers. Er zijn er tien, waarvan acht gevestigde namen tussen de achttien en vierentwintig jaar en twee kinderen, die nieuw zijn in de sport. Ze worden opgevoed door de burgemeester. Alle tien vechten ze onder de naam van de sportschool: Sit Gamnang Brasert – leerlingen van burgemeester Brasert.

Brasert staat aan het hoofd van achttien dorpen rondom Khorat City, in de provincie Ratchasima, in het noordoosten van Thailand. Hij en zijn vrouw komen niet uit dit gebied, maar het weerhield hem er niet van om de verkiezingen te winnen en zijn positie zes jaar te behouden. Hij vertelt met vertrouwen dat zijn kiezers blij met hem zijn (wat misschien te maken heeft met zijn stokerij). De Lao Khao-handel had Brasert al voordat hij burgemeester werd. Het leverde hem geld en wat bekendheid op. Mensen zeiden tegen hem dat hij de lokale politiek in moest gaan. Een paar jaar later was hij burgemeester.

Daarna werd hij via een omweg ook eigenaar van een Muay Thai-sportschool. Als zakenman en politicus werd Brasert gevraagd of hij een aantal lokale Muay Thai-shows wilde sponsoren. Tijdens deze evenementen raakte hij betrokken bij de Muay Thai-gemeenschap, wat zowel zijn politieke als alcoholstokende carrière goed deed. Al snel leerde Brasert hoe hij Muay Thai-gevechten moest promoten.

Uiteindelijk kreeg hij van Ba Lor, een vriend uit de Muay Thai-wereld, het advies om zelf een sportschool te beginnen. Lor zit diep in de sportwereld, als promoter en eigenaar van een sportschool en een stadion. Hij wist dat Brasert interesse had in meer dan alleen het sponsoren van boksers. Hij wilde zelf ook gevechten promoten. “Het werkt makkelijker als promoter als je een eigen sportschool hebt,” zei Lor.

Brasert had alles wat hij nodig had om dat te realiseren: geld, land, connecties en macht. Hij ondervroeg Lor over het runnen van een sportschool, hoe je een naam opbouwt en hoe je boksers wedstrijden in krijgt. Lor gaf zijn vriend gratis advies en spullen om de sportschool te helpen in de beginfase. Binnen een paar maanden na de opening van de sportschool vochten boksers onder de nieuwe naam Sit Gamnang Brasert.

De sportschool is nog jong en boksers van Sit Gamnang Brasert vechten meestal op evenementen binnen Isaan. “In Bangkok zijn er teveel regels,” legt de burgemeester uit. Hij keurt de cultuur uit de hoofdstad af. “En ze doen daar niet aan sommige soorten weddenschappen. Ik voel me beter hier in Isaan.” Hij garandeert ons dat hij in de toekomst ook naar Bangkok gaat met zijn boksers, maar voorlopig ligt zijn focus op Isaan.

De burgemeester werkt niet meer zoveel in de stokerij. Dat hoeft ook niet meer, na tien jaar in het vak runt de stokerij zichzelf. Het kost hem minder dan een week om een lading Lao Khao te produceren, volledig naar eigen recept. Hij drinkt er zelf niet van, alle flessen die hij produceert, worden verkocht. De burgemeester zegt dat hij altijd meer een biefliefhebber is geweest.

Zijn boksers leven letterlijk op een steenworp afstand van de stokerij, maar ze hebben niks te maken met de alcoholproductie. Burgemeester Brasert wil dat ze zelfvoorzienend zijn. Hij laat ze hun eigen kippen fokken en slachten, inkopen doen bij de supermarkt en eten koken. Ook het onderhoud van de sportschool wordt verzorgd door de boksers. Iedereen heeft zijn taken. De burgemeester heeft niemand in dienst om te koken of schoon te maken. De enige betaalde medewerkers zijn twee coaches.

Sit Gamnang Brasert is nog geen jaar open, maar toch al zeer succesvol. De burgemeester hoefde geen enkele bokser te kopen, ze kwamen allemaal naar hem toe. “Ik moet boksers afwijzen, er is teveel interesse,” zegt hij geamuseerd. Er blijven boksers komen. Ze horen van zijn reputatie of hebben hem persoonlijk ontmoet bij een van de vele gevechten. “Alles wat ik vraag van potentiële boksers is dat ze geen contracten met anderen hebben en bereid zijn om bij mij te tekenen,” zegt Brasert. Het is makkelijk om aan deze eisen te voldoen. De meeste atleten hebben er geen problemen mee om meteen bij de burgemeester te tekenen.

Brasert ziet zijn sportschool graag als een thuis voor onberekenbare Muay Thai-zielen. “Voor al mijn boksers is dit min of meer hun tweede kans,” zei hij. “Het zijn boksers wiens contract elders is verlopen of al tijden niet meer op hoog niveau hebben gevochten.” Sommigen klagen na aankomst dat ze door hun vorige managers genaaid zijn. Sommigen zijn gevlucht voor de harde behandeling van andere managers. Anderen willen gewoon wat nieuws. Allemaal hopen ze hun carrière nieuw leven in te blazen. “Ze hebben allemaal op hoog niveau gevochten en dat kunnen ze nog steeds,” zegt Brasert. “Hier worden ze opnieuw geboren.”

De zon gaat langzaam onder als de training eindigt. Brasert leidt ons naar een ronde tafel en schenkt grote glazen bier voor ons in. Hij roept twee langslopende boksers en beveelt ze om een kip te slachten. Andere boksers krijgen de taak om rijst te koken en groente te bereiden.

We vragen of er ook weleens buitenlanders hier trainen.

“Nee,” zegt hij. “Maar ik sta er voor open. Kennen jullie iemand?”

We zeggen dat we misschien wel iemand kenden. “Dit zou een goede plek zijn voor een buitenlander die ervaring op wil doen in de Isaan Muay Thai-cultuur,” zegt onze vertaler.

“Ja,” zegt burgemeester Brasert. Hij laat een stilte vallen. “Hoeveel kan ik aan hen vragen om mee te trainen?”

Frances noemde de gemiddelde prijzen van sportscholen in Isaan. Brasert luistert geïnteresseerd en zegt dat hij erover na zal denken.

We vragen: “Mogen er ook vrouwelijke boksers in de sportschool?”

“Zeker!”, zegt hij opgewekt. “En vertellen jullie ze maar dat ze hierheen kunnen komen als ze een Thaise man willen. Dan koppel ik ze aan mijn boksers!”

Een echte matchmaker. Een van de vele gezichten van Brasert: burgemeester, sportschooleigenaar, sponsor, promoter, alcoholstoker en politicus.

De twee boksers die van Brasert een kip moesten slachten, keren terug op een brommer, met een dode vogel in de hand. “Blijven jullie eten?”, vraagt Brasert.

We slaan het aanbod af. “We moeten vanavond nog naar Khao Yai,” zegt Frances. “We overnachten in Kem’s gym. Dat is nog een paar uur rijden van hier.”

“Neem deze dan maar mee voor onderweg.” Brasert laadt onze armen vol met Lao Khao. “Geef er eentje aan Kem.”

Terwijl we wegrijden, rollen de flessen over de vloer van de kleine Toyota van Frances. De boksers kijken ons na. De alcoholstokende burgemeester geeft ons een laatste wai en steekt nog een sigaret op.