US

The VICE Channels

Connor Mah
Saturday, 23 July, 2016

Bauke Mollema is geen wielrenner, hij is een stripfiguur

Bauke Mollema is helemaal geen wielrenner. Althans, hij doet wel aan wielrennen, maar hij is in niks een archetypische renner. Bijgeloof, koppigheid, oplichterij: het past hem gewoon niet. Zelfs nadat hij door een val zijn klassement in de Tour vergooide, reageerde Bauke anders dan de meesten zouden doen. Mark Cavendish hoeft maar een massasprint nipt te verliezen of hij breekt zijn ploegbus af. Lance Armstrong ontsloeg ploeggenoten omdat ze een geintje uithaalden – zelfs de gedachte aan verlies was voor hem genoeg om in razernij te ontsteken. Niet Bauke. Gezeten in de deuropening van een auto sprak hij de nu al legendarische Nederlandse sportwoorden: “Klote, ik heb het verneukt”.

Een simpele constatering, waarna hij een washandje over zijn gezicht haalde. Later, op Twitter, sprak hij nog eens zijn eigen schuld uit, en constateerde kapot te zijn. Een eerlijkheid die je maar zelden tegenkomt in het wielrennen, waar iedereen een rekening voor iedereen heeft openstaan.

Dus – niet treuren om Bauke. Als er een zichzelf is en de wapens heeft om het volgende keer gewoon weer te proberen, dan is het Mollema wel. Hij is een soort stripfiguur. Ga maar na, kijk eens goed naar die fysiek, naar die kop. Het is het postuur van Guust Flater gecombineerd met de flaporen van Alfred E. Neuman, afgetopt met de grijns van Nicolas Cage. Op zijn fiets hangt hij scheefgetrokken over stuur en frame, tong uit de bek, bijna het cliché van de jongen met krantenwijk, beukend in de tegenwind op de dijk.

Bauke leerde pas op relatief late leeftijd dat hij wielrennen te gek vond. De inspiratie? De twaalf kilometer die hij heen en weer moest fietsen van en naar school. Zijn eerste racefiets kreeg hij pas op zijn zestiende verjaardag. Misschien is het daarom wel dat Mollema alles verschillend doet dan het gros van de renners. Zijn goedmoedige tegendraadsheid loopt al sinds het begin als rode draad door zijn carrière. Net als de totale tegenstrijdigheid die hij na lijkt te streven. Bauke wint misschien zelden, hij verliest ook nooit een wedstrijd. Hij mengt zich gewoon niet in al dat gedoe, dat gewurm om de ereplaatsen. Erop uittrekken in een kopgroep is ook niet echt iets voor hem. Hij klampt aan, hij doet aan latjehangen, hij rijdt zijn eigen koers. Dan is een vijfde plek niet wezenlijk anders dan de elfde. Dan ben je in je eigen circus altijd de winnaar.

Hij is gewoon Bauke, en dat is voor hem genoeg, en voor wie dat niet afdoende is, nou, die… die heeft niet eens pech. Bauke vindt dat waarschijnlijk prima, maar hij zal niks aanpassen in zijn gedrag. Zelden zal een sportman zo stoïcijns van leer zijn getrokken. Het doet hem gewoon niks. Daarom – vier willekeurige wielerwetten en hoe Bauke die, volkomen naturel, aan zijn laars heeft gelapt. Het fenomeen verklaard, als doekje voor het bloeden na een zwarte dag voor het Nederlandse fietsen.

Wetmatigheid: Eerst het bord van je tegenstander leeg eten, dan dat van je zelf.
Bauke’s opvatting: Gewoon van jezelf uitgaan.

De uitspraak is van Hennie Kuiper. Die stelde dat je pas kunt winnen als je eerst de tegenstand zich laat leegrijden, en dan pas zelf gaat forceren. Dat zal allemaal waar zijn, maar voor Bauke Mollema is het geen optie. Bauke Mollema speelt geen spelletjes op de fiets. Hij smijt zich gewoon in de wedstrijd, en speelt het spel eerlijk. Zo, en niet anders, won hij zowaar de puntentrui, zeg maar de ‘groene trui’, in de Vuelta van 2011. Mollema kreeg de trui bijna bij toeval in bezit, en verdedigde hem door doodleuk in massasprints mee te duiken. Geen gesprokkel, geen linkeballerij, kortom. Op die manier troefde hij sprinters met al gauw 20 kilo meer lichaamsgewicht aan spiermassa af voor een verdienstelijke negende plek in de slotrit naar Madrid! Met borden leegeten heeft Bauke sowieso een aparte relatie. Er is een bekende anekdote over zijn eerste trainingskamp met Rabobank, in 2008. Bij de eerste avondmaaltijd schoof hij de gehele schaal met pasta onder zijn eigen neus. Hij was zich van geen kwaad bewust: hij dacht gewoon dat het zijn bord met pasta was, ook al lag er vijf kilo aan dampende spaghetti voor het hele team. Wie hard werkt moet bunkeren, vindt Bauke.

Wetmatigheid: Wielrenners komen uit wielergeslachten, dat brengt voordeel.
Bauke’s opvatting: Heb je totaal niet nodig, ben je mal?

Veel wielrenners komen uit dorpjes en streken uit het zuiden van het land, of uit het oosten en soms uit Noord-Holland. Wat ze gemeen hebben? Dat er al generaties lang gekoerst wordt in die contreien. En dat je op die manier van vader op zoon of van oom op neef de wetmatigheden kan doorgeven. Daar heb je wat aan, en wie dat niet heeft, die kent een groot nadeel. Zo koerst Niki Terpstra’s broer Mike ook, is de vader van Lars Boom mecanicien en bracht Adrie van der Poel – zelf schoonzoon van Poulidor – twee toptalenten voort. Bauke Mollema speelde als kind uit het hoge noorden ijshockey. Samen met een buurjochie, dat uit een ver buitenland was geadopteerd en ook niet wist wat fietsen was. Zijn ouders hebben niets met wielrennen. Tegen Procycling zei Bauke in 2008 het volgende: ‘Ik wist van niks toen ik ging koersen. Hoe je het aanpakt, wat een criterium was, hoe je schakelde. Best apart, eigenlijk.’ Ja, best opmerkelijk. Net als zijn eigen familiesituatie. Het hoe en waarom staat nergens verklaard, maar de ouders van Bauke – en zijn broer Willem – heten Van der Veen en Bangma van hun achternaam. Mollema is de naam van hun biologische vader, zijn lot is evenwel niet bekend.

Wetmatigheid: Succesvolle wielrenners wonen in Monaco, en tillen de belasting.
Bauke’s opvatting: Ok, das wel handig, maar ik ga niet kinderachtig doen.

Bauke Mollema is een man die gesteld is op een fijn privéleven. In die zin is hij nauwelijks verschillend van zijn collega’s. Ook heeft Mollema de route gevolgd die alle kopmannen en toppers volgen op fiscaal gebied. De man die opgroeide tussen Friesland en Groningen woont officieel in Monte Carlo, het ‘Italiaanse’ deel van prinsdom Monaco. Zo hoeft hij geen inkomstenbelasting te betalen. Wel zo lekker als je minstens zes ton per jaar verdient – dat is naar schatting zijn jaarinkomen. Een voetballer – zelfs een uit de Eredivisie – lacht daarom, maar in het peloton behoor je dan tot de 25 grootverdieners. Met premies kan dat nog oplopen. Een tweede plek in de Tour zal hem een paar ton extra opleveren. Het grappige aan Bauke Mollema is dat hij niet dweept met Monaco in interviews. Sterker – dat hij niet eens wegduikt voor het feit dat de belasting de enige reden is waarom hij uberhaupt staat ingeschreven in de achtertuin van Prins Albert. Bauke woont, buiten koers en trainingskamp, gewoon in Leeuwarden, bij zijn vrouw en twee kinderen. Monte Carlo is een formaliteit, die alleen maar financieel nut heeft. Misschien komt deze wijsheid voort uit zijn studie Economie, waar hij een universitaire bachelor behaalde alvorens prof te worden.

Wetmatigheid: Je rijdt of voor óf in het wiel van je concurrent.
Bauke’s opvatting: Je kunt er ook gewoon naast gaan rijden.

Bauke stond al eens tweede in het klassement. Dat was in 2013 en er brak totale Tourkoorts uit in Nederland. Het was ‘Bau en Lau’, voor en na. Uiteindelijk werd Mollema zesde, nog altijd zijn strafste prestatie in het eindklassement. Hij bereikte die zesde plek op een typisch Mollemasiaanse wijze. In de laatste bergrit richtte Bauke, geteisterd door bronchitis, zijn ogen louter op de Deen Jakob Fuglsang. Naar voren of achter keek hij niet meer, slechts Fuglsang kon hem nog een plekje kosten. Vandaar dat hij vanaf de voet van de laatste berg voornamelijk naast Fuglsang ging koersen. Niet echt wieltjeszuigen dus, maar een Bauke-variant daarop: aangeven dat je gelijke tred wilt houden en dat het je verder niks kan schelen. Zo kwamen ze over de streep, als twee heel malle stiefbroertjes. Weer een teken van Bauke’s wereldvreemdheid: hij gaf Fuglsang na de streep een schouderklop. Bij ieder ander een grove provocatie, maar Fuglsang onderging het gelaten. Bauke is een speciale, zag je hem denken. Het dan ook geen kwaad in de zin. Lekker gefietst, goed afgezien, en volgende keer beter. Die conclusie zal hij ook nu trekken.

Bauke Mollema is geen wielrenner, hij is een stripfiguur.