US

The VICE Channels

Foto via Wikimedia
Friday, 1 July, 2016

Alles wat je moet weten om de Tour de France te begrijpen

Let even goed op, Tourhaters. Dankzij deze tips ga je drie intense weken tegemoet.

Starterskit: dit is de Tour

Misschien ben je iemand die vrij neemt voor de Tour, niet op vakantie gaat, maar de zomer vanaf de bank voorbij laat vliegen. Of misschien ben je iemand die nog liever een bloedeloze EK-match uitzit tot de laatste bal dan vijf minuten naar wielrennen te kijken. Als je tot de eerste groep behoort, zal je waarschijnlijk instemmend knikken bij wat je hier te lezen krijgt, mensen uit de tweede groep moeten even goed opletten.

Praktisch

De Ronde van Frankrijk, die zaterdag van start gaat, is een wielerwedstrijd die gereden wordt in de komkommertijd. Mocht je je al eens zuchtend afgevraagd hebben waarom er zoveel aandacht is voor mannen op een fiets, dan weet je het nu. Die onwetendheid is je vergeven. De Tour is een gelaagd epos van drie weken, waarin renners, ploegleiders, journalisten, supporters en eigenlijk iedereen die er zijdelings bij betrokken is aan meeschrijft.

Maar laat ik beginnen bij het begin. Om de kracht en de sensatie van de Tour te begrijpen, moet je eerst bekend zijn met de basisbegrippen en de wonderlijke machinaties die er zich aan de oppervlakte afspelen. In de Tour draait het om truien. De renner die de gele trui draagt is het alfamannetje, en heeft de tot dan toe afgelegde route in de minste tijd gereden. De renner die het geel mag aandoen na de slotrit naar Parijs, wint de Tour en prijkt voor eeuwig op de erelijst (vraag maar aan Lance Armstrong).

Omdat het winnen van de Tour een berg capaciteiten vereist – in de eerste plaats klimmen en tijdrijden – en niet iedere renner zo spichtig is als het alfamannetje dat je erdoorheen kunt kijken, is er een groene trui die wordt gedragen door de leider in het puntenklassement. Zeg maar: gedragen door de meest regelmatige sprinter. Niet de fragiele types die elke gram lichaamsgewicht in vraag stellen omdat ze er trager door klimmen, maar robuuste kerels die in vlakke etappes een ode brengen aan de pure snelheid.

Het opvallendste shirt is de bolletjestrui. Gedragen door de beste klimmer, of preciezer: door die diegene die onderweg de meeste punten vergaart op de bergtoppen. Hiertoe worden de cols verdeeld in verschillende categorieën. Op de zwaarste bergen, qua steilte en lengte, vallen de meeste punten te verdienen. Op de top van korte hellingen ligt er slechts een aalmoes. Het echte klimmen is doorgaans pas voor de tweede helft van de Tour. Die felle strijd in de eerste ritten om één bergpuntje? Het kan genoeg zijn om een dag of enkele dagen in de bolletjestrui te mogen pronken. Publiciteit verzekerd. Verder is er nog de witte trui, gedragen door de beste jongere (onder de vijfentwintig jaar) in het algemeen klassement.

Een renner kan trouwens de vier truien in zijn bezit hebben. Hij zal tijdens de race dan de gele trui dragen. De andere truien hoeft hij niet daaronder te dragen, maar worden door de nummer twee in de respectievelijke klassementen gedragen.

Hiërarchie

Ik noemde de drager van de gele trui al het alfamannetje. Om het koersverloop van de Tour en het wielrennen goed te begrijpen, is hiërarchie een sleutelbegrip. Wielrennen is een soort van feodaal stelsel met kopmannen, vrijbuiters, luxeknechten en waterdragers. Renners rijden voor een team, hun broodheer, en hebben daarbinnen een specifieke taak. Als het kon, zouden de knechten in plaats van hun kopman trappen. Nu knappen ze al het andere vuile werk op. Ze laten zich uitzakken in het peloton tot de karavaan ploegwagens daarachter om hun kopman van drinken te voorzien. Ze rijden op kop van het peloton, ze geven hun wiel af bij pech of ze vormen een menselijk schild tegen de wind.

Het klinkt tegenstrijdig. Renners die op kop rijden, winnen zelden een wedstrijd. Het zijn de slaven van deze tijd. Ze leiden of een achtervolging op een kopgroep, of vormen deel van die kopgroep die het zelden haalt door de voortstuwende kracht van het peloton, maar rijden zo wel een hele namiddag in beeld. Met publiciteit win je ogenschijnlijk geen koers, maar in de enige wedstrijd die in elke uithoek van de wereld te volgen is, is dit voor sponsors van goudwaarde.

Wielrennen is niet om het hardste te fietsen. Wielrennen is op het juiste moment om het hardste fietsen. Dat juiste moment vindt zelden plaats op het vlakke. Je mag nog zo sterk zijn, tegen een peloton waarin renners jagen die een hele dag optimaal konden profiteren van andermans slipstream valt niks te beginnen. De Tour wordt beslist in de bergen, daar waar het een strijd van man tegen man wordt, daar waar maanden op een vulkaan in Tenerife verblijven (om het aantal rode bloedcellen te vergroten, voor een verbeterde zuurstoftransport) wordt uitbetaald.

Vertel me, Nostradamus, wie wint er?

Goed, je snapt intussen dat er achter dat schijnbare oppervlak van fietsende mannen in lelijke pakjes heel wat tactisch gegoochel schuilgaat. Maar je wil toch vooral vriend en vijand verbazen met je wielerkennis. Er zijn de winnaars van de dag, sprinters, tijdrijders, klimmers en vluchters die een vrijgeleide kregen omdat ze geen bedreiging vormen voor de gele trui. En er is de allesoverheersende strijd om in het geel over de boulevards van Parijs te paraderen.

Je hoeft geen Nostradamus te heten om voor de eindwinst tweevoudig Tourwinnaar Chris Froome naar voren te schuiven. Hij oogt als de laatste die vluchtte uit een concentratiekamp, maar hij en zijn Team Sky proberen een berg te bestormen alsof het een oase is na tien dorstige dagen in de woestijn. Zijn belangrijkste concurrenten heten Nairo Quintana, al twee keer tweede, na Froome, en Alberto Contador, algemeen beschouwd als de beste ronderenner van zijn generatie. Gevestigde namen die, als je het aan mij vraagt, felle concurrentie mogen verwachten van Fabio Aru (winnaar Vuelta), Thibaut Pinot (relatief jong Frans talent) en Romain Bardet (een ander relatief jong Frans talent). Verder is het uitkijken naar wereldkampioen Peter Sagan, behalve trouwe abonnee van de groene trui, verzamelaar van tweede plaatsen in Touretappes ook de vleesgeworden rock-‘n-roll op een fiets. Wil hij nog eens een zegegebaar mogen maken, moet hij op hellende aankomsten afrekenen met Julian Alaphilippe, Michael Matthews en de Belg Greg Van Avermaet. In vlakke etappes met Marcel Kittel, Mark Cavendish, André Greipel en wie weet ook met kersvers Nederlands kampioen Dylan Groenewegen.

Een tipje van de sluier

Je snapt nu dat wielrennen een stuk complexer is dan het eruitziet. Je weet welke rugnummers je in de gaten moet houden. Je begrijpt dat iedere renner met andere belangen en andere doelen aan de start verschijnt. Mocht je denken dat je wielrennen nu begrijpt, dan hebt je het mis. Hier begint het pas, en prijs jezelf gelukkig: het wordt alleen maar boeiender. Je zal stapje voor stapje de ondergrondse verwikkelingen ontdekken en dingen waarover niet of in zeer bedekte termen wordt gesproken, maar die het verloop van zo’n Tour wel beïnvloeden. De intrigante kant van het wielrennen, hyperaanwezig in de Tour waar de belangen door de overvloedige media-aandacht immens zijn, en blijkt de Tour dat gelaagde epos te zijn waarover ik in het begin sprak. Maar om daar achter te komen moet je over wielrennen lezen, uitslagen op de voet volgen, naar wielrennen kijken en met spitse oren luisteren naar het wielercommentaar. Hoe te meer je leest en kijkt, des te aanhankelijker je wordt tot je niet meer zonder kunt. Zeg niet dat ik je niet gewaarschuwd heb.

Help! De Tour is voorbij

Schrik niet als je na drie weken Tourkijken in een zwart gat belandt, even niet meer weet wat een dagelijks leven ook alweer inhoudt. Je ziet overal kastelen en zonnebloemen. Haveloos staar je door het raam omstreeks half drie ‘s middags, het uur dat de rechtstreekse uitzending doorgaans begint. Je kent wielercommentatoren als Maarten Ducrot of José De Cauwer beter dan je eigen vriend of vriendin. Dit befaamde zwarte gat treft vele wielerliefhebbers, de wetenschap is wanhopig op zoek naar een remedie. Naar andere wielerwedstrijden kijken schijnt vooralsnog het beste geneesmiddel in afwachting van de volgende Tour.