US

The VICE Channels

NOS
Monday, 11 July, 2016

Alleen Frank Snoeks kon het tragische moment van Cristiano Ronaldo vakkundig slopen

Hoe Cristiano Ronaldo in één ineenstorting de wereld aan zijn voeten kreeg tijdens de finale. En hoe Frank Snoeks het moment, als een olifant in een zandbak vol gillende kleuters, aan gort stampte.

Er valt een hoop te zeggen en te schrijven over de EK finale. Bijvoorbeeld dat echt níemand in Nederland erop zat te wachten. Of dat het haar van Ricardo Quaresma toch echt nog een tandje infantieler is dan de geblondeerde sik van Tonny Vilhena, of alle kapsels en baarddrachten die Abel Xavier ooit gehad heeft. Of alle mogelijk te maken grapjes met motten of andere vliegende diertjes. Of, en voor iedereens gemoedsrust wil ik daar niet al te lang op in gaan, dat de act met DJ David Guetta echt de allerstompzinnigste middelbareschoolbonteavond was die ooit op televisie vertoond is (en ja, dan nemen we het afgelopen seizoen van Idols mee). Maar hét moment van de EK finale is – en dat zegt eigenlijk meer dan genoeg over dit EK, waarvan we als Nederland blij mogen zijn dat we niet mee mochten doen – de neergang van de voetbalhalfgod Cristiano Ronaldo. Dat moment begon eigenlijk een kleine twee maanden geleden, de dag voor de finale van de Champions League.

Zwijgen

Het is een heel kort filmfragmentje. Elf seconden. We kijken naar een wandelende Cristiano Ronaldo die met afgezakte sokken en een tot in zijn liezen opgerolde korte broek het veld van Real Madrid verlaat. Het is stil op de training. Een mooie warme, droge dag. Op de achtergrond hoor je een paar mensen zachtjes met elkaar praten. Zachtjes klinkt nog net het geratel van fotocamera’s en rechts in beeld wordt een positiespelletje afgewerkt. Ronaldo loopt met zijn gezicht naar de grond gericht. In het begin loopt hij met een verzorger mee, maar elke stap neemt de man meer afstand van de Portugees. Ronaldo loopt alleen. Niemand bemoeit zich ermee, maar de teleurstelling druipt van elke stap uit zijn voetbalschoenen. Zwijgend loopt hij het veld af, zwijgend stapt hij in de douche in de kleedkamer. Zwijgend masseert de fysiotherapeut die dag zijn dijbenen. Pas in de gang op weg naar de parkeerplaats komt hij Zinedine Zidane tegen. Zizou zegt ook niets – hij kijkt alleen maar. Terwijl ze daar staan, Zidane en Ronaldo, gaat er ergens in een kantoortje in Bernabéu een telefoon af. Happy, als beltoon. Niemand neemt op, dus Pharrell Williams blijft zingen.

‘Clap along if you feel like happiness is the truth’

Zizou kijkt Ronaldo nog eens een keer vragend aan. Ronaldo knikt en knipoogt een keer. Dan glimlacht de coach. Ronaldo glimlacht terug. Even is de telefoon stil. Dan begint ie weer opnieuw. De Portugees en de Fransman weten genoeg. Ronaldo tikt een keer zijn twee autosleutels tegen elkaar aan. Zidane knikt nog een keer, en trekt zijn jasje recht. Dan gaan ze allebei een andere kant op. Maar ergens in zijn achterhoofd weet Ronaldo: mijn lichaam is van staal, maar dit is het eerste roestvlekje.

Zo moet het ongeveer gegaan zijn. Met oprechte hoop op een goed einde, gaan de twee uit elkaar. De Portugese superster haalt de finale van de Champions League. Hij doorstaat de slijtageslag tegen Atletico Madrid tot en met de penalty’s. Terwijl hij zich wentelt in zijn liefde en affectie voor zichzelf, denkt hij nog heel even aan Pharrell, aan Zinedine Zidane en aan zijn eenzame en doodstille aftocht van de training van de dag ervoor. Zoals het ook in de blockbusterfilms gaat: als het er echt op aan komt, valt alle achtergrondmuziek weg en hoor je alleen nog maar voetstappen, ademhaling of hartslag. Het verlaten van de training was een kleine tragedie zoals hoort bij échte grote supersterren: in totale stilte. Het Europees Kampioenschap doorstaat Ronaldo zonder verdere échte kleerscheuren. Tot de finale, dan.

Het EK van Frank Snoeks

De wedstrijd begint. Frank Snoeks heeft er zin in. Hij begint stemmig: ‘Dit is 2016, toch het jaar na 2015.’ Oké, Frank. Dank je wel. Zullen we nu verder gaan met de wedstrijd? Maar de wedstrijd is nog jong als hét moment zich aandoet. Ronaldo wordt onderuit gehaald door Payet en gaat voor de eerste keer neer. Hij spartelt niet. Hij maakt geen grote gebaren, geen theater. Hij ligt op zijn rug en heeft zijn handen voor zijn ogen. Als de verzorger erbij komt, gaat hij rechtop zitten. Ergens in zijn linker ooghoek vormt zich het beginnetje van een traan, maar die traan valt nog niet. Ronaldo staat op en loopt mee buiten de lijnen, onder het lawaai van fluitende Fransen. Frank grijpt zijn kans met beide handen aan: ‘Daar wordt Ronaldo door de Fransen uitgejouwd en dat verdient hij niet – in een stad waar nota bene het Louvre is.’

Ik weeg de woorden van Snoeks. Hij is een van dé commentatoren van de NOS, dus hij zal wel gelijk hebben. Wordt er in Parijs nooit iemand uitgejouwd? En is dat dan écht omdat er een van de allerberoemdste musea voor beeldende kunst staat? Maar Snoeks is niet meer te houden: ‘Nu Ronaldo loopt te hinken, is het eigenlijk tien tegen elf, maar omdat Ronaldo altijd dubbel telt is het tóch elf tegen elf.’ Oké Frank. Prima hoor.

Kort daarna gaat Ronaldo voor de tweede keer naar de grond. En dan gebeurt er heel even iets onvoorstelbaars: Cristiano Ronaldo wordt aaibaar. Terwijl hij huilend op het gras zit, met zijn sokken zo ver mogelijk over zijn knieën heen getrokken, en hij zijn aanvoerdersband van zijn arm aftrekt en het veld op gooit, houdt ineens iedereen van Ronaldo. Mensen beginnen dingen te fluisteren als ‘Ik vind Ronaldo een verschrikkelijk omhooggevallen narcistische klootzak, maar dit gun ik hem nou ook weer niet,’ of alleen maar: ‘Och, nee toch, Ronaldo, jongen…’

De tegenslag op het veld maakt hem makkelijker lief te hebben voor ons, gewone mensen. Hoe hij daar, verslagen, in stilte op het veld zit met zijn benen plat op de grond, maakt bij ons los dat we ons om hem willen ontfermen. Hier is Groot Leed aan de hand. Pepe komt even naar hem toe en pakt zijn hoofd even vast. Ronaldo huilt. Tranen met tuiten. Niet alleen om de finale – ja, vooral om de finale, natuurlijk – maar ook om dat moment in Bernabéu: het roestvlekje in zijn stalen lichaam zet door. Langzaam wordt zelfs Ronaldo oud. Dat besef in dát hoofd van de Portugese wereldvoetballer is alleen al zeven keer mooier dan de hele finale tegen Frankrijk. Op dit moment is er nog maar één man die Ronaldo’s toernooi kapot kan maken. Niet Paul Pogba, of Antoine Griezmann (en al helemaal niet Olivier Giroud), maar onze eigen Frank Snoeks.

Hij heeft er niet eens zoveel voorden voor nodig. Want terwijl de wereld toekijkt hoe er een mot op het huilende gezicht van Cristiano Ronaldo komt zitten, ziet Snoeks zijn kans. Dit is zijn moment. Houterig en met een haperende dictie spreekt hij de zin uit die ongetwijfeld in zijn hoofd van grote virtuoze klasse had geleken.

‘Och, kijk, Ronaldo. Daar zijn de tranen al. En een mot, die hem gezelschap komt houden.’

De mot en Ronaldo (screenshot NOS)

Mannen als Cristiano Ronaldo horen te lijden in stilte, zoals die dag in Bernabéu. Het draagt bij aan de heldenstatus: de wereld houdt zijn adem in terwijl de gladiator voelt dat het mis zit in zijn knie. Met alleen een hartslag als soundtrack. Of een paniekerig ademen.

Tien juli wordt niet de dag dat Portugal het EK won. Het wordt niet de avond van Eder en niet de avond van het haar van Quaresma. Tien juli zal voor altijd de boeken in gaan als de dag waarop Frank Snoeks karaktermoord pleegde op het meest tragische moment uit de carrière van Cristiano Ronaldo.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: