US

The VICE Channels

Foto: pro shots
Monday, 17 October, 2016

Alex Pastoor mag een week lang geen grapjes meer maken

Elke maandag schrijft Martijn Neggers een sportcolumn voor VICE Sports over het theater achter het Nederlands voetbal. Rolt er een traan? Sneuvelt er een krat bidons? Laat iemand tijdens het juichen een tattoo voor zijn overleden cavia zien? Neggers staat erbij en kijkt ernaar.

Het komt soms voor dat ik op een feestje ben en dat het maar niet wil lukken met de grapjes. Terwijl ik met een paar vrienden aan tafel bier drink, probeer ik geinig uit de hoek te komen met een opmerking over een snor of een beflijster. Ik maak er gebaren bij, verhef mijn stem, en pak, om mijn zinnen kracht bij te zetten, mijn bril even van mijn hoofd. Terwijl ik aan het praten ben, valt het gesprek stil. Dan slaat de sfeer ook onmiddellijk op de rest van het feestje dood en word ik door iedereen – zelfs door ome Willem, die speciaal voor het feestje uit zijn bergdorpje in Zwitserland op-en-neer gekomen is – vernietigend aangekeken. ‘Grappen maken is oké,’ lijkt de boodschap, ‘maar op dit niveau van humor laat ik mijn twee honden nog niet eens pissen.’

Vol goede moed probeer ik het later nog eens. Dat kun je simpelweg beter niet doen. Als ik een beetje geluk heb, draait iemand zich onopvallend naar me toe, en fluistert me een goedbedoeld advies in: ‘Ik zou vandaag de grappen en grollen even laten voor wat ze zijn, Neggers.’

Met een kort knikje geef ik te kennen dat ik hem gehoord heb. De rest van de avond praat ik over de bankencrisis, het faillissement van V&D of aankomende gemeenteraadsverkiezingen. Als je in het voetbal niet echt in de wedstrijd zit, kun je er nog een tandje bovenop gooien en op werklust en strijdvaardigheid alsnog prima spelen. Met humor geldt toch vooral: als het niet lukt, kun je maar beter even niets meer zeggen.

Ik vraag me af hoe Alex Pastoor afgelopen weekend thuis met zijn vrouw op de bank zat, terwijl hij zelf voorbij kwam. Misschien probeerde hij het televisiekanaal nog op een Duitse krimi te krijgen, om zijn vrouw de interviews van Studio Sport te besparen. Helaas. Mevrouw Pastoor vindt het altijd zo gezellig om samen aan het eind van het weekend het voetbal terug te kijken met Alex, dus blijft de televisie gewoon op Nederland 1. En terwijl zij met twee koppen koffie en twee kokosmakronen de kamer binnenstapt, vult zijn hoofd net het televisiescherm: “Ik zou haast zeggen”, begint Pastoor op tv, terwijl hij met zijn vingers zijn neus dichtknijpt om de polygoonjournaalstem van vroeger na te doen, “op het honderdjarige kasteel werd een eerste helft gevoetbald in het tempo van 1916.”

In de perszaal lacht niemand. In de woonkamer staat Alex’ vrouw een beetje onhandig met de kokosmakronen in haar hand. Even sluit ze haar ogen en haalt een keer adem. Dan kijkt ze haar echtgenoot aan.

‘Echt, Alex?’

Hij durft niet van de tv op te kijken. ‘Wordt het nog erger?’ zal ze vragen. Alex zal niet durven te reageren. Zo onopvallend mogelijk knikt hij voorzichtig ja. Op televisie komt Alex weer in beeld.

“Het had zomaar gekund dat je nog een derde had gemaakt ook, dan had ik echt ehh, al deze kankerverwekkende kunstgraskorrels zo even opgesnoven.” Op het televisiescherm lacht Alex om zijn eigen grap. Thuis zet mevrouw Pastoor zwijgend de televisie uit.

Elke week komt er wel weer zo’n raar en ingestudeerd interviewantwoord voorbij. Spelers, maar vooral ook trainers, die elke keer maar weer proberen om spontaan en grappig uit de hoek komen, maar hun grapjes al voor ze de persruimte binnenkomen bedacht hebben. Of het zelfingenomenheid is, die trainers en spelers tot zelfoverschatting brengt, of angst voor de pers, waardoor ze van gekkigheid niet meer weten hoe ze normaal op vragen kunnen antwoorden, weet ik niet. Maar dan krijg je dus dit soort malle ingestudeerde fratsen.

Wat een verademing zijn dan jongens als Michiel Kramer en Tom Beugelsdijk. Je kan ze soms onsympathiek vinden, ze kunnen soms het bloed onder je nagels vandaan halen, maar ook als de camera’s lopen zijn ze gewoon zichzelf. Niet onder de indruk van mediacodes, niet geremd door zenuwen. Als ze een vraag krijgen voorgeschoteld, reageren ze er gewoon op met wat er maar in hun opkomt. Open, eerlijk, soms met humor, maar nooit geforceerd. Kramer wat harder, wat ongeïnteresseerder, Beugelsdijk wat lolliger, maar allebei authentiek. Allebei oprecht.

Ik wacht nog altijd op de mediatraining die dát als belangrijkste punt van de cursus heeft. Ik wacht nog altijd op de generatie voetballers en trainers die ‘gewoon normaal kunnen doen’ voor de camera’s. Misschien is het ijdele hoop, en verwacht ik te veel, maar een mens moet zich ergens aan vast kunnen houden. En ik hou me er graag aan vast dat jezelf openstellen naar de media, en eerlijk en spontaan, zonder reserves antwoorden, te leren is op een mediatraining. Dat je het na een mislukte grap het niet nog eens probeert met een nog slechtere grap, lijkt me sowieso een hele duidelijke regel in de lesmethode van die cursus.

Misschien zou Alex Pastoor om te beginnen eens een paar dagen interviews kunnen bekijken van Tommie Beugelsdijk, en aantekeningen maken. Of nee, misschien kan Alex Pastoor beter gewoon een week helemaal geen grapjes meer maken. Want als het niet lukt, kun je maar beter even niets meer zeggen.

@martijnneggers

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen: